Uitbreng van vastgoed uit de familiale vennootschap - de antimisbruikbepaling in de registratiebelasting nu eens in het voordeel van de belastingplichtige ... ?

Uitbreng van vastgoed uit de familiale vennootschap - de antimisbruikbepaling in de registratiebelasting nu eens in het voordeel van de belastingplichtige ... ?

De laatste jaren is het aantal onttrekkingen van vastgoed uit de vennootschap belangrijk gestegen, vooral dan indien privaat vastgoed was ondergebracht in de familiale vennootschap. De reden daarvoor is onder meer dat het forfaitair voordeel van alle aard voor het ter beschikking krijgen van vastgoed zeer belangrijk is gestegen. Onder onttrekking (of uitbreng) van vastgoed begrijpen we daarbij de situatie waarbij een vastgoed ofwel middels kapitaalvermindering, ofwel middels dividenduitkering ofwel middels liquidatie wordt overgeheveld uit de vennootschap naar de achterliggende aandeelhouder.

Naast de opportuniteiten inzake vennootschapsbelasting en inzake roerende voorheffing, staan we in deze bijdrage stil bij de problematiek inzake registratiebelasting.

Artikel 2.9.1.0.4 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit, hierna VCF, stelt voor een VOF, een GCV, een bvba en een landbouwvennootschap dat deze uitbreng in principe aan 10% registratiebelasting kan plaatsvinden. Er is evenwel een uitzondering voorzien voor deze vennootschappen. Er is een definitieve vrijstelling van de registratiebelasting indien de vennoot die het vastgoed verkrijgt bij de uitbreng op het ogenblik van de aankoop van het vastgoed met registratiebelasting ook vennoot was dan wel indien de verkrijgende vennoot destijds het betrokken vastgoed heeft ingebracht. Er is een voorlopige vrijstelling, indien geen van voornoemde situaties aan de orde is, en het vastgoed in onverdeeldheid blijft tussen de verkrijgende vennoten (hetgeen uiteraard veronderstelt dat er twee vennoten zijn); alsdan is er pas 10% registratiebelasting bij de latere uitonverdeeldheidtreding, als die er al komt ...

Artikel 2.9.1.0.5. VCF voorziet deze uitzonderingen niet voor naamloze vennootschappen, commanditaire vennootschappen op aandelen of coöperatieve vennootschappen. Daar is er bij uitbreng sowieso 10% registratiebelasting voorzien.

Indien een aandeelhouder van een vennootschap bij het verkrijgen van het onroerend goed via uitbreng / onttrekking niet op dit fiscaal gunstregime kan terugvallen (bv omdat het een nv betreft, of bv omdat het een vastgoed is dat met btw is verworven,...), bestaat een optie er mogelijk in dat hij het vastgoed koopt van zijn vennootschap, althans indien hij/zij het vastgoed aanhoudt in onverdeeldheid met de vennootschap. Alsdan geldt immers het tarief in de registratiebelasting van 2,5% (het zogenaamde verdeelrecht). Of niet? Zeker tot voor september 2014 werden daar geen vragen bij gesteld en kon de vennoot in dat geval het vastgoed bekomen met toepassing van het 2,5% verdeelrecht in zoverre de vennoot tevens mede-eigenaar was het vastgoed (hetgeen in de praktijk wel meer voorkomt).

De Vlaamse belastingdienst (hierna Vlabel), sinds 2015 bevoegd voor de dienst van de belasting inzake registratiebelasting, ziet dat evenwel anders. Zij verwijst daarvoor naar de volgende bepalingen in de VCF:

  • voornoemde artikelen 2.9.1.0.4 VCF en 2.9.1.0.5. VCF hebben het over het toepassen van het tarief verkooprecht ad 10% "op de verkrijging, op welke wijze ook, door een of meer vennoten van onroerende goederen" die voortkomen uit de vennootschap;
  • artikel 2.10.1.0.1 VCF heeft het bij het verdeelrecht over "gedeeltelijke of gehele verdelingen van onroerende goederen"

Vlabel neemt in de praktijk het standpunt in dat, zodra een vennoot een vastgoed verkrijgt van zijn vennootschap, de specifieke bepaling voor het verkrijgen als vennoot van het vastgoed - zijnde artikel 2.9.1.0.4 VCF of 2.9.1.0.5. VCF (en dus het 10% verkooprecht) - van toepassing is, zelfs als er een onverdeeldheid is, omdat het verkooprecht prevaleert op het verdeelrecht. De fiscus meent dat de wettekst duidelijk is en dat de termen "op welke wijze ook" in de eerst bedoelde artikelen omtrent het verkooprecht en het ontbreken ervan bij het verdeelrecht inhouden dat het verkooprecht moet prevaleren bij een overdracht door een vennootschap aan een vennoot van een onroerend goed.

De wettekst lijkt enerzijds ongelukkig ... in het nadeel van de belastingplichtige. Anderzijds is het bij het invoeren van deze wettelijke bepaling, destijds nog onder het oude wetboek registratierechten, niet de bedoeling geweest om dergelijke situatie als dusdanig te belasten. De wetgever had bij het toepassen van het 10% verkooprecht bij onttrekking enkel volgende situatie voor ogen: X brengt een onroerend goed in een vennootschap in ruil voor aandelen (en zonder registratierechten), vervolgens verkoopt X zijn aandelen aan Y en wat later ontbindt Y de vennootschap. Indien de ontbinding in dat geval zonder registratiebelasting zou verlopen, dan zou een vastgoed van X naar Y zijn verschoven zonder registratiebelasting. Nog bijkomend: de bewuste zinssnede "op welke wijze ook" staat al decennia lang in het wetboek en verleidde de fiscus nooit eerder tot deze stellingname ...

Een voor de belastingplichtige verloren zaak gezien de ongelukkige wettekst, of niet?

Stel dat een vennoot van een naamloze vennootschap een vastgoed in onverdeeldheid aanhoudt met zijn vennootschap en dat via uitonverdeeldheidtreding aan het tarief van 2.5% wenst te verwerven. Wat indien de vennoot kort voor deze transactie zijn aandelen -  tijdelijk - overdraagt aan een derde, een van zijn andere vennootschappen, zijn kinderen, ... dermate dat hij op het ogenblik van uitonverdeeldheidtreding geen vennoot meer is en dus enkel de systematiek en het tarief van de uitonverdeeldheidtreding speelt. Een doorzichtig geval van fiscaal misbruik (?) : niet zo, we ontwijken immers geen situatie die de wetgever bedoelde te belasten? Een geval van simulatie (?): niet zo als men alle gevolgen van deze tijdelijke overdracht van aandelen voor lief neemt ? Met andere woorden: creativiteit genoeg als de Vlaamse belastingdienst taxeert tegen de bedoeling van de wetgever in en daardoor ditmaal de belastingplichtige 'frustreert' ... 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.