KREDIETVERLENING AAN KMO’S … DE ‘FUNDING LOSS’ EINDELIJK AAN BANDEN !

KREDIETVERLENING AAN KMO’S … DE ‘FUNDING LOSS’ EINDELIJK AAN BANDEN !

Dat de crisis de kredietverlening aan ondernemingen bemoeilijkt heeft, is een open deur intrappen. De modaliteiten waaronder nog krediet wordt verschaft, ervaart menig ondernemer als te zwaar. Indien de kredietnemer het krediet voortijdig wenst af te lossen, presenteert de bank meestal een - meer dan - gepeperde afrekening onder de vorm van een zogenaamde funding loss-vergoeding of wederbeleggingsvergoeding. Deze conventionele schadevergoeding laat de bank toe om het verlies te recupereren dat zij lijdt doordat zij de toekomstige rente derft en administratiekosten heeft. De berekening van deze vergoedingen blinkt meestal niet uit in transparantie.

De wet van 21 december 2013 (BS 31 december 2013) inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen beoogt een oplossing te bieden voor enkele pijnpunten in de kredietverlening aan kmo’s. Volgens de voorbereidende werken stonden volgende doelstellingen centraal:

  • creëren van voldoende transparantie m.b.t. het kredietaanbod in de precontractuele fase zodat de onderneming met voldoende kennis van zaken een bewuste keuze kan maken en de contractuele voorwaarden bij diverse kredietgevers kan vergelijken.
  • evenwichtiger maken van de contractuele relatie tussen kredietgever en onderneming.

De wetgever wil voortaan de kleinere ondernemingen - die haast altijd in een zwakkere onderhandelingspositie zitten ten aanzien van de banken - beter beschermen en excessen tegengaan.

De wet is van toepassing op kredieten die aangeboden worden aan de kleine en middelgrote ondernemingen (incl. vrije beroepers) door kredietgevers in het kader van hun gebruikelijke handels- of beroepsactiviteiten. Consumentenkredieten, hypothecaire kredieten, intragroepsleningen, enzovoort vallen buiten het toepassingsgebied van deze wet.

De nieuwe wet legt de kredietgever een informatieplicht op, waarbij die laatste gehouden is om voor elke onderneming het meest passende krediet te zoeken rekening houdende met haar financiële situatie. Gaat de kredietverstrekker in de fout, dan kan de rechter het krediet omzetten in een meer passende kredietvorm. Wanneer een krediet wordt geweigerd, moet de kredietgever de onderneming in kennis stellen van de belangrijkste elementen waarop deze weigering teruggaat of die de risico-inschatting hebben beïnvloed.

In deze bijdrage staan we stil bij de nieuwe wettelijke regeling in verband met de zogenaamde “funding loss clausules” of “wederbeleggingsclausules”.

Voor consumenten was de wederbeleggingsvergoeding al wettelijk geplafonneerd tot 3 maanden interest (consumentenkrediet) of tot 6 maanden intrest (hypothecair krediet). Voor ondernemers was er tot voor kort geen specifieke regeling.

Wel schreef en schrijft artikel 1907bis van het Burgerlijk Wetboek voor dat de wederbeleggingsvergoeding ingeval van een voortijdige terugbetaling van een lening op intrest nooit meer kan bedragen dan 6 maanden interest, berekend over de terugbetaalde som en naar de in de overeenkomst bepaalde rentevoet. Deze bepaling beschermt in principe ook handelaars. Een lening op interest is een krediet waarvan het volledige kredietbedrag aan de kredietnemer wordt overhandigd en deze laatste dat kapitaal samen met de verschuldigde interest in periodieke betalingen dient terug te betalen.

De banken zeilden meestal om deze bepaling heen door de verstrekte kredieten te kwalificeren als een kredietopening, waarop deze bepaling niet van toepassing is. Bovendien is er in de rechtsleer en rechtspraak onenigheid over de vraag of artikel 1907bis BW enkel geldt ingeval de overeenkomst de mogelijkheid tot vervroegde terugbetaling voorziet en indien de terugbetaling vrijwillig gebeurt.

Artikel 1907bis bood dus meestal geen soelaas voor de ondernemer die geconfronteerd werd met een al te hoge funding loss-claim.

