Vereffening van vennootschappen - de gevolgen van de samenloop voor de schuldeisers

Vereffening van vennootschappen - de gevolgen van de samenloop voor de schuldeisers

De vereffenaar heeft als voornaamste taak de activa van de in vereffening gestelde vennootschap te verzilveren en daarmee de schulden te betalen. Artikel 190 §1 eerste lid  W. Venn. bepaalt dat "de vereffenaars alle schulden moeten betalen, naar evenredigheid en zonder onderscheid tussen opeisbare en niet-opeisbare schulden, onder aftrek, wat deze laatste betreft, van het disconto."

Door de vereffening ontstaat een situatie van samenloop: meerdere schuldeisers zullen gelijktijdig aanspraken doen gelden op het vermogen van de gemeenschappelijke schuldenaar. Uit artikel 190 W. Venn. vloeit voort dat tussen de vennootschapsschuldeisers gelijkheid moet heersen bij de verdeling van het maatschappelijk vermogen.

Het principe van de gelijke behandeling geldt alleen onder de gewone schuldeisers en de algemeen bevoorrechte schuldeisers. De bijzonder bevoorrechte schuldeisers ontsnappen aan de samenloop. Deze laatste categorie van schuldeisers - ook wel 'de separatisten' genoemd - beschikt over een schuldvordering die een aantoonbare band vertoont met een welbepaald actief bestanddeel uit het vermogen van de in vereffening gestelde vennootschap. Men denkt hier bijvoorbeeld aan de schuldeiser-pandhouder of de schuldeiser die een hypothecaire inschrijving heeft op een onroerend goed van de vennootschap.  Dergelijke 'separatisten' kunnen in principe onafhankelijk van de vereffening handelen en staan als dusdanig boven de samenloop.

Daarnaast wordt er een onderscheid gemaakt tussen schulden 'in' de boedel en schulden 'van' de boedel. De samenloop van artikel 190 §1 W. Venn. en de daaraan verbonden gelijkheid tussen niet-bevoorrechte schuldeisers, slaat enkel op de schuldvorderingen die vóór het ontbindingsbesluit zijn ontstaan (de zgn. schulden 'in' de boedel). De schulden die de vereffenaar tijdens de vereffening maakt (de zgn. schulden 'van' de boedel) ontsnappen aan de samenloop en moeten volledig betaald worden vooraleer de schulden 'in' de boedel aan bod komen. De schulden 'van' de boedel genieten dit bijzonder regime zodat derden nog met een vennootschap in vereffening zouden willen handelen.

Om te vermijden dat de gelijkheid tussen schuldeisers zuiver theoretisch zou blijven, verbindt men traditioneel een aantal gevolgen aan de samenloop, die hierna worden besproken.

Verbod van schuldvergelijking of compensatie

Schuldvergelijking is een wijze van tenietgaan van verbintenissen en impliceert dat, indien twee partijen wederzijds elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn, de tussen hen bestaande schulden teniet gaan ten belope van het bedrag van de kleinste schuld. Er zijn drie vormen van schuldvergelijking: de wettelijke schuldvergelijking heeft van rechtswege plaats tussen twee schulden die beide een geldsom of een zekere hoeveelheid vervangbare goederen van dezelfde soort tot voorwerp hebben, en die beide vaststaande en opeisbaar zijn. De gerechtelijke schuldvergelijking kan door de rechter worden uitgesproken indien er aan de voorwaarden van de wettelijke schuldvergelijking niet voldaan is. De conventionele schuldvergelijking is tot slot deze die partijen vrij overeenkomen, en die desgevallend de modaliteiten van de wettelijke schuldvergelijking verruimt.

In principe belet de vereffening van een vennootschap dat schulden nog tenietgaan door schuldvergelijking. Dit is logisch, aangezien de samenloop met zich meebrengt dat alle schuldeisers op gelijke wijze behandeld moeten worden. Als sommige schuldeisers toch betaling zouden krijgen van hun vordering door zich te beroepen op schuldvergelijking met een schuld die zijzelf nog hebben tegenover de vennootschap, dan zou dit de gelijkheid schenden.

Het verbod van schuldvergelijking geldt uiteraard niet wanneer de wederzijdse schulden ontstaan zijn en opeisbaar geworden zijn voor de datum van de samenloop. In dat geval heeft de wettelijke schuldvergelijking immers al plaatsgevonden vóór de ontbinding en dus voor de samenloop.

