Vrijstelling roerende voorheffing groepsdividenden: ruimte voor optimalisatie via nettodecretering!

Vrijstelling roerende voorheffing groepsdividenden: ruimte voor optimalisatie via nettodecretering!

België voorziet onder voorwaarden in een vrijstelling van de roerende voorheffing voor dividenden uitgekeerd door een 'dochtervennootschap' aan haar 'moedervennootschap'. Deze vrijstelling geldt zowel in een puur binnenlandse context als voor dividenden uitgekeerd door een Belgische dochtervennootschap aan een moedervennootschap in een andere lidstaat van de Europese Unie. Een van de voorwaarden om deze vrijstelling te kunnen genieten is (voor beide gevallen) dat de moedervennootschap een 'minimumdeelneming'  aanhoudt in de dochtervennootschap (op vandaag: deelneming uit hoofde waarvan de dividenden worden betaald ad minimum 10%). Bovendien dient deze minimumdeelneming te worden aangehouden voor een ononderbroken periode van minstens één jaar. Wat wanneer op het moment van de dividenduitkering nog niet is voldaan aan deze minimumhoudperiode van één jaar? Bestaat alsnog de mogelijkheid het vooropgestelde dividend (zonder inhouding van de roerende voorheffing) volledig uit te keren? Over de draagwijdte van de 'minimumhoudperiode' is al heel wat inkt gevloeid, zowel in de rechtspraak als rechtsleer. Gezien het belangrijk impact hiervan voor bepaalde verrichtingen volgt hierna een korte herneming.

Europese Moeder-dochterrichtlijn

De Belgische vrijstelling van de roerende voorheffing voor dividenduitkeringen door 'dochtervennootschappen' aan 'moedervennootschappen' gaat terug op de Europese Moeder-dochterrichtlijn. De Europese Moeder-dochterrichtlijn strekt ertoe deze dividenduitkeringen vrij te stellen van bronbelasting alsook een dubbele belastingheffing van zulke inkomsten op het niveau van de moedervennootschap te elimineren. Op die manier wordt beoogd fiscale obstakels voor grensoverschrijdende samenwerkingen tussen vennootschappen in een Europese context weg te werken, inzonderheid door een dubbele belasting op dergelijke winstuitkeringen te vermijden.

In de Europese Moeder-dochterrichtlijn is voorzien dat de vrijstelling van de roerende voorheffing slechts kan worden toegestaan indien de moedervennootschap een minimumdeelneming aanhoudt in de dochtervennootschap. Het staat de lidstaten echter vrij deze vrijstelling afhankelijk te stellen van een 'minimumhoudperiode' voor deze minimumdeelneming.

Bij de implementatie van de Europese Moeder-dochterrichtlijn heeft de Belgische wetgever ervoor geopteerd de vrijstelling afhankelijk te stellen van een minimumhoudperiode van één jaar; aan deze minimumhoudperiode was voldaan indien de 'moedervennootschap' op het ogenblik van de dividenduitkering de vereiste minimumdeelneming gedurende een onafgebroken periode van ten minste één jaar had behouden. De vrijstelling werd bovendien uitgebreid naar winstuitkeringen tussen Belgische vennootschappen.

Hof van Justitie, arrest Denkavit dd. 17 oktober 1996

In het arrest Denkavit heeft het Europees Hof van Justitie echter de puntjes op de i gezet voor wat betreft deze minimumhoudperiode, ten gevolge waarvan heel wat lidstaten (waaronder België) werden teruggefloten.

Op basis van de tekst van de Richtlijn bevestigde het Hof dat lidstaten de vrijstelling van de roerende voorheffing niet kunnen weigeren indien op het moment van de dividenduitkering de minimumhoudperiode nog niet is verstreken, voor zover die periode nadien nog in acht wordt genomen.

Met betrekking tot dit laatste punt staat het de lidstaten volgens het Hof vrij te bepalen volgens welke modaliteiten de inachtneming van deze minimumhoudperiode kan worden verzekerd.  Het Hof voegt hieraan toe dat de lidstaten niet verplicht zijn de vrijstelling reeds aan het begin van de periode te verlenen zonder de zekerheid te hebben dat zij, indien de minimumhoudperiode niet in acht wordt genomen, de belasting later zullen kunnen innen. Evenmin blijkt volgens het Hof uit de Richtlijn dat de lidstaten de belastingvrijstelling onmiddellijk moeten verlenen wanneer de moedervennootschap zich eenzijdig verbindt tot inachtneming van de minimumhoudperiode.

KB 6 juli 1997

Het Belgisch vrijstellingsregime voor de roerende voorheffing werd door het KB van 6 juli 1997 aangepast aan het arrest Denkavit.

Sinds deze aanpassing is voorzien dat de minimumdeelneming gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar "wordt of werd behouden". De vrijstelling kan dus niet worden geweigerd indien nog niet aan deze minimumhoudperiode is voldaan op het moment van de dividenduitkering.

Door het KB van 6 juli 1997 werden tevens enkele "garanties" voor de inachtneming van deze minimumdeelneming ingeschreven.

