UPGRADE VAN DE BEVOEGDHEDEN VAN DE ADVOCAAT – NIEUWE TECHNIEKEN TER PREVENTIE VAN GESCHILLEN?

UPGRADE VAN DE BEVOEGDHEDEN VAN DE ADVOCAAT – NIEUWE TECHNIEKEN TER PREVENTIE VAN GESCHILLEN?

De wetgever breidde onlangs de bevoegdheden van de advocaat op twee manieren uit. Vooreerst werd bij Wet van 29 april 2013 de zgn. advocatenakte ingevoerd, die er op gericht is om de partijen bij een schriftelijke overeenkomst meer rechtszekerheid te bieden. Daarnaast werd bij Wet van 23 mei 2013 een wettelijke regeling ingevoerd waarbij een bepaalde ingebrekestelling van een advocaat verhindert dat de verjaring van een rechtsvordering intreedt.

De advocatenakte is een nieuwe vorm van onderhandse akte die mede wordt ondertekend door de advocaten van alle partijen. Elke partij met een onderscheiden belang dient daartoe door een andere raadsman te worden bijgestaan. De advocatenakte bevat de vermelding dat de advocaten hun respectievelijke cliënten volledig hebben ingelicht over de inhoud van de akte wat een verhoogde aansprakelijkheid voor de advocaat met zich meebrengt. Verder dient de akte te worden opgemaakt in minstens evenveel originelen als er partijen zijn en dient elk exemplaar uitdrukkelijk het aantal originelen te vermelden. De wet koppelt evenwel geen specifieke sanctie aan de miskenning van deze vormvereisten, zodat vooralsnog onduidelijk is wat de impact van een dergelijke miskenning is. Wel staat vast dat diegene die zijn verbintenissen uit de akte heeft uitgevoerd, zich niet kan beroepen op de afwezigheid van vermelding van het aantal originele exemplaren. Dit doet vermoeden dat de overtreding van de overige vormvereisten de bijzondere bewijswaarde van de akte aantast.

De advocatenakte levert immers een volledig bewijs op van het geschrift en van de handtekening van alle betrokken partijen, en dit zowel onder partijen als ten aanzien van hun erfgenamen of rechtverkrijgenden. Aldus zal onder meer worden aangenomen dat de inhoud van de akte de wilsovereenstemming van partijen weergeeft en dat de datum en de handtekeningen van de akte waarheidsgetrouw zijn. Wil een partij naderhand de echtheid van de advocatenakte betwisten, zal deze een beroep moeten doen op de burgerrechtelijke valsheidsprocedure. De advocatenakte brengt aldus een omkering van de bewijslast met zich mee. Daar waar het bij een gewone overeenkomst aan de eisende partij toekomt om de wilsovereenstemming, de datum van de overeenkomst en de echtheid van de handtekeningen te bewijzen, creëert de advocatenakte een juridisch vermoeden dat dit alles correct in de advocatenakte is vervat. Met deze omkering van de bewijslast beoogt de wetgever de gerechtelijke achterstand terug te dringen vanuit de veronderstelling dat er minder procedures zullen opgestart worden.

Wat voorafgaat, moet genuanceerd worden. De bijzondere bewijswaarde geldt slechts tussen partijen. Zo creëert de advocatenakte niet zonder meer een ‘vaste datum’ die ook aan derden tegengeworpen kan worden. Daarin onderscheidt de advocatenakte zich van een authentieke akte, verleden voor bv. een notaris. De advocatenakte creëert wel een ‘quasi - vaste datum’ die aan partijen en de fiscus kan worden tegengeworpen, gelet op het feit dat de fiscus niet als een ‘derde’ beschouwd wordt.

Ook de tweede upgrade van de bevoegdheden van de advocaat is erop gericht om het rechtssysteem performanter te maken en louter formele procedures terug te dringen. Overeenkomstig het aangevulde artikel 2244 B.W. stuit een aangetekende ingebrekestelling met ontvangstbewijs door de advocaat voortaan de verjaring van de rechtsvordering, mits aan bepaalde vereisten is voldaan.

Het stuiten van de verjaring betekent dat de verjaring niet intreedt en dat een nieuwe verjaringstermijn begint te lopen. Voorheen kon dit enkel door tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder, met een dagvaarding, een bevel tot betaling, of een beslag wat op zich een ‘uitvoerbare titel’ vereist.

Opdat een ingebrekestelling door een advocaat de verjaring zou stuiten, moet de schuldenaar een woonplaats, verblijfplaats of maatschappelijke zetel hebben in België en moet de ingebrekestelling bepaalde gegevens te bevatten. Het betreft de gegevens van de schuldeiser en de schuldenaar, de beschrijving van de verbintenis die aan de oorsprong ligt van de schuldvordering, de verantwoording van de gevorderde geldsom met inbegrip van rente en schadevergoeding, de termijn waarbinnen de schuldenaar de kans wordt geboden zijn verbintenissen te voldoen alvorens gerechtelijke invorderingsmaatregelen worden genomen alsook de aankondiging van de mogelijke invorderingsmaatregelen, de vermelding dat de ingebrekestelling een verjaringsstuitende werking heeft, en tot slot de handtekening van de advocaat van de schuldeiser.

Een ingebrekestelling die aan voormelde voorwaarden voldoet, stuit aldus de verjaring en doet een nieuwe verjaringstermijn van een jaar ingaan vanaf de datum van verzending, uiteraard zonder dat de vordering vóór de vervaldag van de initiële verjaringstermijn kan verjaren.

Indien de wettelijk bepaalde verjaringstermijn echter minder dan een jaar bedraagt, is de duur van de verlenging dezelfde als deze van die verjaringstermijn. De stuitende werking van dergelijke ingebrekestelling is tenslotte slechts eenmalig, onverminderd eventuele andere oorzaken van stuiting.

De wet voorziet dat de advocaat zich van de juiste gegevens van de schuldenaar dient te vergewissen aan de hand van een administratief document van minder dan een maand oud. Ingeval de bekende verblijfplaats van de schuldenaar verschilt met zijn woonplaats, moet op beide adressen een exemplaar worden bezorgd.

Met de invoering van de advocatenakte en het toekennen van een verjaringsstuitende werking aan de ingebrekestelling van een advocaat breidt de wetgever de bevoegdheden van advocaten uit. De voornaamste doelstellingen zijn het terugdringen van de gerechtelijke achterstand en het bieden van meer rechtszekerheid aan de partijen. De verjaringsstuitende ingebrekestelling laat bovendien toe om goedkoop en eenvoudig verjaringstermijnen te stuiten, wat vooral bij korte verjaringstermijnen zijn nut kan hebben (bv. hotelschulden, vorderingen uit arbeidsovereenkomsten, uit handelsagentuurovereenkomsten, etc …). De wetgever had met beide figuren de nobele intentie om puur vormelijke procedureslagen a priori te ontmijnen, doch het is de vraag in hoeverre het handelsverkeer deze figuren zal oppikken. De toegevoegde waarde valt o.i. vooral te zoeken in het sluitend maken van transacties om geschillen te beëindigen, het verlenen van een quasi-vaste datum aan overeenkomsten en het overbodig maken van dagvaardingen louter om het intreden van de verjaring te verhinderen.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.