VRIJSTELLING ONROERENDE VOORHEFFING RUSTHUIZEN E.A. - FISCUS STUURT STANDPUNT BIJ INZAKE HET GEBREK AAN WINSTOOGMERK !

VRIJSTELLING ONROERENDE VOORHEFFING RUSTHUIZEN E.A. - FISCUS STUURT STANDPUNT BIJ INZAKE HET GEBREK AAN WINSTOOGMERK !

De onroerende goederen die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerk heeft bestemd voor het openbaar uitoefenen van een eredienst, of van de vrijzinnige morele dienstverlening voor onderwijs, voor het vestigen van hospitalen, klinieken, dispensaria, rusthuizen, vakantiehuizen voor kinderen of gepensioneerden, of van andere soortgelijke weldadigheidsinstellingen kunnen genieten van de vrijstelling onroerende voorheffing (art. 253, 1° WIB 92 juncto artikel 12 §1 WIB 92). Voor deze vrijstelling dient er aan twee voorwaarden te zijn voldaan; het gebrek aan winstoogmerk en het bestaan van een zogenaamde filantropische bestemming. Over beide voorwaarden is al heel wat inkt gevloeid in de rechtspraak en de rechtsleer. Naar aanleiding van twee cassatiearresten van 19 oktober 2012 heeft de fiscus alvast haar standpunt inzake de voorwaarde met betrekking tot het gebrek aan winstoogmerk moeten bijsturen in een circulaire (Circulaire nr. Ci.RH.222/628.711 dd. 01/07/2013).

Gebrek aan winstoogmerk – bij de eigenaar of de huurder

Het twistpunt met betrekking tot het gebrek aan winstoogmerk gaat ondermeer over de vraag in wiens hoofde het gebrek aan winstoogmerk moet zijn vervuld. Deze discussie rees voornamelijk wanneer het onroerend goed door de weldadigheidsinstelling, bv een VZW, wordt gehuurd van een vennootschap. Deze vennootschap kwalificeert in de meeste gevallen niet als een (soortgelijke) weldadigheidsinstelling en het betrokken onroerend goed genereert voor de vennootschap huurinkomsten. Vraag is dan of de voorwaarde van het gebrek aan winstoogmerk bij het bestemmen van het betrokken onroerend goed moet zijn vervuld zowel in hoofde van de eigenaar (“belastingplichtige”) als in hoofde van de huurder (“bewoner”) (de cumulatieve interpretatie) of enkel in hoofde van de persoon die het onroerend goed bestemt voor het liefdadigheidsdoel (de alternatieve interpretatie). De Vlaamse Belastingdienst heeft steeds het standpunt ingenomen dat de voorwaarde van het gebrek aan winstoogmerk bij het bestemmen van het onroerend moet zijn vervuld in hoofde van zowel de eigenaar als de huurder. Dit standpunt is opmerkelijk. De wet is immers duidelijk in de andere zin. Daarin wordt bepaald: “Vrijgesteld zijn de inkomsten van onroerende goederen (…) die een belastingplichtige of een bewoner zonder winstoogmerken heeft bestemd (…)” (artikel 12 §1 WIB 92). Het komt ons voor dat deze wettekst slechts voor één lezing vatbaar is en geen ruimte laat voor interpretatie: in de wet staat immers duidelijk vermeld dat de betrokken voorwaarde moet zijn vervuld bij de belastingplichtige “of” de bewoner. Ondanks de duidelijke wettekst bleef ook de rechtspraak op dit punt verdeeld, zelfs op het niveau van de hoven van beroep.

Het Hof van Cassatie heeft uiteindelijk de kans gehad zich hierover uit te spreken (Cass. 19 oktober 2012 – twee arresten). Volgens Cassatie moet de afwezigheid van winstoogmerk altijd beoordeeld worden in hoofde van diegene die het goed voor het voornoemde specifieke doel aanwendt of bestemt. Dit kan de eigenaar zijn of de huurder. Vereist is wel dat beide voorwaarden, de afwezigheid van winstoogmerk en de bestemming tot het specifiek doel in hoofde van dezelfde persoon verenigd moeten zijn. Wanneer het betrokken onroerend goed aldus door de eigenaar wordt verhuurd aan de bewoner die het goed zonder winstoogmerk aanwendt voor één van de in artikel 12 §1 voorziene doeleinden, dan vormt de betaling van de huur geen beletsel voor de toekenning van de vrijstelling van de onroerende voorheffing. Cassatie opteert dus voor de alternatieve interpretatie.