(1) attest: bijkomende info

Een van de voorwaarden om de vrijstelling van de roerende voorheffing te kunnen claimen (naast de hoedanigheidsvoorwaarden voor de betrokken vennootschappen, de vereiste minimumdeelneming en de vereiste minimumhoudperiode) is dat de verkrijgende 'moedervennootschap' een attest overhandigt aan de uitkerende 'dochtervennootschap'. Indien op het moment van de dividenduitkering nog niet is voldaan aan de minimumhoudperiode dient dit attest bijkomend volgende gegevens te bevatten:

  • de datum vanaf wanneer ononderbroken de minimumdeelneming wordt aangehouden;
  • de verbintenis dat die minimumdeelneming zal worden behouden tot de bezitsduur van ten minste één jaar wordt bereikt en dat dit feit onmiddellijk ter kennis van de 'dochtervennootschap' zal worden gebracht;
  • de verbintenis dat onverwijld aan de 'dochtervennootschap' zal worden meegedeeld indien voor het einde van de termijn van één jaar de deelneming beneden de minimumgrens is gedaald.
     

(2) verbintenis tot voorlopige inhouding RV

Daarnaast is voorzien dat de 'dochtervennootschap' er zich in dat geval toe dient te verbinden op het ogenblik van de toekenning van de dividenden op die dividenden ten voorlopige titel een bedrag in te houden dat overeenstemt met de roerende voorheffing die daarop in de regel verschuldigd zou zijn, en dit bedrag ten definitieve titel als roerende voorheffing te zullen betalen verhoogd met de eventueel verschuldigde nalatigheidsinteresten, indien niet aan de minimumhoudperiode wordt voldaan.

Volgens de tekst van het K.B. is deze inhoudingsverplichting echter geen vrijstellingsvoorwaarde (i.t.t. onder meer de attestatieverplichting). Bovendien strekt deze verplichting ertoe de uitkerende 'dochtervennootschap' (en bijgevolg de Staat) voldoende garanties te bieden indien niet aan de minimumdeelneming zou worden voldaan; in dat geval dient zij zich immers niet te wenden tot de verkrijgende 'moedervennootschap' tot terugbetaling van het bedrag gelijk aan de verschuldigde roerende voorheffing. 

Bovendien geldt deze inhoudingsverplichting niet indien de 'dochtervennootschap' er zich toe verbindt de roerende voorheffing sowieso te dragen. De roerende voorheffing kan in dat geval immers sowieso worden verhaald op de 'dochtervennootschap' indien niet aan de minimumhoudperiode wordt voldaan.

Dit is het geval bij de nettodecretering van het dividend. Bij de nettodecretering van een dividend kent de 'dochtervennootschap' een nettodividend toe, en verbindt ze er zich toe de roerende voorheffing te zullen dragen. De verkrijgende 'moedervennootschap' ontvangt ten definitieve titel het nettodividend. Indien later blijkt dat niet aan de minimumhoudperiode is voldaan, dient de 'dochtervennootschap' tot betaling van de verschuldigde roerende voorheffing te worden aangesproken en dit op basis van haar verbintenis daartoe op het moment van de dividenduitkering. De 'dochtervennootschap' heeft in dat geval geen verhaalmogelijkheden meer ten aanzien van de verkrijgende 'moedervennootschap'.  Het getuigt van goed bestuur indien de 'dochtervennootschap' in voorkomend geval over voldoende beschikbare middelen beschikt om deze roerende voorheffing alsnog te betalen.

toepassing in concreto

In de praktijk doen zich heel wat situaties voor waarbij op het moment van de dividenduitkering nog niet is voldaan aan de minimumhoudperiode, maar reeds de nood bestaat een bepaald bedrag aan de 'moedervennootschap' uit te keren. In dat geval kan de techniek van de nettodecretering een bijzondere toegevoegde waarde bieden.

Zo kan men denken aan de situatie waarbij een SPV wordt opgericht met oog op overname van de aandelen van een targetvennootschap, waarbij de financiering van deze overname (deels) gebeurt met overtollige liquiditeiten uit de target. De techniek van de nettodecretering laat toe het bedrag aan overtollige liquiditeiten in de target meteen volledig op te stromen naar de SPV via een nettodividend. Daarbij dient de target er zich wel toe te verbinden de roerende voorheffing te dragen; in het licht van goed bestuur komt het aangewezen voor de inschatting te maken of de target de roerende voorheffing in voorkomend geval zal kunnen betalen wanneer blijkt dat niet aan de minimumhoudperiode wordt voldaan.

Ook bij de oprichting van een holdingvennootschap kan het aangewezen zijn de overtollige liquiditeiten in de onderliggende werkvennootschappen meteen maximaal uit te keren, bijvoorbeeld om op korte termijn vanuit de holding de vooropgestelde investerings- en of financieringsprojecten te bewerkstelligen. Ook hier kan de techniek van de nettodecretering toegevoegde waarde bieden.

De vrijstelling van de roerende voorheffing kan niet worden geweigerd indien de minimumhoudperiode op het moment van de dividenduitkering nog niet is verstreken. In dat geval laat de techniek van de nettodecretering bovendien toe via een nettodividend maximaal middelen op te stromen naar de 'moedervennootschap' zonder de verplichting tot voorlopige inhouding van de roerende voorheffing. De 'dochtervennootschap' gaat immers bij de uitkering van het nettodividend de verbintenis aan de roerende voorheffing sowieso te dragen... een goed bestuur vergt hierbij de inschatting of de 'dochtervennootschap' de verschuldigde roerende voorheffing in voorkomend geval zal kunnen betalen.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.