Schending van het boekhoudrecht - geen belasting op basis van een vergissing !

Schending van het boekhoudrecht - geen belasting op basis van een vergissing !

Een belasting ten behoeve van de Staat kan enkel worden ingevoerd dan door een wet. Dit volgt uit het fiscale wettigheidsbeginsel dat staat ingeschreven in de Grondwet (art. 170). De fiscus kan bijgevolg geen belasting invoeren, ze kan enkel toezien op de uitvoering ervan. Het belang van het wettigheidsbeginsel voor de dagdagelijkse praktijk bleek recent nog uit een ruling met betrekking tot een schending van het boekhoudrecht (voorafgaande beslissing nr. 2012.365 van 6 november 2012). In deze ruling kan bevestiging worden gezien van het feit dat een boeking op basis van een vergissing te goeder trouw begaan geen basis kan zijn voor taxatie wanneer de boeking niet overeenstemt met de werkelijkheid.

De feiten hadden kort gezegd betrekking op een verkoop onder een aantal voorwaarden door een vennootschap van een meerderheidsparticipatie in een buitenlandse vennootschap. Deze verkoop afgesloten in 2010 viel onder het toepassingsgebied van buitenlands recht. De voorwaarden, waaronder de goedkeuring door een buitenlandse toezichthouder, werden vervuld in 2012; op dat moment werden de aandelen overgedragen en kreeg de verkopende vennootschap hiervoor cash. De commissaris-revisor paste op de verkoopovereenkomst het CBN-advies 148/6 toe, inzonderheid gezien de voornoemde voorwaarde. Dit CBN-advies heeft betrekking op de boekhoudkundige verwerking van verrichtingen afgesloten onder opschortende voorwaarde. De commissaris-revisor droeg met name aan de vennootschap op om de verrichting te registreren in het boekjaar 2011; de meerwaarde werd aldus geboekt en in de balans verwerkt als een “te ontvangen inkomst” en de aandelen bleven geboekt onder de post “financiële vaste activa”. Na overleg met een nieuwe commissaris-revisor bleek dit een verkeerde toepassing van het CBN-advies op basis van een foutieve interpretatie van de contractuele bepalingen. Inzonderheid bleek het toepasselijke recht niet te voorzien in de terugwerkende kracht. Op basis van het CBN-advies had de aandelenverkoop moeten worden geregistreerd in het boekjaar 2012, het jaar van de vervulling van de voorwaarde. De vennootschap voerde in zijn aanvraag tot ruling aan dat daardoor het realiteitsbeginsel werd geschonden. Ze wenst over te gaan tot correctie van de geboekte verkoopovereenkomst en tot de opmaak en de neerlegging van een verbeterde jaarrekening bij de balanscentrale.

De Dienst Voorafgaande Beslissingen (hierna: DVB) bevestigde het standpunt van de aanvrager. Ze herinnert aan de primauteit van het boekhoudrecht op het fiscaal recht. Tenzij het fiscaal recht hiervan expliciet afwijkt, dient de boekhoudkundige verwerking als basis voor de fiscale winstbepaling en als startpunt voor de aangifte. De DVB neemt aan dat er in strikte zin geen “materiële vergissing” is in de zin van een “misvatting over het bestaan van materiële feiten”, maar eerder een foutieve lezing van een verkoopcontract. Het betreft eerder een intellectuele vergissing of een vergissing in rechte, wat heeft geleid tot een boeking die niet overeenstemt met de werkelijkheid. Volgens de DVB lijkt er aldus sprake van een intellectuele vergissing die aan de basis ligt van een schending van het boekhoudrecht, waarbij een verbetering van de jaarrekening zich opdringt. Volgens de DVB is het de verbeterde jaarrekening die als basis dient voor de fiscale winstbepaling. De DVB wijst in haar beoordeling inzonderheid op het feit dat de vennootschap de juridische werkelijkheid niet verandert maar die in de hermaakte jaarrekening correct zal weergeven. Ze verwijst tevens naar het tijdstip van het hermaken van de jaarrekening, met name enkele maanden na de goedkeuring van de jaarrekening, omdat precies in het proces van nazicht van de jaarrekening de onzekerheid is ontstaan over de juistheid van de boeking; een onzekerheid die nadien een fout bleek uit te wijzen.

Deze ruling ligt in de lijn van het merendeel van de rechtspraak. De jaarrekening en de balans hebben een voor de belastingplichtige verbindend karakter. Volgens het Hof van Cassatie kan de belastingplichtige evenwel terugkomen op te goeder trouw begane vergissingen in feite of in rechte mits dit gebeurt binnen de wettelijke bezwaartermijn. Dit geldt niet wanneer het gaat over een opportuniteitskeuze; dergelijke keuze blijft definitief. In de voornoemde casus stelde de DVB in dit verband overigens dat de vraag of er al dan niet sprake was van een beleidsbeslissing in deze niet relevant was omdat bij een correcte lezing van het verkoopcontract de boekhoudwetgeving geen keuze laat over het moment van winstneming.

Een belasting ten behoeve van de Staat kan enkel worden ingevoerd dan door een wet. Dit zogenaamde wettigheidsbeginsel impliceert ondermeer dat een boeking op basis van een vergissing die niet overeenstemt met de juridische werkelijkheid geen aanleiding kan geven tot taxatie. Het principe van de bindende kracht van de jaarrekening mag met name genuanceerd worden wanneer de belastingplichtige het bewijs kan leveren van een te goeder trouw begane vergissing in feite of in rechte. Het is dan zaak niet te treuzelen en de jaarrekening te corrigeren binnen de wettelijke bezwaartermijn. Er is ook geen enkele reden waarom een te goeder trouw begane vergissing niet zou kunnen worden rechtgezet, inzonderheid wanneer men daardoor de juridische werkelijkheid correct weergeeft. Het wettigheidsbeginsel wordt daardoor niet gefrustreerd, wel integendeel.

 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.