De nieuwe wet voorziet dat de onderneming te allen tijde het recht heeft om het verschuldigde kapitaalsaldo geheel of gedeeltelijk vervroegd terug te betalen. De ondernemer brengt de kredietgever ten minste tien werkdagen voor de terugbetaling bij ter post aangetekende brief van zijn voornemen op de hoogte.

De nieuwe wet plafonneert de contractuele wederbeleggingsvergoeding voor alle kredieten die ontsnappen aan artikel 1907bis BW op maximum zes maanden interest. Vereist is wel dat het oorspronkelijke kredietbedrag minder dan één miljoen euro bedraagt. Onder ‘kredietbedrag’ wordt verstaan het plafond of de som van alle bedragen die op grond van een kredietovereenkomst beschikbaar worden gesteld.

De minister van financiën bevestigt in dit verband dat voor investeringskredieten die niet volledig opgenomen worden, het contractueel overeengekomen kredietbedrag als criterium geldt. Voor de zogenaamde accordeonclausules geldt het contractueel overeengekomen bedrag vermeerderd met het bedrag vermeld in de accordeonclausule. Voor kaderovereenkomsten waarbinnen aparte kredieten afgesloten worden, wordt de grens van één miljoen euro per afzonderlijk krediet.

Het is duidelijk dat vooral de kredieten aan Kmo’s geviseerd worden. Grotere ondernemingen die per hypothese ook grotere bedragen lenen, worden geacht een sterkere onderhandelingspositie te hebben waardoor zij geen nood zouden hebben aan bijkomende bescherming.

Voor ondernemingskredieten van meer dan één miljoen euro blijft de wederbeleggingsvergoeding dan ook vrij te bepalen. Voor dergelijke kredieten hebben de verschillende middenstandorganisaties die de belangen van de Kmo’s behartigen (Unizo en UCM) samen met de representatieve organisatie van de kredietsector (Febelfin) in uitvoering van de nieuwe wet een gedragscode uitgewerkt die de berekeningsmodaliteiten van de funding loss clausules transparanter moeten maken. De rechter kan steeds matigend optreden wanneer de gedragscode met de voeten wordt getreden.

Deze nieuwe wet zorgt er in combinatie met artikel 1907bis voor dat de verschuldigde wederbeleggingsvergoeding ingeval van vervroegde terugbetaling van een krediet van (oorspronkelijk) minder dan één miljoen euro, nooit hoger mag zijn dan 6 maanden rente, berekend over het vervroegd terugbetaalde kapitaalbedrag.

Daarnaast werden er ook een aantal gevallen voorzien waarbij het de kredietgever verboden is om een wederbeleggingsvergoeding aan te rekenen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de terugbetaling geschiedt in uitvoering van een verzekeringsovereenkomst die de terugbetaling van het krediet waarborgt, zoals een schuldsaldoverzekering. Ook de hergroepering van bestaande kredieten bij dezelfde kredietgever of de niet-substantiële wijziging van de kredietovereenkomst mag geen aanleiding geven tot een wederbeleggingsvergoeding.
Belangrijke kanttekening bij dit nieuwe regime is de inwerkingtreding ervan. De nieuwe funding loss-regeling is slechts van toepassing op kredietovereenkomsten die afgesloten werden vanaf 10 januari 2014. De overige artikels van de wet, o.a. met betrekking tot de informatieplicht en de gemotiveerde kredietweigering, treden normaal gezien vanaf 1 maart 2014 in werking via de gedragscode die reeds op 16 januari 2014 werd ondertekend door Unizo, UCM en Febelfin.

De wetgever paste eindelijk een mouw aan de excessieve funding-lossvergoedingen waarmee ondernemers al te vaak geconfronteerd werden wanneer zij een bancair krediet vervroegd terugbetaalden. Het valt te betreuren dat het wettelijk plafond slechts geldt voor kredieten die afgesloten worden na 10 januari 2014. Het valt af te wachten hoe de banken de gevolgen van deze nieuwe wet in hun toekomstige kredietvoorwaarden zullen verdisconteren. Hopelijk maakt deze nieuwe wet haar doelstellingen waar en komt de verhouding tussen bankier en kredietnemer wat meer tot evenwicht. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.