Wetsontwerp tot wijziging van het pandrecht - nieuw wapen tegen insolventie ?

Wetsontwerp tot wijziging van het pandrecht - nieuw wapen tegen insolventie ?

Er is een belangrijke wetswijziging op til met betrekking tot het pandrecht. Het wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen werd op 18 april 2013 door de Senaat geamendeerd en terug naar de Kamer gezonden. Binnenkort wordt het wetsontwerp dus definitief gestemd en treedt het in werking. Deze op til zijnde wetwijziging biedt een aantal opportuniteiten om zich preventief tegen de insolventie van zijn debiteur te wapenen.

Het wetsontwerp maakt komaf met de pluraliteit aan regels die de zakelijke zekerheden op roerende goederen beheersen. Voortaan zijn alle soorten pand - vuistpand, pand op een schuldvordering, pand op de handelszaak, en zelfs het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht - aan een uniform regime onderworpen.

Dit betekent dat de wet van 25 oktober 1919 betreffende de inpandgeving van een handelszaak verdwijnt en dat het ‘pand op de handelszaak’ haar specifieke statuut verliest. Het ontwerp voorziet in een catch-all bepaling die stelt dat het pand op de handelszaak zich uitstrekt tot het geheel van goederen die het voorwerp van de handelszaak uitmaken, tenzij dit anders werd overeengekomen. Het pand op de handelszaak wordt ook niet langer voorbehouden voor erkende kredietinstellingen, maar kan gevestigd worden ten behoeve van elke schuldeiser.

Het wetsontwerp snoeit in het formaliteiten die thans vereist zijn om een pand te kunnen vestigen. De huidige wet legt een authentieke of geregistreerde onderhandse akte op, waarin de hoofdschuld en het verpande goed worden omschreven (art. 2074 Bw). De schuldeiser moet daadwerkelijk in het bezit gesteld worden van het verpande goed vooraleer het uitwerking heeft ten aanzien van derden (art. 2076 Bw.). Voor het pand op de handelszaak is momenteel nog een overschrijving op het hypotheekkantoor vereist.

Onder de toekomstige wet zal een gewone, schriftelijke overeenkomst tussen de schuldeiser en de schuldenaar volstaan. De wet voorziet in de oprichting van een nationaal, online en actueel pandregister en elk pand zal aan derden tegenstelbaar zijn van zodra het in dit nationaal register werd geregistreerd. Het register zal in principe ook digitaal te consulteren zijn.

De registratie wordt zo een alternatief voor de buitenbezitstelling, en een buitenbezitstelling is niet langer essentieel om het pand aan derden tegen te werpen. Dit creëert aanzienlijk meer mogelijkheden om activa als waarborg te gaan verpanden. De pandhouder kan aldus het verpande goed ‘volgen’ waar het zich ook bevindt en hoeft geen rekening te houden met eventuele latere overdrachten (behoudens enkele uitzonderingen). Het tijdstip waarop het pand in dit register wordt ingeschreven, zal de rang van het pand bepalen waardoor rangconflicten eenvoudig kunnen beslecht worden.

Daarnaast wordt het mogelijk om bij ‘registerpand’ - d.i. een geregistreerd pand - de verpande goederen te verkopen, te verhuren of ze zich toe te eigenen ter voldoening van de gewaarborgde schuldvordering en dit zonder tussenkomst van de rechter, tenzij de pandgever een consument is. Het ontwerp bevat daartoe een specifieke procedure, en laat verder toe om de wijze van uitwinnen conventioneel te moduleren. Ingeval de debiteur onwillig zou zijn, kan de pandhouder zich tot de rechter kan wenden teneinde de afgifte van de verpande goederen te bekomen.

De bezitsvereiste bij de inpandgeving van schuldvorderingen blijft nagenoeg ongewijzigd. Net als in de huidige wet komt de inpandgeving tot stand door het sluiten van de overeenkomst, doch kan deze pas aan de schuldenaar worden tegengeworpen nadat deze hem ter kennis werd gebracht of door hem werd erkend.

Het ontwerp regelt ook de duur en beëindiging van de pandovereenkomst. De pandovereenkomst kan voor bepaalde of onbepaalde duur worden aangegaan, en de pandgever kan de overeenkomst beëindigen met een opzeggingstermijn van minstens drie maanden en hoogstens zes maanden. De registratie van het pandrecht vervalt behoudens hernieuwing na tien jaar.

Tot slot worden in de hernieuwde wet nog een aantal, al dan niet noodzakelijke, verduidelijkingen opgenomen. Bij wijze van voorbeeld:

  • Het pand kan toekomstige goederen tot voorwerp hebben;
  • Het pand kan betrekking hebben op een roerend lichamelijk of onlichamelijk goed of een bepaald geheel van dergelijke goederen;
  • De pandgever dient als goed pandgever voor de bezwaarde goederen zorg te dragen;
  • De pandhouder is gerechtigd om op ieder ogenblik de bezwaarde goederen te inspecteren;
  • De pandgever is gerechtigd tot een redelijk gebruik van de in pand gegeven goederen overeenkomstig hun bestemming.

Indien de bezwaarde goederen onroerend worden, laat dit laat het recht van de pandhouder om bij voorrang uitbetaald te worden onverlet.

De toekomstige wetswijziging hertekent het pandrecht. Het huidige formalisme wijkt voor flexibiliteit en conventionele vrijheid, wat de inzetbaarheid van zakelijke zekerheden ten goede komt. Het ontwerp integreert de vroegere veelheid aan bepalingen in één hoofdstuk van het burgerlijk wetboek en schoeit alle soorten pandrechten op dezelfde leest. De oprichting van een nationaal register maakt dat buitenbezitstelling niet langer nodig is voor de tegenstelbaarheid aan derden, en pandverzilvering wordt mogelijk zonder rechterlijke machtiging of voorafgaand beslag. Zo wordt het mogelijk om een specifiek roerend goed van de debiteur - bv. een wagen - in ‘onderpand’ te nemen zonder dat een fysieke afgifte van deze wagen noodzakelijk is. Ingeval de debiteur nalaat om te betalen wordt het mogelijk om de wagen bijvoorbeeld te laten verkopen in betaling van de schuld en dit zonder rechtelijke tussenkomst en ongeacht de eventuele, latere rechten van derden op deze wagen (behoudens uitzonderingen). Het pand op de handelszaak verliest tot slot haar specifieke statuut en gaat op in de algemene regelgeving en dito publiciteitsregels.

 

 

 

 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.