Vennootschappen in moeilijkheden : de wet van de communicerende vaten doorbroken bij inbreng van vordering ?

Vennootschappen in moeilijkheden : de wet van de communicerende vaten doorbroken bij inbreng van vordering ?

De aftrekbare kost voor de ene belastingplichtige (bv een betaalde interest) geeft normalerwijze aanleiding tot een belastbaar inkomen voor de andere belastingplichtige (de ontvangen interest). In de inkomstenbelastingen wordt men zelden geconfronteerd met gevallen waarbij de aftrekbare kost voor de ene belastingplichtige niet tegelijkertijd een belastbare inkomst uitmaakt voor de andere belastingplichtige; er wordt wel eens gesproken van de wet van de communicerende vaten in fiscalibus.

Alle regels worden bevestigd door hun uitzonderingen, zo ook voor de wet van de communicerende vaten.

We nemen het geval waarbij vennootschap A een vordering heeft van 500 op vennootschap B. Vennootschap B heeft een kapitaal van 500, maar door overgedragen verliezen is dit eigen vermogen belangrijk aangetast. Vennootschap B bevindt zich in moeilijkheden en heeft nood aan een kapitaalinjectie.

In het kader van een herstructurering beslist vennootschap A dan ook haar vordering in vennootschap B om te zetten in kapitaal van vennootschap B. Daardoor komt de vordering van vennootschap A op vennootschap B te vervallen en heeft vennootschap B opnieuw wat ademruimte.

Vervolgens stelt zich de vraag hoe deze kapitaalverhoging dient te worden verwerkt, zowel bij vennootschap A als bij vennootschap B.

Bij vennootschap B liggen de zaken eerder eenvoudig. In hoofde van vennootschap B is de toegevoegde waarde van de inbreng gelijk aan 500; er moet immers een schuld van 500 niet meer worden betaald. Er is dan ook sprake van een kapitaalverhoging ten belope van 500. Ook de Commissie voor Boekhoudkundige Normen bevestigt de mogelijkheid van inbreng van de vordering in de inbrenggenietende vennootschap aan nominale waarde (CBN advies 2011/9 van 6 april 2011).

Vervolgens stelt zich evenwel de vraag aan welke aanschaffingswaarde de aandelen die vennootschap A in ruil voor haar inbreng verkrijgt, moeten worden geboekt.

Doordat vennootschap B zich in moeilijkheden bevindt, is de marktwaarde van de vordering niet sowieso gelijk aan de nominale waarde ervan (in casu 500); of, met andere woorden, mocht vennootschap A haar vordering op B willen overdragen aan onafhankelijke derden dan zou vennootschap A in principe niet de prijs van 500 krijgen gezien de positie waarin vennootschap A is verzeild geraakt en het impact dat dit heeft op haar terugbetalingscapaciteit. Vennootschap B zal deze vordering vermoedelijk maar kunnen overdragen voor een lagere prijs.

De waarde waarvoor de nieuw uitgegeven aandelen worden ingeboekt bij de inbrengverrichtende vennootschap dient noodzakelijkerwijs overeen te stemmen met de werkelijke waarde van de ingebrachte vordering. In bepaalde gevallen zal dit dus niet gelijk zijn aan de nominale waarde van de vordering. Uiteindelijk is het het bestuursorgaan van de inbrengverrichtende vennootschap die een (onderbouwd) besluit dient te nemen over de waarde van de ingebrachte vordering vanuit haar perspectief.

Om een en ander te kunnen concretiseren kunnen we uitgaan van de veronderstelling dat de marktwaarde van de vordering gelijk is aan 300 in plaats van het nominale bedrag van 500. Er is sprake van een realisatie van de vordering; de vordering verdwijnt en aandelen komen in de plaats.

Boekhoudkundig zou deze werkhypothese ons inziens als volgt kunnen worden verwerkt :

Financieel Vast Actief vennootschap B     300
Minwaarde op vordering vennoot B           200 
                                                                                aan 
                                                                                             Vordering vennootschap B 500

De realisatie van de minwaarde verloopt via de resultatenrekening en leidt boekhoudkundig tot een verlies. Ook fiscaal is er een verlies aangezien dat minwaarden op vorderingen in principe een aftrekbare kost uitmaken. Op deze wijze bekomt men een fiscaal verlies zonder dat hier onmiddellijk een fiscale winst bij de contracterende partij ontstaat.

Deze techniek kan een denkpiste zijn bij groepsherstructureringen die erop gericht zijn een ondernemingen in moeilijkheden te versterken. Uiteraard hangt de haalbaarheid en toegevoegde waarde af van de concrete economische omstandigheden en het impact dat deze hebben op de waarde van de ingebrachte vordering. 
 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.