Vlaams gunstregime voor familiebedrijven na integratie in Vlaamse codex fiscaliteit: een stand van zaken

Vlaams gunstregime voor familiebedrijven na integratie in Vlaamse codex fiscaliteit: een stand van zaken

Met ingang van 1 januari 2015 werd de dienst inzake de geregionaliseerde schenkings- en successierechten overgedragen aan het Vlaamse Gewest; het Vlaamse Gewest is voortaan bevoegd voor het vaststellen, controleren en innen van deze belastingen. Het decreet van 19 december 2014 tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 voorziet hiertoe in de integratie van de geregionaliseerde successie- en registratierechten in de Vlaamse Codex Fiscaliteit, dit is met inbegrip van het Vlaams gunstregime voor familiebedrijven in de schenking- en erfbelasting. Naar aanleiding hiervan werd aan het bestaande gunstregime voor familiebedrijven gesleuteld, inzonderheid voor wat betreft de formele toepassingsvoorwaarden. Een hervorming of verduidelijking van bepaalde heikele topics, zoals het standpunt van de Vlaamse belastingdienst inzake de zogenaamde 'managementvennootschappen', bleef echter uit. 


Vlaams gunstregime voor familiebedrijven - ratio legis


Om de continuïteit van familiebedrijven, en de daarmee gepaard gaande tewerkstelling, niet in gevaar te brengen door hoge successie- of schenkingsrechten en/of een gebrek aan een goed voorbereide opvolging (door geen of een te late overdracht van de benodigde ervaring, know how en contacten) werd eind de jaren negentig voor familiebedrijven een gunstregime in de schenkings- en successierechten ingevoerd.

In de loop van de jaren heeft dit gunstregime voor familiebedrijven heel wat wijzigingen ondergaan. De basisdoelstelling bleef steeds dezelfde (i.e. de continuïteit van familiebedrijven bevorderen), maar de manier waarop werd ingevolge het wijzigend beleid ter zake meermaals bijgestuurd.


Vlaams gunstregime voor familiebedrijven - wetshistoriek 

Door de Bijzondere Financieringswet van 16 januari 1989 werden de successierechten alsook welbepaalde registratierechten, onder meer de schenkingsrechten, gewestbelastingen. Voortaan zijn de Gewesten bevoegd om met betrekking tot deze belastingen de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de eventuele vrijstellingen ervan te bepalen.

De Vlaamse decreetgever maakte van deze bevoegdheid gebruik om voor familiebedrijven te voorzien in een gunstregime in de Vlaamse successierechten alsook om het bestaande federale gunstregime voor familiebedrijven in de Vlaamse schenkingsrechten nieuw leven in te blazen.

Zoals hierboven reeds aangestipt werd het Vlaams gunstregime voor familiebedrijven doorheen de jaren verschillende malen gewijzigd. De laatste hervorming van het Vlaams gunstregime voor familiebedrijven vond ingang op 1 januari 2012, en betekende een copernicaanse omwenteling in vergelijking met het voorgaande regime. Zo wordt de schenking van een familiebedrijf voortaan vrijgesteld van schenkingsrechten waar voorheen een vlak tarief van 2% gold. De vererving van familiebedrijven kan voortaan niet meer vrij van successierechten, maar wordt onderworpen aan een vlak tarief in de successierechten van 3% of 7%. Ook de draagwijdte en toepassingsvoorwaarden voor het Vlaams gunstregime voor familiebedrijven werden grondig gewijzigd; zo komen onder meer schuldvorderingen ten aanzien van familiebedrijven niet langer in aanmerking voor het gunstregime.

Met ingang van 1 januari 2015 werd de dienst inzake de geregionaliseerde schenkings- en successierechten overgedragen aan het Vlaamse Gewest, naar aanleiding waarvan de geregionaliseerde schenkings- en successierechten, inclusief het Vlaams gunstregime voor familiebedrijven, werden geïncorporeerd in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. De formele voorwaarden voor de toepassing van het gunstregime voor familiebedrijven werden hierbij gewijzigd, alsook werden de materiële toepassingsvoorwaarden in overeenstemming gebracht met de administratieve praktijk. Deze wijzigingen betreffen echter geen grondige hervorming van het gunstregime; zo wordt geen afbreuk gedaan aan de hervorming met ingang van 1 januari 2012. De decreetgever laat bovendien de kans liggen om duidelijkheid te scheppen over heikele topics zoals het standpunt van de Vlaamse belastingdienst inzake de zogenaamde 'managementvennootschappen'.


