Overdracht familiebedrijf : 0% tarieven in successierechten en schenkingsrechten volop in beweging !

Overdracht familiebedrijf : 0% tarieven in successierechten en schenkingsrechten volop in beweging !

Enkele recente ontwikkelingen wijzen erop dat het regime van de Vlaamse successie- en schenkingsrechten verschuldigd bij de overdracht van een familiebedrijf wel eens grondig gewijzigd zou kunnen worden.

Zo stuurde de Vlaamse regering op 13 oktober laatstleden ter zake een opmerkelijk persbericht de wereld in. De Vlaamse regering uitte er het voornemen aan de hand van een rits maatregelen de Vlaamse bedrijfsleider ertoe aan te willen zetten reeds bij leven te voorzien in een regeling voor de overdracht van zijn of haar familiebedrijf. Deze maatregelen kaderen in het Masterplan voor Opvolging en Overname en omvatten onder meer twee opmerkelijke fiscale maatregelen.

Enerzijds wenst de Vlaamse regering met ingang van 1 januari 2011 het tarief in de schenkingsrechten verschuldigd bij de overdracht van een familiebedrijf op 0% te brengen (artikel 140bis W.Reg.).

Op vandaag kan een familiebedrijf onder bepaalde voorwaarden reeds aan een vlak tarief van 2% worden geschonken. Dit wordt nog vaak te duur bevonden waardoor de aandelen in een familiebedrijf in de praktijk veelal geschonken worden voor een Nederlands notaris of via een handgift. Bij deze laatste twee schenkingstechnieken zijn geen schenkingsrechten verschuldigd, maar men komt wel in het vaarwater van artikel 7 van het Wetboek van Successierechten. Immers, als de schenker binnen de drie jaar na zijn of haar schenking voor Nederlands notaris of handgift overlijdt, worden de geschonken goederen alsnog bij zijn of haar nalatenschap gevoegd waarop er alsdan successierechten verschuldigd zijn.

Hangt het van de Vlaamse regering af dat kan de Vlaamse bedrijfsleider vanaf 1 januari 2011 zijn familiebedrijf schenken voor Belgisch notaris zonder dat daarbij schenkingsrechten verschuldigd zijn en zonder dat men in het vaarwater van artikel 7 van het Wetboek van Successierechten komt. Wel zullen vermoedelijk een aantal voorwaarden toepasselijk blijven. Zo zal de bedrijfsactiviteit wellicht tot 5 jaar na de schenking dienen te worden voortgezet.

Anderzijds wenst de Vlaamse regering, in het zog van deze eerste maatregel, de gratis vererving van familiebedrijven integraal te schrappen en het tarief in de successierechten ter zake te brengen op 3% voor de vererving in rechte lijn en op 7% voor de vererving buiten de rechte lijn.

Thans voorziet artikel 60 bis van het Wetboek van Successierechten onder voorwaarden (o.m. de minimum participatievoorwaarde en de loonlastvoorwaarde) in een gratis vererving van het familiebedrijf. Van deze vrijstelling in de successierechten wordt op vandaag in de praktijk handig gebruik gemaakt indien de bedrijfsleider nog niet bij leven wenst te voorzien in een overdracht van zijn of haar familiebedrijf. Ook de combinatie ervan met artikel 7 van het Wetboek van Successierechten wordt in de praktijk vaak aangewend (zie hieromtrent de TFI-bijdrage "Bedrijfsleider, grijp uw kans!" van 2 februari 2010), al komt dit op losse schroeven te staan (zie hierna).

Met ingang van 1 januari 2011 zou deze vrijstelling van successierechten niet langer bestaan. Heeft de bedrijfsleider niet bij leven voorzien in een overdracht van zijn of haar familiebedrijf dan zou de vererving ervan geschieden aan een tarief in de successierechten van 3% dan wel 7%. Hiermee wenst de Vlaamse regering het incentive voor de Vlaamse bedrijfsleider om reeds bij leven te voorzien in een overdracht van diens familiebedrijf te vergroten.

