VERLENGING VAN DE VERJARINGSTERMIJN IN BTW – WANNEER KAN DE FISCUS NOG BIJKOMEND ONDERZOEK VERRICHTEN?

VERLENGING VAN DE VERJARINGSTERMIJN IN BTW – WANNEER KAN DE FISCUS NOG BIJKOMEND ONDERZOEK VERRICHTEN?

De vordering tot voldoening van de btw verjaart naar gelang het geval na drie of na zeven jaar. De driejarige verjaringstermijn is de gewone termijn. De zevenjarige termijn is de termijn van toepassing in geval van fraude; voorheen bedroeg deze termijn vijf jaar. De zevenjarige termijn is eveneens van toepassing ondermeer wanneer bewijskrachtige gegevens of een rechtsvordering uitwijzen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven, handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of belastingaftrekken werden toegepast met schending van de btw-regelgeving.

In geval de verjaringstermijn wordt verlengd tot zeven jaar is het van belang te weten in welke mate de btw-administratie na het verloop van de driejarige termijn nog onderzoek kan voeren. In de mate immers dat er geen bijkomend onderzoek kan worden gevoerd, zal de btw-administratie haar vordering moeten stellen op basis van de gegevens waarover ze beschikt.

In geval van fraude (dit is een overtreding van de btw-regelgeving met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden) lijkt niemand te betwisten dat de administratie in principe ook bijkomend onderzoek kan verrichten in de verlengde periode van vier jaar. Op het vlak van de btw zijn er immers geen onderzoekstermijnen zoals in de inkomstenbelastingen; enkel verjaringstermijnen. Zij het dat telkens de doelgebondenheid van iedere onderzoeksmaatregel moet worden gerespecteerd. Wanneer zij zinnens is de zevenjarige verjaringstermijn in geval van fraude toe te passen moet de administratie de belastingplichtige voorafgaandelijk schriftelijk en nauwkeurig op de hoogte brengen van de vermoedens van belastingontduiking die tegen hem bestaan voor de desbetreffende periode. Zonder deze voorafgaandelijke kennisgeving is de “rechtzetting” (lees: het btw-dwangbevel) nietig.

In geval van bewijskrachtige gegevens (bv een minnelijke schikking waarmee de belastingplichtige heeft ingestemd, een schatting, een scheidsrechtelijke uitspraak,…) heeft het Hof van Cassatie duidelijkheid geschapen in een arrest van 27 april 2012. Zo wat iedereen werd door dit arrest verrast. Er werd immers algemeen aangenomen dat de btw-administratie in het bezit mag komen van de bewijskrachtige gegevens na het verstrijken van de gewone verjaringstermijn voor zover ze maar worden bekomen binnen de zeven jaar. Cassatie ziet dit anders: de bewijskrachtige gegevens moeten ter kennis van de administratie komen binnen de normale verjaringstermijn van drie jaar. Anderzijds kunnen volgens Cassatie de bewijskrachtige gegevens bijkomend onderzoek vereisen voor het vaststellen van belastbare handelingen of van onrechtmatige aftrekken die deze gegevens doen blijken. In de rechtspraak en rechtsleer werd nochtans algemeen aangenomen, naar analogie met de regeling op het vlak van de inkomstenbelastingen, dat de notie “bewijskrachtige gegevens” impliceert dat de gegevens op zich moeten volstaan om de btw-vordering te ondersteunen. In geval van bewijskrachtige gegevens die tijdig de administratie bereiken, is volgens Cassatie, aanvullend onderzoek in de verlengde periode van de verjaringstermijn aldus niet uitgesloten.

In geval van een rechtsvordering (bv een strafvordering) oordeelde het Hof van Cassatie in een arrest van 18 januari 2013 dat zij niet op zich het bewijs moet leveren van de niet-aangegeven belastbare handelingen. Volgens Cassatie is het voldoende dat de rechtsvordering een niet-aangegeven meeromzet of fraude aan het licht brengt en dat de administratie vertrekkend van dit gegeven aan de hand van een ander bewijsmiddel kan aantonen welke belastbare handelingen de belastingplichtige niet heeft aangegeven en welk bedrag aan belastingen hij verschuldigd is. Betreft dit dan een analoog geval als de verlenging van de verjaringstermijn in geval van bewijskrachtige gegevens? Verschillende auteurs nemen dit standpunt in; zij menen dat de toepassing van het cassatiearrest van 18 januari 2013 inhoudt dat de rechtsvordering reeds bestond voor het verstrijken van de driejarige termijn maar dat daarna nog bijkomend onderzoek mogelijk is. Het hof van beroep van Antwerpen oordeelde evenwel anders in een arrest van 26 maart 2013. Volgens Antwerpen verleent de verlenging van de verjaringstermijn in geval van een rechtsvordering de administratie slechts de mogelijkheid om de belasting te vestigen en niet om nog onderzoekshandelingen te stellen. Volgens dit hof van beroep moet het cassatiearrest van januari op die manier worden gelezen dat de toepassing van de bijzondere termijn vereist dat de administratie aantoont welke belastbare handelingen niet werden aangegeven vertrekkend van de gegevens waarover zij reeds beschikt, zonder enige vorm van aanvullend onderzoek. Het is zeer de vraag of dit arrest van het hof van beroep van Antwerpen cassatieproof is.

In geval van fraude kan de administratie tijdens de verlengde verjaringstermijn van zeven jaar aanvullend onderzoek verrichten op voorwaarde dat een voorafgaande kennisgeving aan de belastingplichtige wordt gestuurd. In geval van bewijskrachtige gegevens kan volgens Cassatie evenzeer aanvullend onderzoek worden verricht. Voorwaarde is wel dat de bewijskrachtige gegevens ter kennis van de administratie zijn gekomen binnen de normale verjaringstermijn van drie jaar. Een rechtsvordering ten slotte moet volgens Cassatie op zich niet het bewijs leveren van de niet-aangegeven belastbare handelingen. Het is voldoende dat de rechtsvordering een niet-aangegeven meeromzet of fraude aan het licht brengt en dat de administratie vertrekkend van dit gegeven aan de hand van een ander bewijsmiddel kan aantonen welke belastbare handelingen de belastingplichtige niet heeft aangegeven en welk bedrag aan belastingen hij verschuldigd is. Uit verdere (cassatie)rechtspraak zal moeten blijken of de rechtsvordering reeds moet bestaan voor het verstrijken van de driejarige termijn en of daarna nog bijkomend onderzoek mogelijk is, zoals dit volgens Cassatie het geval is in geval van bewijskrachtige gegevens.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.