Van eeuwig "onverjaarbare" fiscale fraudeurs over falende fraudebestrijding tot nuchtere afdoening "una via" of "fiscale regularisatie"

Van eeuwig "onverjaarbare" fiscale fraudeurs over falende fraudebestrijding tot nuchtere afdoening "una via" of "fiscale regularisatie"

16.08.2011
mr. Bart Coopman (advocaat-vennoot De Broeck | Van Laere & Partners) en mr. Steven Vancolen (advocaat-vennoot)

In deze speciale editie van TaxForIus is reeds de vraag behandeld naar de al dan niet overdreven penalisering van inbreuken op de fiscale wetten en de vervolging ervan. In deze bijdrage gaan we wat dieper in op de verjaring van fiscale fraude, de knelpunten en de tendensen bij de aanpak van dergelijke fraude en tenslotte op de mogelijkheid tot regularisatie van inkomsten als een mogelijke uitweg voor de belastingplichtige.

(ON)VERJAABARE FISCALE FRAUDE

In geval van fiscale fraude is er veelal sprake van het gebruik van valse stukken. Het Hof van Cassatie beschouwt het gebruik van valse stukken als een zogenaamd voortdurend misdrijf; het gebruik van de valse stukken blijft voortduren tot zolang het beoogde doel niet is bereikt en tot zolang het gebruik een nuttig gevolg heeft. De verjaring begint volgens Cassatie dan ook pas te lopen vanaf het moment dat het gebruik van het valse stuk geen nuttig gevolg meer heeft (o.a. Cass. 9 februari 1982 en Cass. 7 februari 2007). Zo oordeelde Cassatie dat een fiscaal misdrijf niet kan verjaren zolang men zich op de vermeende valse stukken blijft beroepen om een stelling te onderbouwen in een bezwaarschrift of in een fiscale beroepsprocedure (Cass. 21 mei 2008). Volgens het Grondwettelijk Hof maakt deze visie geen schending uit van het legaliteitsbeginsel; het voortdurend karakter van het misdrijf betekent immers volgens het Hof niet dat de belastingplichtige de strafrechtelijke gevolgen van zijn gedrag niet kan inschatten (Grondwettelijk Hof 25 februari 2010). Hoewel in dit verband een aantal vragen onbeantwoord blijven, met name de vraag naar een mogelijke schending van het gelijkheidsbeginsel en van het vermoeden van onschuld, lijkt in de toekomst in het licht van deze rechtspraak inzonderheid het criterium te zullen gelden van de redelijke voorzienbaarheid van het nuttig effect van het gebruik van het valse stuk. Op fiscaal vlak zou dit kunnen impliceren dat het fiscaal gebruik van valse stukken uiterlijk eindigt bij het verstrijken van de gewone aanslagtermijnen of bij het verwerpen van de valse stukken door de administratie voorafgaand aan de vestiging van een aanvullende aanslag. Zoniet zouden fiscale misdrijven haast onverjaarbaar zijn (zie artikel “Arrest grondwettelijk Hof 25 februari 2010: fiscale misdrijven onverjaarbaar?”). In de repressieve witwaswetgeving worden evenzeer gebruiks-en beheersdaden van illegale vermogensvoordelen strafbaar gesteld. Deze daden hebben per definitie een haast eeuwig repetitief of voortdurend karakter. Ook op het vlak van het witwasmisdrijf kan bijgevolg worden gesproken van een quasi onverjaarbaarheid en van eeuwig besmette vermogens.

KNELPUNTEN EN TENDENSEN BIJ AANPAK FISCALE FRAUDE

De meeste fiscale misdrijven zullen aldus niet snel verjaren. Dit neemt niet weg dat de actuele fiscale fraudebestrijding meerdere knelpunten kent. Zo is er een tendens tot overcriminalisering die een overbelasting impliceert voor zowel het gerecht als de fiscus. Een ander voorbeeld betreft de zogenaamde anti-misbruikbepaling waarbij de administratie een overeenkomst van partijen kan negeren in geval van belastingonwijking wanneer rechtmatige financiële of economische behoeften ontbreken (art. 344 §1 WIB  92). Deze bepaling wordt slechts moeizaam in de praktijk gebracht. Tenslotte zijn er meerdere knelpunten op het vlak van de rechtsbescherming in het licht van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens zoals de problematiek omtrent de dubbele of driedubbele bestraffingen, de overschrijding van de redelijke termijn bij het afhandelen van strafprocedures of nog de spreekplicht in fiscale procedures versus het zwijgrecht in strafzaken.

