Private holding: meer dan ooit!

Private holding: meer dan ooit!

Met het jaareinde in zicht is een nieuwe begrotingronde aan de orde en wordt gezocht naar een manier om een begrotingstekort zo veel als mogelijk te vermijden. Geen sinecure gezien de almaar stijgende kosten op federaal niveau. Een grondige sanering van de federale overheidsfinanciën lijkt onvermijdelijk te zijn. De imminente staatshervorming kan hier bovendien niet los van worden gezien, maar integendeel zelfs katalyserend werken.

Over de aanpak van deze noodzakelijke fiscale hervorming is al veel inkt gevloeid en zijn al uiteenlopende standpunten ingenomen. Steeds terugkomend is de roep de sterkste schouders te belasten door privé - vermogens te viseren. Links suggereert hiertoe een algemene vermogensbelasting. Wellicht loopt het niet zo'n vaart, alleen al gezien de praktische moeilijkheden die de implementatie van dergelijke algemene vermogensbelasting met zich meebrengt.

Veel waarschijnlijker is onder meer de invoering van een veralgemeende aanmerkelijkbelangheffing.

Algemeen gesteld wordt een privé - persoon op vandaag enkel belast op de meerwaarden op diens aandelenparticipaties indien deze aandelenparticipaties tot een deelneming met een aanmerkelijk belang behoren (d.i. een middellijke of onmiddellijke deelneming groter dan 25% alleen of samen met naaste familie) en indien deze meerwaarden worden gerealiseerd naar aanleiding van een overdracht onder bezwarende titel aan een niet - E.E.R. vennootschap (tarief: 16,5% + gemeentebelastingen). Voor het overige zijn gerealiseerde meerwaarden op aandelen enkel belastbaar in zoverre ze zijn gerealiseerd buiten het normaal beheer van privé - vermogen (tarief: 33,33% + gemeentebelastingen). Door een veralgemening van deze aanmerkelijkbelangheffing zou ongeacht aan wie wordt overgedragen elke overdracht door een privé - persoon van diens aandelenparticipaties met een aanmerkelijk belang worden belast.

Op deze mogelijke veralgemening van de aanmerkelijkbelangheffing kan nu nog worden geanticipeerd door de creatie van een Belgische private holding. Door aandelenparticipaties als kapitaal onder te brengen in een Belgische private holding worden de meerwaarden op deze deelnemingen aan hun werkelijke waarde vastgeklikt. Deze inbreng geschiedt op vandaag, indien kaderend binnen normaal beheer van privé - beheer, daarenboven belastingvrij.

De fiscaal neutrale verhandelbaarheid van de in de holding ondergebrachte aandelen lijkt op die manier voor de toekomst gegarandeerd. Het is immers voortaan de holding als eigenaar van deze aandelen die zal overgaan tot de verhandeling ervan. En de holding is als vennootschap onvoorwaardelijk vrijgesteld van een meerwaardebelasting op aandelen; van deze vrijstelling in de vennootschapsbelasting lijkt men in de toekomst niet af te zullen stappen.

Bovendien biedt de creatie van een private holding de mogelijkheid een andere fiscaal nadelige hervorming te ontlopen. Immers, naast de invoering van de veralgemeende aanmerkelijkbelangheffing lijkt ook een verhoging van de tarieven van de roerende voorheffing bij o.a. dividendenuitkering op de agenda komen te staan.

Door de inbreng van de aandelenparticipaties in het kapitaal van de holding wordt een stevige kapitaalbasis gecreëerd die, indien gewenst, kan worden uitgekeerd aan de aandeelhouders van de holdingvennootschap bij wijze van kapitaalvermindering (en niet langer als dividend met de daarmee gepaard gaande roerende voorheffing). Deze kapitaalvermindering geschiedt zowel voor de holdingvennootschap als voor haar aandeelhouders onbelast.

In België geldt bovendien een gunstig klimaat voor holdingvennootschappen dermate dat de winsten in de onderliggende vennootschappen op een fiscaal optimale manier kunnen doorstromen naar de holdingvennootschap.

Immers enerzijds wordt in de meeste gevallen het opstromen van dividenden binnen een groepsstructuur vrijgesteld van roerende voorheffing. In België en binnen de Europese Unie geldt daartoe de moeder - dochterrichtlijn die voorziet in dergelijke vrijstelling. Bovendien beschikt België over een uitgebreid netwerk van landen waarmee ze een dubbelbelastingverdrag heeft afgesloten dat voorziet in een verlaagde roerende voorheffing of zelfs in een vrijstelling van de roerende voorheffing.

Anderzijds maakt het Belgisch regime van de aftrek voor Definitief Belaste Inkomsten het voor Belgische vennootschappen mogelijk 95% van de door hen ontvangen dividenden in mindering te brengen van hun belastbaar resultaat indien daartoe aan bepaalde vereisten is voldaan. De ontvangen dividenden worden met andere woorden quasi niet belast.

De holding is dus een vehikel met bij uitstek toegevoegde waarde op fiscaal vlak. Daarbij komt nog dat de holding ook andere opportuniteiten biedt onder meer op het vlak van successieplanning en vermogensoverdracht, uitbouw en financiering van een groep van vennootschappen, financiering inzake overnames.... De Belgische private holding: meer dan ooit!

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.