Vereffening van vennootschappen : eenvoudig vereffenen wordt ... soms ... mogelijk ?

Vereffening van vennootschappen : eenvoudig vereffenen wordt ... soms ... mogelijk ?

In de golf van fiscale maatregelen die ons land recent overspoelde, bleef de voorheffing van 10% op liquidatieboni onaangeroerd. Vanuit fiscaal oogpunt wint de vereffening hierdoor aan belang. De procedure om een vennootschap te vereffenen werd destijds herschreven met een wet van 2 juni 2006, die komaf wilde maken met een aantal misbruiken uit het verleden en die de schuldeiserbescherming als voornaamste doelstelling had. Sindsdien is de vereffening van vennootschappen vrij omslachtig en vereist deze onder meer een gemotiveerd ontbindingsvoorstel van het bestuursorgaan, een controleverslag m.b.t. activa en passiva van een revisor of externe accountant, een beschikking van de Rechtbank waarbij de benoeming van de vereffenaar bevestigd wordt, een goedkeuring van het verdelingsplan door de Rechtbank, etc … Transparantie en controle zijn de kernbegrippen van een vrijwillige vereffening geworden. Voor niet-deficitaire, ‘slapende’ vennootschappen kan dit alles als overdreven complex overkomen, waardoor men op zoek ging naar alternatieven. De praktijk om -zoals voorheen- te ontbinden en de vereffening te sluiten in één enkele akte, lijkt evenwel moeilijk te verzoenen met de tekst en geest van de wet van 2 juni 2006.

Er kan gewezen worden op een aantal ‘oneigenlijke’ manieren om de vereffening te bewerken, die buiten het bestek van de wet van 2 juni 2006 vallen. Zo voorziet art. 182 W. Venn. dat de Rechtbank van Koophandel onmiddellijk de afsluiting van de vereffening kan uitspreken, wanneer deze gevat wordt met een vraag tot ontbinding van vennootschappen die gedurende drie opeenvolgende boekjaren geen jaarrekening hebben neergelegd. Deze techniek om slapende vennootschappen uit het rechtsverkeer te verwijderen, heeft uiteraard als groot nadeel dat de aandeelhouders noch het initiatief, noch de controle over de verrichtingen hebben.

Verder is er de zogenaamde ‘geruisloze fusie’. Een ‘moedervennootschap’ neemt alle activa en passiva over van de ‘dochtervennootschap’ die voor 100% in handen is van de moeder en die overgaat tot ontbinding zonder vereffening. Dit is een met fusie door overname gelijkgestelde verrichting in de zin van artikel 676 W. Venn. Hiervoor zijn noch een verslag van het bestuursorgaan, noch een controleverslag, noch de aanstelling van een vereffenaar, noch de tussenkomst van de Rechtbank vereist. Wel moeten de bestuursorganen van beide vennootschappen een fusievoorstel formuleren en dit bekendmaken. De wet van 8 januari 2012 op de verslaggeving in het kader van fusie- en splitsingsprocedures vereenvoudigde één en ander aanzienlijk en laat zelfs bekendmaking via mail en ‘hyperlink’ toe (zie taxforius editie december 2011: fusies en splitsingen – stroomlijning en vereenvoudiging van de verslagplicht anno 2012).