Vlaamse Codex Fiscaliteit - algemeen: herformulering basisbegrippen

Bij de integratie van de geregionaliseerde registratie- en successierechten in de Vlaamse Codex Fiscaliteit werd transparantie, gelijkvormigheid en vereenvoudiging van de Vlaamse fiscale regelgeving beoogd. Hiertoe werden een aantal basisbegrippen geherformuleerd met oog op taalkundige stroomlijning en vereenvoudiging.

Zo is registratiebelasting in het Vlaamse Gewest voortaan de verzamelterm voor de schenkingbelasting, het verkooprecht, het verdeelrecht en het recht op hypotheekvestiging. Erfbelasting is er voortaan de verzamelterm voor successierechten en het recht van overgang.

Het begrip 'partner' wordt ingevoerd als verzamelterm voor gehuwden, wettelijk samenwonenden en feitelijk samenwonenden zoals gedefinieerd in artikel 1.1.0.0.2. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.


Vlaamse Codex Fiscaliteit - Vlaams gunstregime voor familiebedrijven

Ook het gunstregime voor familiebedrijven ondervond enkele wijzigingen bij de integratie ervan in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (zie: artikels 2.8.6.0.3. t.e.m. 2.8.6.0.7., 3.12.3.0.1., 2.7.4.2.2. t.e.m. 2.7.4.2.4. en 3.3.1.0.8. V.C.F.).


Vlaams gunstregime in de schenking- en erfbelasting

Overeenkomstig voormelde herformulering van het begrippenapparaat dient thans over het Vlaams gunstregime voor familiebedrijven in de schenking- en erfbelasting te worden gesproken.


formele toepassingsvoorwaarden - afschaffing verplicht voorafgaandelijk attest

Tot voor 1 januari 2015 bestond de verplichting voorafgaand aan een schenking waarbij men de toepassing van het Vlaams gunstregime beoogde een attest aan te vragen bij de Vlaamse belastingdienst. De Vlaamse belastingdienst toetste voorafgaandelijk of aan de voorwaarden voor de toepassing van het gunstregime was voldaan, en leverde al dan niet een positief attest af.

Naar aanleiding van de overname van de dienst door het Vlaamse Gewest wordt de verplichting voorafgaandelijk een attest bij de Vlaamse belastingdienst aan te vragen alsook de bezwaarprocedure in dat verband geschrapt. Voortaan is de Vlaamse belastingdienst immers bevoegd om de belasting vast te stellen, te controleren en te innen en bijgevolg op dat moment te beoordelen welk regime van toepassing is. 

Thans dient in de schenkingsakte of de aangifte nalatenschap te worden verzocht om de toepassing van de vrijstelling van schenkingsrechten respectievelijk het verlaagd tarief in de successierechten. Hiertoe dienen de nodige bewijsstukken te worden overgemaakt aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.

Wel bestaat nog de vrijblijvende mogelijkheid een voorafgaandelijk attest aan te vragen bij de Vlaamse Belastingdienst. ). De Vlaamse belastingdienst oordeelt in dat geval op basis van de aangereikte gegevens op het moment van het verzoek, en dat binnen de 60 dagen na ontvangst van het verzoek om een attest.

Op basis van dergelijk voorafgaandelijk attest kan de inschatting worden gemaakt welk regime in de schenking- en erfbelasting van toepassing is. Zo kan men op die manier onder meer vermijden dat een schenkingsakte voor Belgisch notaris wordt verleden, waarna bij registratie de vrijstelling wordt geweigerd en schenkingsrechten ad 3% (in rechte lijn) worden gevestigd. Het attest vormt echter slechts een leidraad; de toepassingsvoorwaarden voor de vrijstelling worden immers opnieuw gecontroleerd op het moment van de schenking hetgeen weinig problematisch is indien de tijdspanne tussen attest en schenking miniem is.


materiële toepassingsvoorwaarden - verduidelijkingen en toevoegingen conform administratieve praktijk

De decreetgever heeft bovendien van de gelegenheid gebruik gemaakt te voorzien in enkele wijzigingen met betrekking tot de materiële toepassingsvoorwaarden voor het gunstregime voor familiebedrijven. Deze wijzigingen betreffen enkele verduidelijkingen en toevoegingen, telkens in navolging op de reeds bestaande administratieve praktijk in dit verband.

