WCO-procedures – ligt de hoedanigheid van ‘buitengewoon schuldeiser’ voor het grijpen ?

WCO-procedures – ligt de hoedanigheid van ‘buitengewoon schuldeiser’ voor het grijpen ?

De kans is groot dat u als ondernemer al eens geconfronteerd werd met een schuldenaar die bij de rechtbank van koophandel een gerechtelijke reorganisatie aanvraagt (een zgn. “WCO-procedure”).

Wanneer de rechtbank de procedure van gerechtelijke reorganisatie open verklaart, zal zij meteen ook een termijn bepalen gedurende dewelke de schuldenaar beschermd is tegen zijn schuldeisers. Tijdens deze periode van opschorting  kunnen de schuldeisers geen uitvoeringsmaatregelen treffen of aansturen op het faillissement van de schuldenaar.

Bij het meest voorkomende type van gerechtelijk reorganisatie - de gerechtelijke reorganisatie via een collectief akkoord -  dient de schuldenaar een reorganisatieplan uit te werken, waarin hij beschrijft hoe hij zijn onderneming terug rendabel zal maken. In dit reorganisatieplan zal de schuldenaar ook verduidelijken hoe hij het historisch opgebouwd passief ziet aan te zuiveren. Het reorganisatieplan zal haast altijd voorzien in een gedeeltelijke kwijtschelding van schulden en in afbetalingstermijnen voor een duur van maximum vijf jaar.

De schuldeisers zullen vervolgens stemmen over het reorganisatieplan. Alleen wanneer het plan een dubbele meerderheid behaalt (de meerderheid van de schuldeisers moet het plan goedkeuren en deze schuldeisers moeten ook minstens de helft van de schuldmassa vertegenwoordigen) kan het voor homologatie aan de rechtbank van koophandel voorgelegd worden. Als deze dubbele meerderheid bereikt wordt, dan kan de rechtbank de homologatie niet weigeren, behoudens wanneer de pleegvormen niet werden nageleefd of wanneer het plan de openbare orde zou schenden.

Zo kan aan sommige schuldeisers een gedeeltelijke kwijtschelding van hun schuldvordering opgedrongen worden: zij stemden tegen het reorganisatieplan, maar een meerderheid van de schuldeisers heeft vóór gestemd. Dit kan voor de schuldeiser in kwestie een bittere pil zijn, wetende dat het reorganisatieplan een schuldvermindering tot maximaal 85% kan opleggen.

De wetgever maakt evenwel een onderscheid tussen ‘gewone’ en ‘buitengewone’ schuldeisers in de opschorting. De buitengewone schuldeisers worden omschreven als elke persoon wiens schuldvordering in de opschorting gewaarborgd word door een bijzonder voorrecht of een hypotheek, of die schuldeiser-eigenaar is. De ‘gewone’ schuldeisers zijn alle andere schuldeisers in de opschorting.

In een eerder artikel (zie artikel "WCO’s – schuldeisers niet altijd buitenspel", Bram Stragier) lichtten, wij reeds het grote voordeel van het statuut van “buitengewoon schuldeiser in de opschorting” toe: aan buitengewone schuldeisers kan hoogstens een uitstel van betaling voor een periode van maximum 24 maanden opgelegd worden, en dus geen schuldvermindering.

Het komt er dus op aan om als schuldeiser van een schuldenaar in gerechtelijke reorganisatie te kwalificeren als “buitengewoon schuldeiser in de opschorting”. Een recent arrest van het Grondwettelijk Hof van 6 oktober 2016 leert dat dit op een vrij eenvoudige manier kan.

Een schuldeiser had in de overeenkomst met een (verbonden) schuldenaar een pand bedongen op alle “bestaande en toekomstige” schuldvorderingen die volgen uit de activiteiten van de schuldenaar. 

Enige tijd later wordt de schuldenaar toegelaten tot de gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord. In het reorganisatieplan wordt de ene schuldeiser met het pand op de schuldvorderingen van de debiteur beschouwd als een ‘buitengewone schuldeiser’.  Terwijl alle andere ‘gewone’ schuldeisers een inkorting t.b.v. 85% van hun schuldvordering te verwerken kregen, behield deze (verbonden) schuldeiser zijn volledige schuldvordering. De rechtbank van koophandel die het plan diende te homologeren, had bedenkingen bij deze gang van zaken en legde de kwestie voor aan het Grondwettelijk Hof.

Het Grondwettelijk Hof ziet geen schending van de Grondwet en bevestigt dat een schuldvordering waarvan de betaling is gewaarborgd door een pand weldegelijk een buitengewone schuldvordering in de opschorting is. De verbonden schuldeiser moet dus behandeld worden als een buitengewone schuldeiser in de opschorting.

Het is interessant om op te merken dat in deze zaak het pand van de schuldeiser geen concreet omschreven actief als voorwerp had, noch dat er een rechtstreekse band was tussen de gewaarborgde schuldvordering en het onderpand. Het pand sloeg op de “bestaande en toekomstige” schuldvorderingen van debiteur, dewelke dus evengoed hypothetisch konden blijven. Het Hof ziet hierin geen graten en verklaart dat een schuldeiser met een dergelijk pand als een bevoorrechtte schuldeiser in de opschorting moet worden aangemerkt.

Dit arrest creëert mogelijkheden: het volstaat blijkbaar om als schuldeiser een pand te bedingen op bestaande en/of toekomstige schuldvorderingen om als buitengewoon schuldeiser in de opschorting te kwalificeren. Het Hof eindigt evenwel met een overweging die de limieten van een dergelijke oefening lijkt te stellen: indien het verschil in behandeling tussen een dergelijke, pandhoudende schuldeiser en een schuldeiser zonder een dergelijk pand, bij de totstandkoming en de stemming van het plan concreet zou leiden tot een verschil in behandeling tussen de gewone schuldeisers in de opschorting en de buitengewone schuldeisers in de opschorting dat niet redelijk verantwoord is, kan de homologatie van het plan geweigerd worden wegens schending van de openbare orde.

Het reorganisatieplan zal nagenoeg altijd voorzien in een gedeeltelijke kwijtschelding van bepaalde schulden. Aan de buitengewone schuldeisers in de opschorting kan evenwel geen schuldvermindering opgedrongen worden. Volgens dit arrest van het Grondwettelijk Hof kan een vooruitziende schuldeiser zichzelf de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting toe-eigenen, door vóór de procedure van gerechtelijke reorganisatie in de overeenkomst met zijn schuldenaar een pand te bedingen op alle bestaande en toekomstige schuldvorderingen uit de handelsactiviteit van de schuldenaar.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.