Sterfhuisclausule: de fiscus springt als een kat in het nauw!

Sterfhuisclausule: de fiscus springt als een kat in het nauw!

In de Belgische rechtsorde wordt het Hof van Cassatie wel eens vergeleken met het oude Rome in de toenmalige wereldorde. Als Rome een beslissing nam, dan moest iedereen zich daar willens nillens bij neerleggen, rechtvaardig of niet: "Roma locuta, causa finita". Zo ook gaat ons Belgisch rechtssysteem om met uitspraken van het Hof van Cassatie. Een uitspraak van het Hof van Cassatie maakt doorgaans onherroepelijk een einde aan een principiële discussie.

Bij een sterfhuisclausule verkrijgt de bij naam genoemde langstlevende echtgenoot het volledig gemeenschappelijk vermogen en dat zonder successierechten. Iedereen ging er vanuit dat de discussie omtrent de sterfhuisclausule bij het arrest van 10 december 2010 definitief in het voordeel van de belastingplichtige was beslecht. De fiscus beoogde immers hetgeen de langstlevende toekomt boven de helft van de huwelijksgemeenschap te belasten op basis van artikel 2 van het Wetboek van Successierechten. Het Hof beschouwde de sterfhuisclausule niet alleen als geldig beoordeeld vanuit het burgerlijk recht; ze bevestigde ook dat hetgeen de langstlevende op deze wijze boven de helft van het gemeenschappelijk vermogen verkrijgt, vrij is van successierechten.

Tot eenieders verrassing heeft de administratie op 15 juli 2011 een beslissing genomen waarbij zij zich voorhoudt voortaan elke sterfhuisclausule te zullen belasten bij toepassing van artikel 5 van het Wetboek Successierechten. Nochtans heeft de administratie reeds jaren geleden bevestigd dat zij geen toepassing zou maken van artikel 5 van het Wetboek van successierechten, doch enkel van artikel 2 van hetzelfde Wetboek.

Daar waar reeds tonnen inkt zijn gevloeid over dit thema, niet in het minst in de procedure voor het Hof, meent de administratie het arrest van het Hof van Cassatie in nauwelijks meer dan één half velletje A4 van tafel te kunnen vegen als "zou de vraag naar de burgerrechtelijke kwalificatie van dit soort clausules in de huidige stand van de rechtspraak nog niet volledig zijn onderzocht". De administratie meent dat de rechtspraak nog maar eens moet bekijken of er niet kan belast worden op basis van artikel 5 van het Wetboek van successierechten; ondertussen zal de administratie het successievrij karakter van de sterfhuisclausule niet aanvaarden.

De toepassing van artikel 5 van voornoemd Wetboek is evenwel onderworpen aan strikte voorwaarden vooraleer hetgeen de langstlevende boven de helft uit de huwgemeenschap verkrijgt kan worden belast. Eén ervan is dat het beding in het huwelijkscontract zo geformuleerd staat dat het hij of zij die het langst leeft is die de ganse huwgemeenschap bekomt. Bij een sterfhuisclausule is dat net niet het geval; het is de met naam genoemde echtgenoot die het vermogen verkrijgt.

De fiscus houdt zonder enige onderbouw haar vroegere standpunt omtrent sterfhuisclausules aan. De fiscus lijkt ons daarmee niet zozeer aan te sturen op een wijziging in de rechtspraak; de kans dat die er komt na het arrest van het Hof van Cassatie mag worden beschouwd als zo goed als uitgesloten. Vanwaar dan deze houding van de fiscus? Ze wil op die manier ongetwijfeld de druk opvoeren om de wet op dit punt te wijzigen. Een gewijzigde wet zal echter enkel gelden voor de toekomst; ondertussen ziet iedere belastingplichtige geconfronteerd met deze problematiek zich genoodzaakt zich voor de rechtbank te verzetten tegen dit standpunt.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.