Naast activa beroepsmatig geïnvesteerd in een familiale onderneming komen tevens aandelen in een familiale vennootschap in aanmerking voor het gunstregime in de schenking- en erfbelasting. Voormelde wijzigingen ingevolge de incorporatie in de Vlaamse Codex Fiscaliteit hebben inzonderheid betrekking op de voorwaarden waaronder aandelen in een familiale vennootschap in aanmerking komen voor de toepassing van het gunstregime, zijnde de participatievoorwaarde, de activiteitsvoorwaarde en de continuïteitsvoorwaarde.

(1)  inzake de participatievoorwaarde

- Enkel aandelen in 'familiale' vennootschappen komen in aanmerking voor het gunstregime in de schenking- en erfbelasting. Het familiaal karakter van een vennootschap wordt bepaald door het aandeelhouderschap in de vennootschap, i.e. een bepaald minimum percentage van de aandelen dient te worden aangehouden door de schenker of erflater en zijn familie.

In principe wordt vereist dat de schenker of erflater op het moment van de schenking of overlijden minstens 50% van de aandelen in de familiale vennootschap aanhoudt, eventueel samen met 'familie'. Bovendien is voorzien dat in een familiale vennootschap maximaal drie families in het aandeelhouderschap kunnen betrokken zijn op voorwaarde dat de schenker of erflater en zijn familie minimum 30% van de aandelen aanhouden.

- Thans wordt in de Vlaamse Codex Fiscaliteit uitdrukkelijk bepaald dat aandelen van rechtspersonen niet in aanmerking komen om te worden samengeteld met de aandelen van de betrokken schenker of erflater in het kader van de participatievoorwaarde.

In de Memorie van Toelichting bij het decreet van 19 december 2014 wordt gesteld dat dit een loutere verduidelijking van de huidige praxis en dus geen nieuwe inhoudelijke bepaling betreft. De Vlaamse belastingdienst nam in haar omzendbrief dd. 20 juli 2012 immers dit standpunt reeds in, weliswaar zonder dat dit op dat moment uitdrukkelijk in de wet werd bepaald. Aan de betwisting van dit standpunt van de administratie wordt dan ook een eind gemaakt door de wettelijke verankering ervan.

Het (gedeeltelijk) tussenschuiven van een (houdster-)vennootschap door de schenker of erflater alsook door familieleden of andere aandeelhouders kan bijgevolg een nadelig impact hebben voor de natuurlijke persoon - aandeelhouder van een familiale vennootschap.

- In het kader van de participatievoorwaarde komen bij het bepalen van de 'familie van de erflater/schenker of aandeelhouder' voortaan (naast partner, descendenten en/of hun partner, ouders, broers en zussen en/of hun partner) ook de kinderen van broers en/of zussen in aanmerking, ongeacht of die broers en/of zussen vooroverleden zijn.

Hiertoe wordt het woord 'vooroverleden' geschrapt om zo tegemoet te komen aan een onrechtvaardigheid in de praktijk; de Memorie van Toelichting haalt hiertoe het voorbeeld aan van grotere families (met meer dan drie kinderen) waar mogelijks niet alle broers en/of zussen van het gunstregime konden genieten indien een deel van de aandelen reeds in handen was van de kinderen van hun broers en/of zussen (bvb. ingevolge een eerdere schenking) zonder dat hun broers en/of zussen vooroverleden waren.

Het begrip 'familie' blijft evenwel (jammer genoeg) een beperkte draagwijdte behouden; zo komen bijvoorbeeld familiebedrijven in handen van neven en nichten niet in aanmerking voor het gunstregime.

