Verbonden vennootschappen in goede en kwade dagen: de winstdelende intracompany-vergoeding

Verbonden vennootschappen in goede en kwade dagen: de winstdelende intracompany-vergoeding

De dagelijkse berichten liegen er niet om: de crisis is nog in volle gang en de cijfers van de exploitatievennootschappen staan onder druk.

Vele familiale groepen beschikken over een of meerdere patrimoniumvennootschappen die onroerend goed verhuren aan exploitatievennootschappen binnen de groep, optreden als interne kredietverstrekker, het management verzorgen van groepsvennootschappen, etc. Bijgevolg worden binnen de groep vergoedingen aangerekend, zgn. intracompany-vergoedingen, die gebaseerd zijn op de dienstverlening in kwestie.

Gebukt onder de economische crisis zijn de exploitatievennootschappen echter verplicht om de broeksriem aan te halen. Een vraag die dezer dagen vaak gesteld wordt is of de intracompanyvergoedingen tijdelijk ook niet op een lager pitje kunnen worden gezet om de exploitatievennootschap te ontlasten.

Vennootschapsrechtelijk heeft een vennootschap een winstoogmerk - een vennootschap bestaat met het enkele doel om winst te maken - en fungeert elke vennootschap afzonderlijk. Er is geen sprake van een consolidatie. Zodoende is elke vennootschap juridisch verplicht om aan het eigen belang te denken en niet aan het belang van (groeps)vennootschappen. De enige schijnbare uitzondering hierop is desgevallend een moedervennootschap die haar dochtervennootschappen financieel wat ontziet. In feite behartigt de moedervennootschap hiermee nog steeds haar eigen belang omdat de dochtervennootschappen indirect haar eigen patrimonium vormen.

Zomaar de vergoeding tijdelijk milderen kan dus niet tussen zustervennootschappen. Er dient aldus een tegenprestatie te zijn. In de praktijk is aldus de idee gegroeid van de winstdelende intraco-vergoedingen. In de mindere jaren wordt de vergoeding gemilderd en in de florerende jaren wordt een extra vergoeding aangerekend waardoor op langere termijn gemiddeld een marktconforme vergoeding wordt aangerekend. De praktische vormgeving hiervan kan uiteraard vele gedaantes aannemen.

De vraag is in deze of een dergelijke winstdelende vergoeding fiscaal geen problemen stelt. Algemeen kan gesteld worden dat er geen enkele fiscale regel is die zich in globo praktisch verzet tegen een dergelijke methodiek van winstdeling. Echter moet geval per geval wel aandacht worden besteed aan tal van specifieke bepalingen.

Bij wijze van voorbeeld kan verwezen worden naar het winstdelende krediet:

-                 Een eerste vraag is of deze hybride vormgeving in wezen een krediet betreft dan wel een deelneming in kapitaal; voorts zijn er talrijke herkwalificatiebepalingen waaraan aandacht moet worden besteed;
Het belang van deze vraag kan niet overschat worden; interesten van een krediet zijn immers aftrekbaar in hoofde van de schuldenaar terwijl dividenden dat niet zijn;

 

-                 Ingeval het winstdelende krediet zijn aard van krediet fiscaal behoudt, is het de vraag naar de aftrekbaarheid van de interesten; terzake bestaan ook bijzondere voorschriften, zoals artikel 55 WIB 1992, waardoor het noodzakelijk zal zijn om pro-actief een dossier op te bouwen om de rentevoet te verantwoorden;

 

-                 Tenslotte is het de vraag of er geen sprake is van de toekenning van een abnormaal of goedgunstig voordeel; in een context waarin de exploitatievennootschap na mildering van de intraco-vergoeding nog steeds geen fiscaal resultaat behaalt dat groter is dan de mildering van de intraco-vergoeding, dan dient men zich de vraag te stellen of de exploitatievennootschap ondanks haar moeilijke situatie geen (relatief) grote belastingschuld zal verschuldigd zijn omwille van het verkrijgen van een abnormaal of goedgunstig voordeel.

Samengevat bestaat er bij vele familiale groepen de wens om in deze moeilijke tijden de intraco-vergoedingen tijdelijk te beperken. Vennootschapsrechtelijk kan een moedervennootschap in principe haar dochtervennootschap financieel bijspringen. Zustervennootschappen kunnen enkel een mindere vergoeding aanrekenen indien daar ook iets voor henzelf tegenover staat. Een voorbeeld van een dergelijke compensatie is de winstdelende vergoeding. Fiscaal lijkt een dergelijke vormgeving geen onoverkomelijk probleem te stellen, al dient rekening gehouden te worden met diverse specifieke wetsbepalingen. In die zin lijkt het van praktisch belang dat van meet af aan een dossier wordt opgebouwd ter ondersteuning en verduidelijking van de gehanteerde visie.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.