In de circulaire van 1 juli 2013 verlaat de fiscale administratie gezien de cassatierechtspraak haar standpunt en bevestigt zij dat de afwezigheid van winstoogmerk niet cumulatief aanwezig moet zijn in hoofde van diegene – bewoner of belastingplichtige – die aan het onroerend goed of deel van het onroerend goed de bijzondere bestemming geeft die de wet vereist. De administratie erkent thans dat een handelsvennootschap een huurprijs mag ontvangen voor de verhuring van een gebouw aan een VZW die het bestemt voor bij voorbeeld de uitbating van een rusthuis.

Over de invulling van het begrip “gebrek aan winstoogmerk”

Het Hof van Cassatie heeft in zijn voornoemde cassatiearresten tevens het begrip “gebrek aan winstoogmerk” nader gedefinieerd. Volgens het Hof van Cassatie is vereist dat de voordelen behaald uit het onroerend goed werkelijk en uitsluitend gebruikt worden voor de instandhouding en de uitbreiding van de activiteiten die verband houden met het weldadigheidsdoel bedoeld in artikel 12 §1 WIB 92. Noteer dat volgens Cassatie het voordeel ook mag worden besteed aan de instandhouding en de uitbreiding van activiteiten die verband houden met het liefdadigheidsdoel op andere locaties dan het onroerend goed waaruit het voordeel wordt gehaald.

In de circulaire is evenzeer aandacht voor de draagwijdte van de cassatiearresten inzake het begrip “bestemming zonder winstoogmerk”. In de circulaire worden inzonderheid de volgende handelingen opgesomd die volgens de administratie van die aard zijn dat ze de afwezigheid van winstoogmerk uitsluiten: - De uitkering van dividenden tijdens het jaar waarvoor vrijstelling wordt gevraagd of het aanwenden van winsten voor de verrijking of het persoonlijk comfort van geranten/zaakvoerders of ten voordele van derden; - Het reserveren van winsten in het jaar waarvoor vrijstelling wordt gevraagd.

Het betreft volgens de circulaire situaties die van die aard zijn “dat ze praktisch een systematische weigering van de aanvraag zullen teweegbrengen”. Op dit punt is de circulaire voor kritiek vatbaar; zo kan immers in concreto worden aangetoond dat de reserves werkelijk en uitsluitend gebruikt worden voor de instandhouding en de uitbreiding van de activiteiten die verband houden met het weldadigheidsdoel. Een systematische weigering van de vrijstelling komt dan onrechtmatig voor. Voor VZW’s, waarover het in de praktijk toch meestal zal gaan, dient volgens de circulaire de geconsolideerde toestand te worden onderzocht. Ter illustratie verwijst de circulaire naar een arrest van het hof van beroep van Gent van 7 april 2009. In dat arrest oordeelde het hof dat de reserves, opgebouwd door een VZW die een onroerend goed aanwendt als rusthuis en er bepaalde opbrengsten uit behaalt die zij gebruikt voor het ontwikkelen van haar activiteiten (betreffende dienstencentra, serviceflats, centra voor kort verblijf, etc.), geen voordelen zijn die bewijzen dat er winstoogmerk wordt nagestreefd. Deze overschotten worden volgens het hof niet behaald met als doel geld bijeen te brengen of geld te winnen, maar uitsluitend om de instellingen beheerd door de VZW blijvend te kunnen exploiteren (Gent 7 april 2009, Fiscoloog 2009, afl. 1174, p. 13).

Anderzijds wordt in de circulaire gesteld dat een verlieslatende uitbating niet van die aard is dat automatisch vrijstelling kan worden verleend. Een verlieslatende uitbating is volgens de administratie slechts een aanwijzing die de administratie toelaat de beslissing in de ene of de andere zin te oriënteren.

Naar aanleiding van twee cassatiearresten van 19 oktober 2012 inzake de vrijstelling onroerende voorheffing voor rusthuizen e.a. heeft de fiscus haar standpunt inzake de voorwaarde met betrekking tot het gebrek aan winstoogmerk moeten bijsturen. In een circulaire bevestigt zij thans dat de afwezigheid van winstoogmerk niet cumulatief aanwezig moet zijn in hoofde van diegene – bewoner of belastingplichtige – die aan het onroerend goed of deel van het onroerend goed de bijzondere bestemming geeft die de wet vereist (Circulaire nr. Ci.RH.222/628.711 dd. 01/07/2013). De circulaire lijkt evenwel voor kritiek vatbaar daar waar zij bepaalde situaties bestempelt als zijnde van die aard dat ze praktisch een systematische weigering van de aanvraag tot vrijstelling onroerende voorheffing zullen teweegbrengen doordat niet voldaan is aan de voorwaarde van het gebrek aan winstoogmerk. Daarover zal ongetwijfeld discussie blijven bestaan…

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.