Nieuw vlaams successiedecreet : nog wat werk aan de winkel voor de decreetgever ?

Nieuw vlaams successiedecreet : nog wat werk aan de winkel voor de decreetgever ?

Het nieuwe decreet inzake schenking en successie rond Familiebedrijven werd reeds aangekaart in onze nieuwsbrief van november 2011 .

De schenking van aandelen in Familiebedrijven worden onder volgende voorwaarden vrijgesteld van schenkingsrechten (nieuw artikel 140 bis W. Reg.):

  • de schenker heeft op het ogenblik van de schenking samen met zijn familie (echtgenoten of samenwonenden, (groot)ouders, (klein)kinderen, broers en zussen en hun partners; neven en nichten worden uitgesloten tenzij de gemeenschappelijk verwante ouder is overleden):
    - ofwel 50% van de aandelen
    - ofwel 30% van de aandelen; in dat geval moet er ofwel nog één andere aandeelhouder zijn waarmee (opnieuw familiaal beoordeeld) men samen 70% van de aandelen bezit ofwel moeten er nog twee andere aandeelhouders zijn waarmee (opnieuw famililaal beoordeeld) men samen 90% van de aandelen bezit;
     
  • het Familiebedrijf moet kwalificeren als een “familiale vennootschap, dit is een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel heeft”.

Passieve holdingsvennootschappen komen eveneens in aanmerking voor de vrijstelling in aanmerking in de mate dat ze rechtstreekse dochtervennootschappen hebben die aan voornoemde tweede voorwaarde voldoen. De holding dient wel minstens 30% van de aandelen te bezitten.

De decreetgever sluit vennootschappen die “geen reële economische activiteit hebben” van deze vrijstelling uit.  Het nieuw succenssiedecreet voorziet hiertoe een weerlegbaar vermoeden. Men wordt geacht geen reële economische activiteit te hebben indien uit de laatste relevante jaarrekeningen blijkt dat (1) de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen een percentage gelijk of lager dan 1,5% uitmaken van de totale activa EN (2) de terreinen en gebouwen meer dan 50% uitmaken van het totaal actief.

Bedoeling was blijkbaar om de “managementvennootschappen” en “patrimoniumvennootschappen” uit te sluiten van deze vrijstelling.

Deze bijdrage is niet onmiddellijk bedoeld om deze kernvoorwaarden voor vrijstelling verder in detail te bespreken, noch om de andere voorwaarden in kaart te brengen.

Onder dezelfde voorwaarden worden de successierechten voor aandelen in Familiebedrijven vastgeklikt
op 3%.

Daarbij komt dat Vlaamse decreetgever de wachttermijn voor niet in België geregistreerde schenkingen op 7 jaar heeft gebracht “indien het gaat om aandelen als bedoeld in artikel 140bis W. Reg.”. Wanneer men vroeger een Familiebedrijf schonk voor Nederlands notaris, werd men geconfronteerd met een wachttermijn van 3 jaar vooraleer het geschonken vermogen definitief bevrijd was van successierechten. Op vandaag wordt dit (in bepaalde gevallen ?) 7 jaar !

Ofschoon de nieuwe wetgeving, zoals beschreven in onze eerdere nieuwsbrief, opportuniteiten biedt zou men zich, vanuit de dagdagelijkse praktijk rond Familiebedrijven, de vraag kunnen stellen of deze wetgeving wel duidelijk genoeg is en ook, of ze wel ver genoeg gaat.