- Voorts wordt in de Vlaamse Codex Fiscaliteit verduidelijkt dat bij de beoordeling van de grens van 30% in het kader van de participatievoorwaarde bij de aandelen van de schenker of erflater tevens de aandelen van zijn/haar familie mogen worden gerekend. In de voorgaande tekst werd dit, wellicht uit slordigheid, niet vermeld daar waar dit wel werd vermeld voor de beoordeling van de grens van 50%. Deze toepassing van de participatievoorwaarde werd reeds door de administratie (in haar omzendbrief) onderschreven, en wordt nu uitdrukkelijk wettelijk bepaald. 

(2)  inzake de activiteitsvoorwaarde

- Enkel de aandelen in een 'familiale vennootschap' kunnen worden geschonken en vererfd met toepassing van het gunstregime in de schenking- en erfbelasting. Bij de beschrijving van welke vennootschappen als een 'familiale vennootschap' kwalificeren beoogt de decreetgever uitsluitend, net zoals voor familiale ondernemingen, familiale vennootschappen die een economische (maatschappelijke) ondernemingswaarde genereren in aanmerking te laten komen voor het gunstregime.

Tot verwezenlijking van voormelde doelstelling voorziet de wettekst inzonderheid dat enkel in volgende twee gevallen een vennootschap als 'familiale vennootschap' kwalificeert voor de toepassing van het gunstregime.

1) Als 'familiale vennootschappen' kwalificeren vooreerst de vennootschappen die een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouwactiviteit of vrij beroep tot doel hebben en uitoefenen.

Deze activiteiten moeten zowel in de statutaire doelomschrijving zijn opgenomen als daadwerkelijk worden uitgeoefend.

Zo kwalificeren passieve holdings en zuivere beleggingsvennootschappen in eerste instantie bijgevolg niet als familiale vennootschap bij gebreke aan uitoefening van voormelde activiteiten. Ook bepaalde managementvennootschappen voldoen volgens de Vlaamse belastingdienst niet aan deze voorwaarde en kwalificeren bijgevolg niet als familiale vennootschap; zoals hierna verder uiteengezet is dit standpunt van de administratie echter voor discussie vatbaar bij gebreke aan wettelijke grondslag daartoe.

2) Daarnaast worden passieve holdings toch gekwalificeerd als 'familiale vennootschap' indien ze een voldoende grote, rechtstreekse participatie aanhouden in een actieve dochtervennootschap. In dat geval komen de aandelen van de passieve holding, die alsnog kwalificeert als 'familiale vennootschap', slechts in beperkte mate in aanmerking voor het gunstregime.

Deze vennootschappen worden echter alsnog uitgesloten van de kwalificatie als 'familiale vennootschap' indien ze geen 'reële economische activiteit' hebben. Hiertoe wordt voorzien in een weerlegbaar vermoeden dat inzonderheid tot doel heeft patrimoniumvennootschappen uit te sluiten van het gunstregime; voor 'passieve holdings' wordt dit op geconsolideerd niveau beoordeeld.

- Bij de incorporatie in de Vlaamse Codex Fiscaliteit werd aan de definitie van 'familiale vennootschap', op subtiele wijze, toegevoegd dat de vennootschap niet alleen een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouwactiviteit of vrij beroep tot doel moet hebben maar dit ook dient uit te oefenen. Op die manier wordt het administratief standpunt inzake de draagwijdte van het begrip 'tot doel hebben' nu ook wettelijk verduidelijkt.

- De parameters voor het weerlegbaar vermoeden inzake de 'activiteitsvoorwaarde', i.e. de begrippen 'terreinen en gebouwen', 'bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen' en 'totaal actief', worden uitdrukkelijk in de Vlaamse Codex Fiscaliteit gedefinieerd.

Voorheen bepaalde het uitvoeringsbesluit van 2 maart 2012 wat onder deze parameters diende te worden begrepen door verwijzing naar specifieke posten in de balans en resultatenrekening. Thans wordt op meer algemene wijze door de wet verwezen naar de 'gelijknamige post' in de balans of resultatenrekening. 