In antwoord op de kritiek dat de procedure van de wet van 2 juni 2006 te complex was, kwam toenmalig minister van Justitie Onckelinx eind 2006 met een richtlijn die de deur opnieuw op een kier zette voor zogenaamde één-akte-vereffeningen. De richtlijn laat toe om in één akte de vennootschap te ontbinden en de vereffening te sluiten ingeval er geen passiva zijn, er geen vereffenaar wordt benoemd, en alle aandeelhouders aanwezig zijn en instemmen. Hoewel de Kruispuntbank der Ondernemingen aanvaardt dat vennootschappen aldus geëlimineerd worden, is deze techniek omstreden. Enerzijds impliceert de afwezigheid van een vereffenaar dat de bestuurders de hoedanigheid van vereffenaar krijgen met alle aansprakelijkheid van dien. Deze aansprakelijkheid kan op zijn beurt notarissen ervan weerhouden om mee te stappen in dergelijke vereffeningen, gelet op hun waarschuwingsplicht. Anderzijds zijn er quasi altijd passiva in de vereffening, denk maar aan de notariskosten, de kosten van revisor en accountant etc … Deze techniek houdt in dat bestuurders op voorhand al ‘feitelijk’ de vennootschap vereffenen door de activa te verkopen en de passiva aan te zuiveren, waarmee zij niet langer handelen in het vereist perspectief van continuïteit en zij in beginsel het maatschappelijk doel van de vennootschap schenden. Dit brengt opnieuw de aansprakelijkheid van de bestuurders in het gedrang …

In de rechtsleer werd ook geëxperimenteerd met het samendrukken van alle beslissingen m.b.t. de ontbinding en vereffening in één enkele akte, gekoppeld aan een reeks opschortende voorwaarden: men benoemt de vereffenaar en sluit de vereffening onder de opschortende voorwaarde dat de Rechtbank deze handelingen nadien bevestigt. Deze methode staat op gespannen voet met de geest van wet, houdt daardoor inherent risico’s in, en blijft allicht louter academisch van aard nu het gros van de Rechtbanken van Koophandel dit niet aanvaarden.
 
De wet van 19 maart 2012 probeert voorzichtig tegemoet te komen aan de vraag om administratieve vereenvoudiging van de vereffeningsprocedure. Door onder meer de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel bevoegd te maken voor de homologatie van de benoeming van de vereffenaar hoopt men korter op de bal te spelen. De wet incorporeert ook de gangbare praktijk van voordracht van ‘secundaire’ vereffenaars, die de Rechtbank kan benoemen indien de eerst voorgedragen kandidaat-vereffenaar niet aanvaard wordt. Zo voorkomt men dat de Rechtbank zelf een vereffenaar kiest ingeval de voorgedragen kandidaat niet voldoet. De nieuwe wet verankert de ‘methode Onckelinx’ om een vennootschap in één en dezelfde akte te ontbinden en te vereffenen zonder tussenkomst van de Rechtbank. De voorwaarden daartoe zijn dat er geen vereffenaar wordt benoemd, dat er geen passiva zijn volgens de staat die bij het verslag van het bestuursorgaan moet worden gevoegd, dat alle aandeelhouders aanwezig zijn en eenparig beslissen en dat de terugname van het resterend actief gebeurt door de vennoten zelf. De wet vermeldt uitdrukkelijk dat alle voorafgaande verslagen moeten voorhanden zijn, en sluit andere manieren om de vereffening met één akte te realiseren uit.

Het is lovenswaardig dat er nu een wettelijk kader is om bepaalde, beneficiaire vereffeningen op een eenvoudige manier door te voeren. Helemaal risicoloos is deze techniek niet, maar de wettelijke regeling ervan geeft vertrouwen en zal de actoren gemakkelijker overtuigen om mee te werken. Hoe de wettelijke voorwaarden concreet moeten ingevuld worden zal zich in de komende jaren in rechtsleer en rechtspraak uitkristalliseren. De wet van 19 maart 2012 werd op vandaag nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, doch dit zal eerstdaags gebeuren waarna de wet tien dagen later in werking treedt. Voor vennootschappen die niet aldus kunnen vereffend worden, blijft het zaak om niet te struikelen over de logge procedure door de vennootschap ‘vereffeningsrijp’ te maken, door de verzoekschriften omstandig te documenteren, door te werken met een verlengd boekjaar, en door eventueel uitstaande passiva te laten overnemen door de aandeelhouders met het schriftelijke akkoord van de respectievelijke schuldeisers.  

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.