Uitschakeling fiscaal inzagerecht bij controle & privacywet - een brug te ver …

Uitschakeling fiscaal inzagerecht bij controle & privacywet - een brug te ver …

 

Op 24 augustus 2012 verscheen in het Belgisch Staatsblad de “Wet houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten”. Deze wet die dateert van 3 augustus 2012 voorziet in de oprichting van een zogenaamde “datawarehouse” waarmee de fiscus enerzijds in staat wordt gesteld om gerichte controles uit te voeren op basis van risico-indicatoren en anderzijds om analyses te kunnen uitvoeren op relationele gegevens afkomstig van verschillende administraties en/of diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën. Op die manier wordt tegelijkertijd vermeden dat bij de belastingplichtige twee keer om dezelfde info wordt verzocht. In artikel 11 van de wet is tevens voorzien in een beperking van het inzagerecht van het fiscaal dossier. Vooral dit onderdeel van de wet is opmerkelijk en doet heel wat vragen rijzen.

De ratio legis van de inzagebeperking

In de Memorie van Toelichting valt te lezen dat de opdracht van fraudebestrijding en de controletaak inzake de juiste inning van de belasting nadelig kunnen worden beïnvloed door de uitoefening van het toegangsrecht van diegene die de belasting wil ontduiken. Dankzij dit toegangsrecht zou hij kennis kunnen krijgen van de gegevens die in het bezit van de administratie zijn. De middelen om een economisch of financieel belang van de Staat te vrijwaren, zouden op die manier verminderd kunnen worden. In de Memorie worden ook een aantal voorbeelden gegeven zoals een invorderingsactie van fiscale schulden ten aanzien van een belastingplichtige die zijn onvermogen organiseert.

Hoewel de nieuwe regeling inzake de beperking van het fiscaal inzagerecht bij controle aldus hoofdzakelijk lijkt geïnspireerd vanuit de zorg van de wetgever om fraude efficiënt te kunnen bestrijden, lijkt de wet zich daartoe niet te hebben beperkt. In de wet wordt immers geen onderscheid gemaakt tussen fraudegevallen enerzijds en controles en onderzoeken in verband met onregelmatigheden los van elke fraude anderzijds.

Enkel van toepassing op natuurlijke personen - vennootschappen buiten schot

De beperking op het inzagerecht is enkel van toepassing op de natuurlijke personen. De Privacywet is immers enkel van toepassing op “persoonsgegevens” waaronder wordt begrepen “iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon” in deze wet verder “de betrokkene” genoemd. Daarvan kan bevestiging worden gezien in de parlementaire voorbereiding van de nieuwe maatregel; de minister heeft uitdrukkelijk bevestigd dat het wetsontwerp alleen betrekking heeft op natuurlijke personen.

Vennootschappen blijven dus buiten schot waarbij zich meteen de vraag stelt of deze ongelijkheid de toetst aan het grondwettelijke gewaarborgd gelijkheidsbeginsel zal doorstaan.

De draagwijdte van de beperking van het inzagerecht – no limits!

De Privacywet van 8 december 1992 wil de burger beschermen tegen misbruik van zijn persoonlijke gegevens. Zowel de rechten en plichten van de persoon wiens gegevens verwerkt worden als de rechten en plichten van de verwerker zelf zijn in de Privacywet vastgelegd. Voornoemd artikel 11 van de wet van 3 augustus 2012 voorziet er nu in dat het recht tot inzage voorzien in de Privacywet niet geldt voor wat betreft: “(…) de verwerking van persoonsgegevens beheerd door de Federale Overheidsdienst Financiën gedurende de periode waarbij de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden die worden uitgevoerd door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten.”

Een nog ruimere formulering van het toepassingsgebeid van een beperking van het inzagerecht is nauwelijks denkbaar. Immers vanaf wanneer is er juist sprake van een controle, of een onderzoek of zowaar van de “daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden”?

Er is ook nergens in de wet voorzien dat er dient te worden aangekondigd wanneer een controle, een onderzoek of voorbereidende werkzaamheden daartoe worden opgestart. In Frankrijk is dit anders: daar rust op de fiscale overheid wel een wettelijke verplichting om een belastingplichtige in kennis te stellen van de opening van een onderzoek. Dienaangaande werd tijdens de bespreking van het wetsontwerp door de minister van Financiën opgemerkt dat dergelijke meldingsplicht contraproductief kan werken; de belastingplichtige zou een hele reeks daden kunnen stellen, die vanuit het perspectief van het onderzoek niet wenselijk zijn.

Enkel in verband met de opheffing van de uitzonderingsregel is er in voorzien dat deze gebeurt “onmiddellijk na het afsluiten van de controle of het onderzoek”. De Dienst voor Informatieveiligheid en Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer moet dan de betrokken belastingplichtige “onverwijld” op de hoogte brengen van die opheffing.
 
Dergelijk wetsbepaling draagt geenszins bij tot de rechtszekerheid; de fiscale ambtenaar lijkt op basis van die wet het inzagerecht naar eigen inzicht onbeperkt in tijd te kunnen beperken, zolang hij onderzoekt, controleert of daartoe de voorbereiding neemt. Een amendement om de beperking van het inzagerecht maximaal één jaar te laten duren heeft het niet gehaald…

Zoals overigens terecht opgemerkt tijdens de algemene bespreking van het wetsontwerp heeft de betrokkene wiens inzagerecht wordt beperkt gedurende de gehele looptijd van een onderzoek geen recht op de verbetering van foutieve gegevens, waardoor de kans bestaat dat in het onderzoek tijd wordt verloren. Dit is inderdaad problematisch te noemen wanneer bovendien de verjaring van fiscale misdrijven zou worden afgeschaft zoals sommige leden van de regering voorstellen.

De inwerkingtreding van de wet – ook van toepassing op lopende onderzoeken en controles?

De fiscale inzagebeperking treedt in werking op 1 januari 2013. In de wet is evenwel voorzien dat bij koninklijk besluit deze datum kan worden vervroegd. Zal de wet dan ook van toepassing zijn op alle lopende onderzoeken, controles en voorbereidende werkzaamheden daartoe? Het komt ons inderdaad zo voor aangezien het volstaat dat de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden. Is een onderzoek of controle gestart vóór 1 januari 2013 en op die datum nog lopende, lijkt aan die voorwaarde voldaan.

In de wet van 3 augustus (B.S. 24 augustus 2012) is in een nieuwe fiscale maatregel voorzien die vlak voor het zomerreces door het Parlement werd goedgekeurd. In de wet, die opvallend snel is tot stand gekomen en gepubliceerd, is ondermeer voorzien dat de belastingplichtige-natuurlijke persoon geen inzage in zijn belastingdossier krijgt zolang er een controle, een onderzoek of voorbereidende werkzaamheden daartoe lopen. De maatregel doet diverse vragen rijzen. Zo is de formulering van de wet bijzonder ruim met als concreet gevolg dat een belastingdossier jaren lang geheim kan blijven; enkel bij de opheffing van de uitzonderingsmaatregel is er voorzien in een meldingsplicht. Gedurende al die tijd is er geen inzage laat staan een mogelijkheid tot verbetering van de gegevens van de betrokkene. Naar verluidt zit de minister van Financiën thans samen met de Privacycommissie over meer duidelijke voorwaarden van de beperking van het fiscaal inzagerecht en de controle erop. Inmiddels is de wet wel gepubliceerd en treedt hij in principe in werking op 1 januari 2013. De wet lijkt ook van toepassing te zijn op de nog lopende onderzoeken en controles. Wellicht zal de beperking van het fiscaal inzagerecht nog heel wat inkt doen vloeien… 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.