In de wetenschap dat de aanpak van fiscale fraude in het verleden niet altijd efficiënt is verlopen wanneer het gaat over grote fraudedossiers (bv. het onderzoek naar FBB-constructies, het KB-Lux-dossier, de onderzoeken naar de kasgeldvennootschappen,…), richtte de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 10 april 2008 een Parlementaire Onderzoekscommissie op. Deze commissie kreeg de missie om de aanpak van grote fraudedossiers te bestuderen, de gebreken ervan in kaart te brengen en aanbevelingen tot verbetering te formuleren. Op 7 mei 2009 leverde deze commissie een verslag af met 108 aanbevelingen met betrekking tot een 50-tal onderwerpen. De aanbevelingen van de commissie hebben ondermeer betrekking op de aanpassing van het bankgeheim, de strafverzwaring van consultants, de aanpassing van de witwaswetgeving, het sleutelen aan de verjaring van fiscale fraude, het verruimen van de mogelijkheid tot minnelijke schikking, de reactivering van de anti-misbruikbepaling (art. 344 §1 WIB 92) en de zogenaamde “Una Via”. De staatssecretaris voor de bestrijding van fiscale fraude stelde vervolgens vier experten aan het werk om de aanbevelingen te bestuderen en een advies te formuleren rekening houdend met de rechten van de belastingplichtige, de zogenaamde Werkgroep Clerfayt. Deze werkgroep leverde haar rapport af op 10 september 2009. Het standpunt van de parlementaire onderzoekscommissie (met als klemtoon de bestraffing van fiscale fraude) en het standpunt  van de werkgroep Clerfayt (met als klemtoon de bescherming van de rechten van de belastingplichtige) komen niet volledig overeen. Beide gaan er evenwel vanuit dat niet elke fraude het voorwerp moet uitmaken van strafvervolging en dat de meeste inbreuken kunnen worden afgehandeld op administratief niveau. Dit betreft meteen ook één van de belangrijkste aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie: het zogenaamde “Una Via-systeem”. In essentie houdt “Una Via” in dat fraudedossiers nog maar “één weg” volgen: ofwel een behandeling door het gerecht ofwel door de fiscus (ofwel in een goede samenwerking). De bedoeling is dubbel werk te vermijden (cf. het niet onnodig bewandelen van twee verschillende wegen) en zo de onderzoeken sneller en efficiënter te laten verlopen. Begin december 2010 bereikten alvast het gerecht en fiscus een akkoord over de “Una Via” (De Tijd, 7 december 2010). De hervorming van de strijd tegen de fiscale fraude is gezien de actuele politieke context weliswaar voorlopig stilgevallen maar er moet wellicht niet aan getwijfeld worden dat de volgende regering het proces van de hervorming zal continueren.

EEN MOGELIJKE UITWEG: REGULARISATIE VAN INKOMSTEN

De quasi onverjaarbaarheid van de fiscale misdrijven, de steeds strengere en efficiëntere aanpak van fiscale fraude evenals het verhoogde detectierisico en de meer buitgerichte aanpak kunnen belangrijke drijfveren zijn om (zwarte) inkomsten te regulariseren. Het niet willen belasten van de volgende generatie met een besmet vermogen lijkt in het kader van een successieplanning evenzeer een belangrijke reden om tot regularisatie over te gaan. Men kan bij het Contactpunt Regularisatie in principe regulariseren op het vlak van de directe belastingen, BTW, successierechten en registratierechten. Voorwaarden zijn ondermeer dat er geen sprake is van ernstige en georganiseerde fiscale fraude, dat er geen kennis is gegeven van een lopend strafonderzoek of dat er reeds eerder is geregulariseerd. Wij verwijzen in dit verband naar vorige bijdragen in TaxForIus:

“De regularisatie van beroepsinkomsten in een eenmanszaak: een praktijkvoorbeeld

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.