Overdracht van aandelen in een nv of een bvba - wie volstort de aandelen ?

Overdracht van aandelen in een nv of een bvba - wie volstort de aandelen ?

De NV en de BVBA zijn vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarbij de aandeelhouders of vennoten in principe niet gehouden zijn tot de schulden van de vennootschap.   Als prijs voor deze beperkte aansprakelijkheid, dient bij de oprichting van een dergelijke vennootschap steeds in een toereikend kapitaal te worden voorzien. Dit kapitaal bestaat uit de inbrengen van de oprichters (in geld of in natura).

Het kapitaal in een NV of een BVBA dient echter niet bij de oprichting volledig volstort te worden.

De bestuurders of zaakvoerders van de vennootschap kunnen nadien wel vorderen dat dit zou gebeuren. Een curator kan dit eveneens wanneer de vennootschap failliet gegaan is en de aandelen niet voordien volstort werden.

Een in de praktijk vaak voorkomend pijnpunt is wie instaat voor deze volstorting bij een overdracht van de niet-volgestorte aandelen.

Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt naargelang het gaat om een NV dan wel om een BVBA.

In beide gevallen zijn drie onderscheiden rechtsverhoudingen aan de orde:  (i) de onderlinge relatie tussen de overdrager en de overnemer van de aandelen, (ii) de relatie tussen de overdrager en de vennootschap zelf en (iii) de relatie ten aanzien van derden (schuldeisers van de vennootschap). Dit laatste zal hoofdzakelijk aan de orde zijn in geval van faillissement van de vennootschap.

 

Volstortingsplicht in een NV

Tussen partijen gaat de volstortingsplicht mee over van de overdrager op de overnemer bij de overdracht van de betreffende aandelen. Deze overdracht vindt in principe plaats op het ogenblik van de wilsovereenstemming over het voorwerp en de prijs.

Ten aanzien van de vennootschap is het echter zo dat een overdracht pas tegenstelbaar wordt indien deze ook werd ingeschreven in het aandeelhoudersregister. Algemeen wordt aangenomen dat volstortingen die zijn opgevraagd vóór deze inschrijving, dienen te gebeuren door de overdrager. Volstortingen die nadien werden opgevraagd zijn voor rekening van de overnemer.

In de verhouding ten aanzien van derden (met inbegrip van de curator in geval van faillissement van de vennootschap) geldt de bijzondere regeling van artikel 506 en 507 W. Venn. De overdracht van de niet-volgestorte aandelen is pas tegenstelbaar aan derden na de publicatie in de bijlagen van het Belgisch Staatblad van de lijst van aandeelhouders die hun aandelen niet hebben volstort.

Voor schulden die ontstaan zijn nà deze bekendmaking, kan de curator / een schuldeiser enkel de overnemer aanspreken tot volstorting.

Voor schulden die dateren van voordien, kunnen de schuldeisers zich zowel richten tot de overnemer als de overdrager. Deze laatste heeft dan wel een regresvordering op de overnemer en op de latere overnemers (artikel 507 W. Venn.).

 

Volstortingsplicht in de BVBA

In de onderlinge verhouding tussen de overdrager en overnemer geldt hetzelfde principe als in een NV. De volstortingsplicht gaat mee over met de betrokken aandelen.

De verhouding ten aanzien van de vennootschap is hier echter niet uitdrukkelijk wettelijk geregeld.

Overwegend wordt aangenomen dat de wettelijke regeling inzake NV per analogie moet worden toegepast. Ook hier zou het essentiële onderscheid derhalve bestaan uit volstortingen die zijn opgevraagd vóór dan wel nà de inschrijving van de overdracht in het aandeelhoudersregister.

Sommige rechtspraak en rechtsleer is evenwel van oordeel dat de overdrager t.a.v. de vennootschap gehouden is voor de schulden van vóór de inschrijving van de overdracht in het aandeelhoudersregister (ten belope van het niet-volgestorte gedeelte uiteraard), ongeacht wanneer de volstorting werd opgevraagd.

In de verhouding tot de schuldeisers van de vennootschap werd traditioneel eveneens de regeling inzake de NV per analogie toegepast, met dien verstande dat als peildatum de inschrijving van de overdracht in het aandelenregister geldt en dat de overdrager enkel een regres heeft op de overnemer en niet op de latere overnemers. De overdrager die niet volstort heeft, zal dus ten belope van het niet-volgestorte gedeelte kunnen aangesproken worden voor schulden die reeds bestonden op het ogenblik van de inschrijving van de overdracht in het aandelenregister.

Steeds vaker gaan evenwel stemmen op dat de overdrager ook ten aanzien van schuldeisers bevrijd is van zodra de overdracht in het aandeelhoudersregister werd ingeschreven, ongeacht of het gaat om schulden van voor of na de overdracht.

Daarnaast is er echter nog een strekking die van oordeel is dat de overdrager pas bevrijd is indien de vennootschap uitdrukkelijk afstand heeft gedaan van de vordering tot volstorting.

 

Conclusie

Bij de overdracht van aandelen in een NV of BVBA dient steeds te worden nagegaan of deze aandelen wel werden volstort. Blijkt dit niet het geval, dan is de voorafgaandelijke volstorting door de overdrager de meest eenvoudige oplossing. Indien dit niet mogelijk of wenselijk blijkt, wordt één en ander best uitdrukkelijk geregeld in de overnameovereenkomst, zeker bij een BVBA, om onaangename verrassingen te vermijden.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.