Tarief notionele intrestaftrek voor groeps-kmo's - de wet is duidelijk!

Tarief notionele intrestaftrek voor groeps-kmo's - de wet is duidelijk!

Omtrent het bestaan en de toepassing van de "notionele intrestaftrek" is al heel wat inkt gevloeid. Een item dat bij controles steeds meer aan bod komt is de vraag of een bepaalde vennootschap al of niet kwalificeert als een "KMO-vennootschap' in functie van het toepasselijke tarief van notionele intrestaftrek.

Ten aanzien van "kleine vennootschappen" (KMO-vennootschappen) heeft de fiscale wet immers een gunsttarief inzake notionele intrestaftrek voorzien (gewoon tarief + 0,50%).

Voor de invulling van dit begrip "KMO" verwijst de fiscale wet (artikel 205 quater § 6 WIB 92) naar vennootschappen die overeenkomstig artikel 15 § 1 W.Venn. als kleine vennootschap worden aangemerkt.

In de praktijk rijst evenwel vaak de discussie tussen de belastingadministratie en de belastingplichtige over het toepassen van dit verhoogd tarief voor kleine vennootschappen wanneer deze tot een vennootschappen-groep behoren. In dat geval meent de administratie namelijk dat de vraag of er sprake is van een KMO-vennootschap overeenkomstig artikel 15 § 5 W. Venn. op geconsolideerde basis moet worden beoordeeld.

De Minister van Financiën alsmede de administratie zijn - in weerwil van de duidelijke bewoordingen van de wettekst voor wat betreft de aanslagjaren 2007, 2008 en 2009 - de mening toegedaan dat ter beoordeling van het KMO-begrip rekening dient te worden gehouden met het volledige artikel 15 W. Venn. met inbegrip van artikel 15 § 5 W. Venn. dat voorziet in een geconsolideerde beoordeling van het KMO-karakter van een vennootschap.

Dit standpunt kan niet worden bijgetreden.

Daar waar de fiscus ter beoordeling van het KMO-begrip toepassing maakt van artikel 15 § 5 W. Venn., voegt zij een (in fiscalibus ongeoorloofde) voorwaarde toe aan de wet. Immers, artikel 205 quater § 6 WIB 92 verwijst terzake uitdrukkelijk en enkel naar artikel 15 § 1 W. Venn.. Een dergelijke manier van handelen is het toepassen van de wet contra legem, een flagrante aanfluiting dus van het grondwettelijk verankerd legaliteitsbeginsel!

In de rechtspraak alsook in rechtsleer wordt wat dit betreft steevast aangenomen dat, indien de tekst van een fiscale wet duidelijk is, hieraan geen andere betekenis moet en kan worden toegekend. Het interpreteren/aanvullen van een duidelijke wet is per definitie uit te boze!

En wat meer is.

Het feit dat voor de invulling van het KMO-begrip in artikel 205 quater § 6 WIB 92 vanaf het aanslagjaar 2010 verwezen wordt naar artikel 15 W. Venn. wijst er des te meer op dat voorheen - zoals de wet het op dat moment ook voorschrijft - ter beoordeling van het KMO-begrip enkel dient te worden getoetst op basis van artikel 15 § 1 W. Venn. (toetsing KMO-begrip op niet-geconsolideerde basis), terwijl het vanaf aanslagjaar 2010 duidelijk is dat rekening moet worden gehouden met het volledige artikel 15 W .Venn. (met inbegrip van artikel 15 § 5 W. Venn. en dus op geconsolideerde basis). Beide bepalingen, zowel voor als na de wijziging van het KMO-begrip, zijn klaar en duidelijk!

De impact van deze discussie voor de aanslagjaren 2007, 2008 en 2009 mag niet worden onderschat. Kleine vennootschappen hebben immers - overeenkomstig de fiscale wet - het verhoogd tarief inzake notionele intrestaftrek toegepast. Het standpunt van de administratie dreigt voor al deze kleine vennootschappen roet in het eten te gooien in de mate deze kleine vennootschappen tot een vennootschappen-groep behoren.

Ondertussen zijn de eerste procedures in dit verband hangende voor de rechtbanken. Het vertrouwen in een goede afloop is groot.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.