(1)

Vooreerst is er wat debat rond de vraag of de wachttermijn van 7 jaar enkel geldt voor Familiebedrijven die kunnen geschonken worden met vrijstelling van schenkingsrechten of ook voor Familiebedrijven die geen reële economische activiteit hebben en daardoor als Familiebedrijf uitgesloten worden van de vrijstelling (zie hoger). Dit laatste is van bijzonder belang voor bijvoorbeeld patrimoniumvennootschappen. Volgens sommigen maken patrimoniumvennootschappen in principe Familiebedrijven uit, maar kunnen ze door de uitsluiting niet van de vrijstelling van schenkingsrechten genieten. Dit zou volgens sommigen niet wegnemen dat het aandelen “bedoeld” in artikel 140bis W. Reg. betreffen en daardoor, bijvoorbeeld bij een schenking in Nederland, voortaan een wachttermijn van 7 jaar speelt.

Deze lezing van het decreet voelt als onevenwichtig aan. De bedoeling lijkt eerder te moeten zijn om het schenken van Familiebedrijven voor Belgisch notaris te stimuleren en – voor wie deze opportuniteit niet grijpt – dit af te straffen door de schenkingen anderszins met een wachttermijn van 7 jaar te confronteren. Men zou bij deze lezing bij de schenking van patrimoniumvennootschappen geconfronteerd worden met een wachttermijn van 7 jaar, terwijl men ook niet de mogelijkheid heeft om te schenken met vrijstelling van schenkingsrechten.

In ieder geval ware het beter dat de wetgever ieder mogelijk debat hieromtrent voorkomt door te stellen dat de termijn van 7 jaar geldt in de mate het gaat “om aandelen die op basis van artikel 140 bis W. Reg. voor vrijstelling in aanmerking komen.”

(2)

Verder is ook de wijze waarop de uitsluiting van bepaalde Familiebedrijven is gedefinieerd een gegarandeerde bron van discussie. 

Vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben, worden uitgesloten. “Geen reële economische activiteit hebben” is evenwel een niet-juridische term; het spreekt voor zich dat iedereen dit op een andere wijze kan definiëren. Het kan ook niet de bedoeling zijn dat een Circulaire dit moet verduidelijken. Uiteindelijk dient de decreetgever duidelijke wetgeving te maken, niet de administratie.

Ook het (weerlegbaar) vermoeden waarbij gesteld wordt dat een vennootschap in bepaalde gevallen geacht worden geen reële economische activiteit te hebben roept vragen op. Is er enkel sprake van “geen reële economische activiteit” indien deze voorwaarden voor het vermoeden zijn vervuld of kan er ook nog sprake zijn van andere gevallen waarbij men het label van “geen reële economische activiteit” kan krijgen.

Ook hier schaaft de decreetgever de tekst best nog wat bij.

(3)

Verder lijkt het nieuwe decreet ook een gemiste kans. Het decreet heeft als bedoeling het behoud van Familiebedrijven in Vlaanderen, gezien hun toegevoegde waarde voor de economie en tewerkstelling, te ondersteunen door schenkings- en successierechten te milderen. Eigen aan familiebedrijven is dat het bedrijf een opvolging kent over verschillende generaties heen.

Met de participatievoorwaarde zoals nu weerhouden in het decreet worden lang niet alle Familiebedrijven gecovered.

Neem het geval van de pater familias stichter (thans overleden) van het Familiebedrijf. Deze had 4 kinderen (de zogenaamde 2e generatie, thans met de leeftijd van +/- 65 jaar) die het Familiebedrijf verder zetten. Elk van deze vier kinderen had een opvolger; reeds een twintigtal jaar is het bedrijf doorgegeven aan deze opvolgers (thans +/- 45 jaar). Deze opvolgers verhouden zich als neven en nichten tot elkaar. Indien deze neven en nichten in de volgende jaren willen schenken aan hun eigen kinderen dan kunnen zij onder de bestaande regelgeving deze schenking niet laten plaatsvinden met vrijstelling van schenkingsrechten. Hier lijkt de decreetgever zijn beoogde doel niet te bereiken.

Het nieuwe successiedecreet is ongetwijfeld een belangrijke stap vooruit. Mits enkele verduidelijkingen en bijsturingen kan de toegevoegde waarde voor de Familiebedrijven nog belangrijk toenemen.  

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.