Meerwaarden op private aandelen: spoed vereist?

Meerwaarden op private aandelen: spoed vereist?

16.08.2011
mr. Stijn Lamote (advocaat-vennoot) en mr. Anouck Sandra (advocaat)

In de huidige stand van de wetgeving wordt een private aandeelhouder grosso modo slechts in twee gevallen belast op de meerwaarden op zijn aandelen. Dit is vooreerst het geval als de aandeelhouder een deelneming met een aanmerkelijk belang bezit in een Belgische vennootschap en deze verkoopt aan een vennootschap gevestigd buiten de Europese Economische Ruimte. Daarnaast is er op vandaag tevens sprake van een private meerwaardebelasting op aandelen indien deze meerwaarden worden gerealiseerd in het kader van abnormaal beheer van privé-vermogen. Het belastingtarief bedraagt in het eerste geval 16,5% vermeerderd met de gemeentebelastingen; in het tweede geval bedraagt het tarief 33,33% vermeerderd met gemeentebelastingen.

In politieke kringen wordt gefluisterd dat in de toekomst een veralgemeende private meerwaardebelasting op deelnemingen met een aanmerkelijk belang (aanmerkelijkbelangheffing) een oplossing zou kunnen bieden voor (een deel) van de begrotingstekorten. In voorkomend geval zouden meerwaarden op deelnemingen met een aanmerkelijk belang bij gelijk welke overdracht ten bezwarenden titel belastbaar worden en niet enkel naar aanleiding van een overdracht aan een niet - E.E.R. vennootschap of naar aanleiding van een overdracht kaderend in een abnormale verrichting.

Er wordt daarbij geacht sprake te zijn van een deelneming met aanmerkelijk belang in een vennootschap indien de private aandeelhouder in de loop van de vijf jaar voor de overdracht alleen of samen met familie (echtgenoot, kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders, broers, zussen, schoonbroers en schoonzussen) middellijk of onmiddellijk meer dan 25% van de aandelen in die vennootschap bezit.

Op deze mogelijke toekomstige aanmerkelijkbelangheffing kan worden geanticipeerd. Inzonderheid kunnen participaties in vennootschappen via inbreng in kapitaal gecentraliseerd worden in een Belgische holdingvennootschap. Naar aanleiding van deze inbreng in een vennootschap worden de meerwaarden op de ingebrachte participaties op vandaag alsnog belastingvrij vastgeklikt. De aandelen worden immers aan hun reële waarde ingebracht in het kapitaal van de holdingvennootschap. Bij dergelijke inbreng is het wel telkens van belang er zorg voor te dragen dat er geen sprake is van een abnormale verrichting in het licht van artikel 90, 9° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen; dit artikel voorziet op vandaag enkel in belasting op de meerwaarde indien deze gerealiseerd wordt in het kader van een abnormale verrichting. Desgevallend kan in dit verband een ruling worden aangevraagd.

Indien de familie vervolgens in de toekomst voornoemde participaties wenst te verkopen dan zal het niet zij maar de holdingvennootschap zijn die de aandelen verkoopt. Deze verkoop door een holding geschiedt belastingvrij. De familiale holdingvennootschap, de verkoper van de aandelen, is immers sowieso als vennootschap - onderworpen aan de vennootschapsbelasting - vrijgesteld van belasting op meerwaarden op haar aandelen. De verwachting is dat voor vennootschappen, mede gelet op de Europese context terzake, de vrijstelling van meerwaardebelasting op aandelen in tegenstelling tot voor natuurlijke personen niet zal komen te vervallen.

Dit maakt een fiscaal neutrale verhandelbaarheid van dergelijke deelnemingen met een aanmerkelijk belang in de toekomst mogelijk, ook al wordt zoals hierboven vooropgesteld mogelijk een private aanmerkelijkbelangheffing ingevoerd.

Een concreet voorbeeld kan het bovenstaande verduidelijken. In de jaren negentig koopt een bedrijfsleider aandelen in een exploitatievennootschap aan € 10.000,00. Hij bezit hierdoor samen met zijn echtgenote 100% van de aandelen in deze exploitatievennootschap. In 2012 verkoopt hij zijn aandelen voor € 1.000.000,00. We gaan ervan uit dat ondertussen een aanmerkelijkbelangheffing aan een minimaal belastingtarief van 16,5% is ingevoerd. De bedrijfsleider is dus grosso modo € 170.000,00 belasting verschuldigd.

Indien evenwel de bedrijfsleider hierop anticipeert door zijn aandelen nu nog belastingvrij in te brengen in een holdingvennootschap in het kader van een normale verrichting, geschiedt bovenstaande verkoop door de holdingvennootschap in principe fiscaal neutraal. Immers naar aanleiding van de verkoop worden vermoedelijk geen te grote extra meerwaarden gerealiseerd aangezien de reeds in 2010 bestaande meerwaarde werd vastgeklikt in de holdingvennootschap. Wordt er naar aanleiding van de verkoop toch een bijkomende meerwaarde gerealiseerd in hoofde van de holdingvennootschap dan worden deze niet belast gezien de vrijstelling van meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting waarvan de inschatting is dat deze onverkort blijft gelden. De bedrijfsleider kan zich op termijn overigens de fondsen in de holdingvennootschap na verkoop privé doen toekomen via een fiscaal neutrale kapitaalvermindering in de holdingvennootschap.

Iedere aandeelhouder in een familiebedrijf stelt zich als goede huisvader best de vraag naar de opportuniteit van een private holding. De toegevoegde waarde op fiscaal vlak blijkt voor de hand. Noteer dat een holding ook veel andere mogelijkheden opent zoals een "gecontroleerde" successieplanning of het creëren van een investeringsvehikel voor bedrijfsgebonden of bedrijfsvreemde investeringen. Het sterk overwegen waard dus ...

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.