Wetsontwerp tot wijziging wco-wet - cijferberoepen in het vizier!

Wetsontwerp tot wijziging wco-wet - cijferberoepen in het vizier!

 

De Wet op de Continuïteit van de Ondernemingen is een goede vier jaar van kracht. Het groeiende besef dat deze aan reparatie toe was, heeft zich vertaald in een wetsontwerp van 12 maart 2013, dat als doel heeft om enerzijds de efficiëntie van de gerechtelijke reorganisatie te verbeteren en anderzijds misbruiken in te dijken. Het wetsontwerp raakt niet aan de fundamenten van de WCO: de vrijwaring van economische activiteit en tewerkstelling en het beperken van het aantal faillissementen. Indien het wetsontwerp in deze vorm goedgekeurd wordt, zal dit desalniettemin enkele belangrijke wijzigingen met zich meebrengen, waarvan wij er enkele toelichten in deze bijdrage.

Zo worden procedureregels strakker en komen voortaan ook landbouwers in aanmerking. Het wetsontwerp aligneert de wet met CAO nr. 102 die het lot van de werknemers regelt ingeval een onderneming wordt overgedragen in het kader van een gerechtelijke reorganisatie. Ook maakt het wetsontwerp werk van een intensievere preventie en opsporing van ondernemingen in moeilijkheden. Voorts wil het wetsontwerp concurrentievervalsing door misbruik van de wet bestrijden, o.m. via een verbeterde (elektronische) informatieverstrekking aan de schuldeisers en een verstrenging van de ontvankelijkheidsvoorwaarden. Dit verhoogt de drempel om tot de procedure toe te treden. Tot slot komt het ontwerp tegemoet aan de frustratie van de fiscus en RSZ, in die zin dat zij in een eventuele reorganisatieplan in principe gelijk moeten behandeld worden met de ‘best behandelde’, gewone schuldeiser.

Op het vlak van preventie en verstrengde toegang tot de procedure is in het wetsontwerp een grote rol weggelegd voor de cijferberoepers.

Het wetsontwerp verplicht immers de externe accountants, belastingconsulenten, boekhouders-fiscalisten en bedrijfsrevisoren die in de uitoefening van hun opdracht gewichtige en overeenstemmende feiten zouden vaststellen die de continuïteit van de onderneming in het gedrang kunnen brengen, om de bestuursorganen van deze laatste daarvan onverwijld en omstandig in te lichten.

Indien de betrokken onderneming vervolgens nalaat om binnen een termijn van één maand vanaf die kennisgeving de nodige maatregelen te treffen om de continuïteit van de onderneming voor een minimumduur van twaalf maanden te waarborgen, kunnen voormelde cijferberoepers de voorzitter van de rechtbank van koophandel daarvan schriftelijk inlichten, zonder miskenning van hun beroepsgeheim.

De memorie van toelichting bij het wetsontwerp verduidelijkt dat de taak van de cijferberoepers om de schuldenaar in te lichten niet vrijblijvend is en aldus hun eigen aansprakelijkheid in het gedrang kan brengen. Er wordt tevens expliciet gesteld dat zij gehouden zullen zijn om van de nakoming van die plicht bewijzen te verschaffen en deze te bewaren. Wat betreft de mogelijkheid van kennisgeving aan de voorzitter van de rechtbank, wordt erkend dat men hiertoe niet verplicht is. De memorie wijst er evenwel op dat de eigen beroepsregels van de cijferberoepers een verplichting in die zin zouden kunnen opleggen.

Voorts kan de rechter die zetelt in een kamer voor handelsonderzoek inlichtingen inwinnen bij de cijferberoepers over de aanbevelingen die zij hebben gedaan en in voorkomend geval ook over de maatregelen die de schuldenaar daarna heeft genomen om de continuïteit te waarborgen. In dit verband is het beroepsgeheim opnieuw niet van toepassing.

Het wetsontwerp voorziet verder dat de boekhoudkundige staat van actief en passief en de recente resultatenrekening, die bij het verzoekschrift tot opening van de procedure moeten gevoegd worden, voortaan moeten vergezeld worden door een verklaring van een externe accountant of bedrijfsrevisor met zijn oordeel of die staat een getrouw beeld geeft van de toestand en de resultaten van de schuldenaar. Een en ander vertoont parallellen met de procedure van vrijwillige vereffening. De memorie van toelichting benadrukt dat deze objectivering van bepaalde informatie door externe beroepsspecialisten erop gericht is om misbruiken te vermijden, en tegelijk vertrouwen te geven aan bonafide schuldenaren, wat finaal de schuldeisers moet ten goede komen.
 
Tenslotte moet bij het verzoekschrift een begroting worden gevoegd van de geschatte inkomsten en uitgaven voor tenminste de duur van de gevraagde opschorting, opgesteld met de bijstand van een externe accountant of een bedrijfsrevisor, waarbij opnieuw de objectivering van de prognoses door experts wordt beoogd.

De voornaamste betrachting van het wetsontwerp van 12 maart 2013 tot wijziging van de WCO-wet is de doeltreffendheid van de wet te bevorderen door enerzijds een doorgedreven preventie en anderzijds het elimineren van het oneigenlijk gebruik van de wet. Met oog op de verwezenlijking van beide aspecten van die doelstelling, wordt in het wetsontwerp een grote verantwoordelijkheid weggelegd voor de cijferberoepers. Deze verruimde bevoegdheden gaan vanzelfsprekend gepaard met een uitgebreidere aansprakelijkheid …

 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.