Deze aangekondigde vrijstelling in de schenkingsrechten en wijziging in de successierechten moeten wel nog goedgekeurd worden door het Vlaams Parlement. Wordt aldus vervolgd! In ieder geval zou deze wijziging in de schenkingsrechten opportuniteiten openen. De zogenaamde bedrijfsschenking kan immers bijzonder nuttig zijn omdat ze een definitieve regeling van het bedrijf naar één van de kinderen toelaat zonder latere verrekening met de andere kinderen!

Tweede opmerkelijke ontwikkeling is een vrij recent standpunt van de Vlaamse belastingadministratie inzake de combinatie van artikel 7 en 60 bis van het Wetboek van Successierechten.

In de TFI-bijdrage "Bedrijfsleider, grijp uw kans!" van 2 februari 2010 werd reeds de opportuniteit van de combinatie van deze beide artikelen naar voren geschoven.

Zo kan de Vlaamse bedrijfsleider er (op vandaag) voor opteren zijn familiebedrijf zonder schenkingsrechten te schenken voor Nederlands notaris. Echter, desgevallend is het artikel 7 van het Wetboek van Successierechten van toepassing. Komt de bedrijfsleider immers te overlijden binnen de drie jaar na de schenking dan valt het geschonken familiebedrijf in diens nalatenschap. In dat geval zal de vererving van het familiebedrijf alsnog vrij van successierechten kunnen gescheiden indien aan de voorwaarden van artikel 60 bis is voldaan en indien het familiebedrijf spontaan wordt aangegeven in de aangifte successierechten.

In verschillende circulaires omtrent de werking van artikel 60 bis aanvaardt de Vlaamse belastingadministratie uitdrukkelijk deze nuttige gecombineerde toepassing van artikel 7 en 60 bis van het Wetboek van Successierechten.

Recent lijkt de Vlaamse belastingadministratie deze zienswijze echter met 180° te hebben gewijzigd. In een standpunt bevestigt ze de toepassing van de vrijstelling van successierechten (artikel 60 bis) niet meer te aanvaarden voor het familiebedrijf dat op basis van artikel 7 van het Wetboek van Successierechten wordt aangegeven.

Volgens de belastingadministratie is in dat geval niet voldaan aan de voorwaarde van het ononderbroken bezit in hoofde van de erflater zoals vereist volgens de door het decreet van 18 december 2009 gewijzigde bewoordingen van artikel 60 bis. Thans bepaalt artikel 60 bis ter zake immers dat voor de vrijstelling enkel in aanmerking komen:
"de aandelen in een familiale onderneming of vorderingen op een dergelijke vennootschap, op voorwaarde dat de onderneming of de aandelen van de vennootschap
(a) in de drie jaar voorafgaand aan het overlijden ononderbroken en
(b) voor ten minste 50 procent toebehoorden aan de overledene en/of zijn echtgenoot, en
(c) dat deze spontaan in de aangifte van nalatenschap worden vermeld."

Volgens de belastingadministratie wordt het familiebedrijf ingevolge de schenking niet ononderbroken aangehouden door de erflater in de drie jaar voor diens overlijden en wordt daarmee afbreuk gedaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 60bis.

Ons inziens druist voormeld standpunt van de Vlaamse belastingadministratie in tegen de beginselen van het Wetboek van Successierechten. Artikel 7 is immers een fictie-artikel van het Wetboek van Successierechten. Bij de toepassing ervan worden de in de drie jaar voor het overlijden geschonken goederen geacht deel uit te maken van de nalatenschap van de erflater. Deze gelijkstelling met de werkelijk nagelaten goederen werkt op fiscaal vlak volledig door. Het standpunt van de Vlaamse belastingadministratie miskent ons inziens deze fiscale gelijkstelling.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.