(3)  inzake de continuïteitsvoorwaarde

- Tot behoud van de vrijstelling van schenkingsrechten of het verlaagd tarief in de successierechten dienen gedurende drie jaar na de datum van de schenkingsakte of de datum van overlijden van de erflater aan een aantal voorwaarden te worden voldaan.

- Zo dient gedurende deze periode bij voortduur ononderbroken aan de activiteitsvoorwaarde te worden voldaan. In de Vlaamse Codex Fiscaliteit is ter zake thans te lezen dat 'een activiteit van de familiale vennootschap zonder onderbreking [moet worden] voortgezet'. Door de toevoeging van het woord "een" voor "activiteit" lijkt de decreetgever, in overeenstemming met de administratieve praktijk ter zake, te willen onderstrepen dat volstaat dat de familiale vennootschap ononderbroken een "reële economische activiteit tot doel" heeft zonder dat daarbij is vereist dat dezelfde activiteit als op het moment van de schenking of vererving wordt voortgezet. Over de toevoeging van het woordje "een" wordt echter geen bijkomende toelichting gegeven in de parlementaire stukken.

Deze continuïteitsvoorwaarde geldt tevens voor de schenking of vererving van activa geïnvesteerd in een familiale onderneming, en ook hier werd voormelde verfijning toegevoegd in de Vlaamse Codex Fiscaliteit. In de Vlaamse Codex Fiscaliteit staat thans te lezen dat 'een activiteit van de familiale onderneming zonder onderbreking [moet worden] voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van [de schenkingsakte of het overlijden van de erflater]'.  

- Na verloop van termijn van drie jaar na de datum van de authentieke akte of het overlijden controleert de bevoegde entiteit of aan voormelde voorwaarden tot behoud van de toepassing van het gunstregime is voldaan. De begiftigden of verkrijgers kunnen tevens zelf melden aan de bevoegde instanties dat niet langer aan de continuïteitsvoorwaarden is voldaan.


Vlaamse Codex Fiscaliteit - activiteitsvoorwaarde niet verder verduidelijkt

In de praktijk blijkt dat de Vlaamse belastingadministratie meent zogenaamde 'managementvennootschappen' niet te kunnen kwalificeren als 'familiale vennootschap' bij gebreke aan het tot doel hebben en uitoefenen van een nijverheids-, handels-, ambachts-, landbouwactiviteit of vrij beroep. Dit lijkt inzonderheid 'managementvennootschappen' te betreffen met slechts een beperkt aantal uitgaande facturatiestromen en een beperkte omkadering (eigen personeel, hoofdkwartier e.d.); ook van 'intragroepsdiensten' door de 'managementvennootschap' is er deze gevallen geen of weinig sprake.

Dit standpunt van de Vlaamse belastingdienst gaat wellicht terug op de Memorie van Toelichting bij het Programmadecreet van 23 december 2011. Er wordt beoogd enkel vennootschappen die een maatschappelijke ondernemingswaarde creëren te laten genieten van het gunstregime voor familiebedrijven. De Memorie van Toelichting preciseert vervolgens dat het niet de bedoeling is om private personen die hun privaat patrimonium in vennootschappen onderbrengen (de zogenaamde 'patrimoniumvennootschappen') van de gunstmaatregel te  laten meegenieten. Met één zinsnede wordt daaraan toegevoegd dat managementvennootschappen in elk geval niet in aanmerking komen voor het gunstregime; verdere toelichting wordt hierbij niet gegeven in de Memorie van Toelichting.

Ook de wettekst is op dit punt onduidelijk; in de wet wordt immers niet voorzien in een uitsluiting van zoiets als 'managementvennootschappen'. Het begrip 'managementvennootschap' is overigens geen juridische term an sich. De wettelijke basis tot het uitsluiten van (welbepaalde) 'managementvennootschappen' an sich is ons inziens dan ook niet voorhanden. Dergelijke managementvennootschap hebben wel degelijk de uitoefening van een economische activiteit tot doel, zijnde het verstrekken van managementvennootschappen.

Jammer genoeg heeft de decreetgever naar aanleiding van de incorporatie van het Vlaams gunstregime in de Vlaamse Codex Fiscaliteit nagelaten hier verdere duidelijkheid omtrent te scheppen door een aanpassing van de wetgeving. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.