Als beide verbintenissen wel al ontstaan zijn, doch nog niet opeisbaar zijn geworden vóór de samenloop, kan er enkel nog schuldvergelijking plaatsvinden voor zover beide vorderingen nauw verbonden zijn. Dit is alleen het geval wanneer de verbintenissen voortvloeien uit eenzelfde overeenkomst, of uit onderscheiden overeenkomsten die passen in eenzelfde raamovereenkomst, of die een economisch geheel uitmaken.

Ontbinding van een verkoopovereenkomst en eigendomsvoorbehoud

Na de ontbinding van de vennootschap kan een onbetaalde schuldeiser die een goed verkocht heeft aan de vennootschap in vereffening geen rechtsvordering meer instellen tot ontbinding van de overeenkomst.

Ook uitdrukkelijk ontbindende bedingen en clausules van eigendomsvoorbehoud zullen niet kunnen worden tegengeworpen aan de vereffenaar. Deze technieken beogen immers de verkoper opnieuw eigenaar te maken van het verkochte goed (ontbinding) of diens hoedanigheid van eigenaar te handhaven (eigendomsvoorbehoud), waardoor de gelijkheid tussen de schuldeisers zou doorbroken worden.

Als de vordering tot ontbinding is ingesteld vóór de vereffening, kan de schuldeiser deze vordering wel aan de vereffenaar en aan de andere schuldeisers tegenwerpen.

Noteer dat de Faillissementswet in een afwijkende regeling voorziet voor wat betreft het eigendomsvoorbehoud.

Interesten

Ten gevolge van de samenloop worden de schuldvorderingen gekristalliseerd op datum van de ontbindingsbesluit. Om een gelijke behandeling van alle schuldeisers mogelijk te maken, wordt de loop van de rente geschorst, opdat het bedrag van de rentedragende schuldvorderingen niet zou verhogen ten nadele van andere schuldvorderingen.

Deze schorsing geldt evenwel enkel in de verhouding tussen de schuldeisers en niet ten aanzien van de ontbonden vennootschap. Concreet betekent dit dat - indien het actief nog niet uitgeput is na de betaling van de schuldvorderingen zoals ze zijn vastgesteld op het ogenblik van het ontbindingsbesluit (nominaal bedrag meer de interesten tot op die dag) - de vereffenaars toch gehouden zijn om de rente vanaf dan te vergoeden. Indien er onvoldoende actief is, zal dit proportioneel moeten gebeuren.

Eventuele opschorting van individuele uitvoeringsdaden

Het ontstaan van de samenloop belet dat schuldeisers nog daden van tenuitvoerlegging zouden stellen waardoor de rechten van andere schuldeisers zouden worden geschaad.

Indien de vereffenaar van oordeel is dat bepaalde uitvoeringsdaden door een individuele schuldeiser de rechten van de andere schuldeisers schaden, kan hij hiertegen verzet aantekenen bij de beslagrechter. De beslagrechter kan daarna de opschorting van uitvoeringsdaden bevelen.

De invereffeningstelling van een vennootschap heeft dus niet automatisch tot gevolg dat de uitvoeringsdaden van individuele schuldeisers worden opgeschort, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het faillissement.

Het komt aan de beslagrechter toe om te oordelen of een uitvoeringsdaad de rechten van de overige schuldeisers schaadt, en dus de gelijkheid tussen schuldeisers in het gedrang brengt. Dit zal onder meer het geval zijn als het actief ontoereikend is en de schuldeisers slechts aanspraak kunnen maken op een (beperkt) dividend, of nog wanneer de vereffenaars hierover nog geen uitsluitsel kunnen geven.

Wanneer het vaststaat dat de vereffening batig zal zijn, kan de betaling van een bepaalde schuld door de vereffenaar de rechten van de andere schuldeisers niet schaden en is gedwongen uitvoering wel mogelijk.

Ten gevolge van de ontbinding van een vennootschap ontstaat er een situatie van samenloop: meerdere schuldeisers zullen gelijktijdig aanspraken doen gelden op het vermogen van de vennootschap. Samenloop impliceert dat de schuldeisers vanaf de datum van het ontbindingsbesluit in principe gelijk behandeld moeten worden en "naar evenredigheid" betaling kunnen ontvangen. Om te vermijden dat de gelijkheid tussen schuldeisers theoretisch zou blijven, verbindt men traditioneel een aantal gevolgen aan de samenloop: het verbod van schuldvergelijking, de onmogelijkheid om een vordering tot ontbinding van een koopovereenkomst in te stellen tegen de in vereffening gestelde vennootschap en de niet-toepasselijkheid van conventionele beding van eigendomsvoorbehoud. Voorts wordt de loop van de interesten geschorst en kan de vereffenaar in bepaalde gevallen opkomen tegen uitvoeringsdaden van individuele schuldeisers.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.