Ondernemers & Co nr. 15: Vernieuwde antimisbruikbepaling in de inkomstenbelastingen

Ondernemers & Co nr. 15: Vernieuwde antimisbruikbepaling in de inkomstenbelastingen

De nieuwe tekst van artikel 344, §1 WIB 92 gaat – zoals reeds uit eerdere IMPOSTO Nieuwsbrieven bleek – in bepaalde gevallen een stuk verder dan de oude antimisbruikbepaling.

Het vernieuwde artikel 344 §1 WIB 92 laat de fiscus toe om een “rechtshandeling” of het “geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt” niet aan zich te laten tegenwerpen wanneer er sprake is van fiscaal misbruik. Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen een fiscaal voordeel bekomt in strijd met het doel van de fiscale bepaling. Indien de belastingplichtige evenwel andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen kan inroepen voor de betrokken rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen, dan kunnen deze alsnog worden tegengeworpen aan de fiscus.

De nieuwe tekst van artikel 344, §1 WIB’92 treedt in werking vanaf aanslagjaar 2013, alsmede op “rechtshandelingen of het geheel van rechtshandelingen die zijn gesteld tijdens een belastbaar tijdperk dat afsluit ten vroegste op 6 april 2012 en is verbonden aan het aanslagjaar 2012”. Bij wijze van vereenvoudiging houden we hierna enkel rekening met boekjaren per kalenderjaar (waarvoor de nieuwe antimisbruikbepaling derhalve in werking treedt met ingang van aanslagjaar 2012).

Indien artikel 344 §1 WIB 92 toepassing vindt op één enkele rechtshandeling, dan zijn er bij de inwerkingtreding weinig vragen te stellen. De vraag is dan alleen of de rechtshandeling heeft plaatsgevonden tot en met aanslagjaar 2012 dan wel vanaf aanslagjaar 2013; in het eerste geval is nog de oude antimisbruikbepaling van toepassing, terwijl in het tweede geval de vernieuwde antimisbruikbepaling van toepassing is.

Voor wat betreft verrichtingen bestaande uit een geheel van rechtshandelingen stelt de belastingadministratie dat de nieuwe tekst van artikel 344, §1 WIB’92 toepassing kan vinden indien de laatste rechtshandeling die deel uitmaakt van het geheel van rechtshandelingen die eenzelfde verrichting tot stand brengt (‘eenheid van opzet’) in de loop van het jaar 2012 of later is gesteld of wordt gesteld. Deze zienswijze kan niet worden gevolgd. De overgangsbepalingen bevestigen letterlijk dat – in geval van een geheel van rechtshandelingen - “het geheel van rechtshandelingen” moet zijn gesteld vanaf aanslagjaar 2013.

Het impact van deze analyse is belangrijk. Indien er een cascade is van rechtshandelingen waarvan de eerste rechtshandeling voor de inwerkingtreding van de vernieuwde antimisbruikbepaling heeft plaatsgevonden, dan betekent dit dat de vernieuwde antimisbruikbepaling nog geen uitwerking heeft.

Stel bijvoorbeeld dat een bedrijfsleider eind 2010 zijn vastgoed verhuurt aan persoon X, waarbij persoon X het vanaf begin 2011 tegen dezelfde voorwaarden en modaliteiten doorverhuurt aan de vennootschap waar de betrokken bedrijfsleider zaakvoerder is; deze constructie is mogelijkerwijs ingegeven vanuit de betrachting de herkwalificatie van het huurinkomen in bedrijfsleidersbezoldiging te vermijden en in die zin belastingontwijkend; technisch gezien zal de fiscus ons in ziens de vernieuwde antimisbruikbepaling nog niet kunnen toepassen op deze situatie omdat de eerste rechtshandeling heeft plaats gevonden voor de inwerkingtreding van de vernieuwde bepaling. Ze zal wellicht wel de oude antimisbruikbepaling (met haar eigen voorwaarden) kunnen toepassen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor een holding die werd opgericht voor de inwerkingtreding van de nieuwe antimisbruikbepalingen en waarvan het kapitaal na de inwerkingtreding wordt verminderd, dit laatste gefinancierd met overtollige liquiditeiten in de onderliggende vennootschappen die reeds aanwezig waren bij oprichting van de holding; men zou in bepaalde gevallen kunnen stellen dat het de bedoeling was de roerende voorheffing op de dividenduitkering aan natuurlijke personen te ontwijken. Ook hier zal de fiscus geconfronteerd worden met de veel moeilijker toe te passen oude antimisbruikbepaling …

Gezien de fiscus toch een stuk beperkter is met de oude antimisbruikbepaling dan het geval is met de vernieuwde antimisbruikbepaling, komt het bij iedere door de fiscus weerhouden toepassing aangewezen voor na te gaan of de eerste betrokken rechtshandeling wel reeds in aanslagjaar 2012 is gesteld; enkel dan kan de vernieuwde antimisbruikbepaling toepassing vinden.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.