Ondernemers & Co nr. 03: VASTKLIKKEN 10% LIQUIDATIETARIEF DOOR TOEKENNING VOORSCHOTTEN OP LIQUIDATIEBONI: EEN OPPORTUNITEIT?

Ondernemers & Co nr. 03: VASTKLIKKEN 10% LIQUIDATIETARIEF DOOR TOEKENNING VOORSCHOTTEN OP LIQUIDATIEBONI: EEN OPPORTUNITEIT?

VASTKLIKKEN 10% LIQUIDATIETARIEF DOOR TOEKENNING VOORSCHOTTEN OP LIQUIDATIEBONI: EEN OPPORTUNITEIT?

Door de Programmawet van 28 juni 2013 werd met ingang van 1 oktober 2014 het bijzonder liquidatietarief van 10% opgeheven. Liquidatieboni toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 oktober 2014 worden voortaan onderworpen aan het algemeen tarief in de roerende voorheffing van 25%, ongeacht de datum van ontbinding van de vennootschap. In het licht hiervan is het van bijzonder belang na te gaan of men het huidig liquidatietarief van 10% kan vastklikken door de uitkering van voorschotten op het definitieve vereffeningssaldo. In de praktijk zal het immers niet steeds mogelijk zijn de vereffening van een vennootschap af te sluiten voor 1 oktober 2014 (bvb. door hangende procedures, lopende bodemonderzoeken, …). In de rechtsleer bestaat hieromtrent geen eensgezindheid. Wellicht dient een en ander genuanceerd en in concreto te worden beoordeeld, waarbij een onderscheid moet worden gemaakt tussen de vennootschapsrechtelijke analyse en de fiscale analyse.

vennootschapsrechtelijke aspecten

Artikel 190, §2 van het Wetboek van Vennootschappen bepaalt dat na betaling van de schulden of consignatie van de nodige gelden om die te voldoen, de vereffenaar onder de vennoten de gelden of waarden verdeelt die gelijk verdeeld kunnen worden. Vennootschapsrechtelijk kan een definitieve uitkering van het vereffeningssaldo aan de vennoten pas plaatsvinden na betaling van de schulden of consignatie van de nodige gelden daartoe. Indien de vereffenaar het mogelijk acht hieraan voorafgaand reeds een uitkering te doen aan de vennoten, moeten deze uitkeringen vennootschapsrechtelijk als voorschotten op het definitieve vereffeningssaldo worden gekwalificeerd.

De beslissing tot uitkering van voorschotten en de wijze waarop, gebeurt in principe onder de verantwoordelijkheid van de vereffenaar. In de praktijk zal een vereffenaar pas overgaan tot uitkering van een voorschot indien de inschatting kan worden gemaakt dat de resterende activa volstaan om de schulden aan te zuiveren. Hierbij is het van belang aan te stippen dat vereffenaars zowel jegens de schuldeisers van de vennootschap in vereffening als jegens de vennoten verantwoordelijk zijn voor de vervulling van hun taak en aansprakelijk zijn voor de tekortkoming in hun bestuur.

fiscale aspecten

(a) kwalificatie als dividend

De uitkering van een voorschot op het definitieve vereffeningssaldo wordt in voorkomend geval aangemerkt als uitgekeerd dividend (‘liquidatiebonus’), inzonderheid wanneer de uitkering het verschil overtreft tussen de gerevaloriseerde waarde van het gestort kapitaal en de vroeger uitgekeerde sommen (artikel 209, 3e lid W.I.B. 1992).

(b) belastbaar feit

De roerende voorheffing op deze liquidatiebonus is pas verschuldigd bij de toekenning of betaalbaarstelling van het dividend (artikel 267 W.I.B. 1992).De datum van toekenning of betaalbaarstelling is de datum vanaf welke de verkrijger werkelijk over de inkomsten kan beschikken of ze kan opstrijken.

Ons inziens kan niet algemeen worden gesteld dat de uitkering van voorschotten op het definitief vereffeningssaldo steeds de verschuldigdheid van de roerende voorheffing met zich meebrengt. De verschuldigdheid van de roerende voorheffing moet daarentegen steeds in concreto worden beoordeeld rekening houdend met de fiscale bepaling ter zake, zijnde dat een dividend wordt geacht te zijn toegekend of betaalbaar gesteld indien de verkrijgers werkelijk over de inkomsten kunnen beschikken of ze kunnen opstrijken.

In welbepaalde specifieke omstandigheden kan een voorschot definitief verworven zijn door de verkrijgende vennoten en niet meer terug opeisbaar zijn ten name van de vennootschap in vereffening, waardoor op dat moment de roerende voorheffing verschuldigd is.

Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de vennootschap slechts enkele welbepaalde, concreet te begroten schulden heeft, en de vereffenaar meent tot voldoening van deze schulden voldoende middelen te hebben behouden in de ontbonden vennootschap (en dit tot aan de sluiting van de vereffening). In dergelijk geval kan de vereffenaar op onderbouwde wijze sterk maken dat het uitgekeerde voorschot niet meer zal worden teruggevorderd door aan te tonen dat voldoende resterende activa voorhanden zijn om de concreet begrote schulden aan te zuiveren, en dit tot aan de sluiting van de vereffening van de vennootschap.

De vereffenaar doet hierbij als orgaan van de vennootschap in vereffening, weliswaar op onderbouwde wijze, afstand van zijn recht om uitgekeerde voorschotten terug te eisen vanwege de verkrijgende vennoten. Blijken in dat geval later onvoldoende middelen voorhanden om de schulden van de ontbonden vennootschap te voldoen dan kan de vereffenaar persoonlijk aansprakelijk worden gesteld, inzonderheid door de schuldeisers van de vennootschap in vereffening.

De uitkering van voorschotten op het definitief vereffeningssaldo brengt niet automatisch de verschuldigdheid van de roerende voorheffing met zich mee. Evenmin kan ons inziens algemeen worden gesteld dat de roerende voorheffing pas verschuldigd is bij de sluiting van de vereffening. De verschuldigdheid van de roerende voorheffing dient ons inziens daarentegen steeds in concreto te worden beoordeeld, inzonderheid dient te worden nagegaan wanneer de verkrijgende vennoten in concreto werkelijk over de uitgekeerde voorschotten kunnen beschikken of deze kunnen opstrijken. Vastklikken 10% liquidatietarief door toekenning voorschotten op liquidatieboni: in concrete omstandigheden een opportuniteit.

 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.