Liquideren van vennootschappen - de (deficitaire) vereffening als 'eerste' techniek...

Liquideren van vennootschappen - de (deficitaire) vereffening als 'eerste' techniek...

Hoewel de meeste vennootschappen voor onbepaalde duur worden opgericht, zijn vennootschappen geen eeuwig leven beschoren. De redenen om een vennootschap op te doeken zijn uiteenlopend. Het kan gaan om het uitdoven van een activiteit, maar ook om duurzame solvabiliteitsproblemen of twisten tussen vennoten. Om een vennootschap uit het rechtsverkeer te laten verdwijnen, biedt de wetgever een aantal procedures, die er finaal toe strekken om activa van de vennootschap te verzilveren en de passiva aan te zuiveren, waarna de vereffening van de vennootschap vastgesteld en gesloten worden onder toezicht van de rechtbank.

Hoewel men bij solvabiliteitsproblemen spontaan denkt aan het faillissement, lijkt de wetgever de vereffening als eerste techniek naar voor te schuiven om vennootschappen te laten verdwijnen.

In bepaalde gevallen kan deze vereffening opgelegd worden door de Rechtbank en spreekt men van een gerechtelijke vereffening. Het initiatief daarvoor komt toe aan 'elke belanghebbende' of aan het Openbaar Ministerie. Mogelijke aanleidingen zijn een vordering tot nietigverklaring van een vennootschap, het gegeven dat een vennootschap gedurende drie opeenvolgende jaren geen jaarrekeningen meer heeft neergelegd, of het gegeven dat de verliezen het kapitaal van de vennootschap hebben doen dalen onder het wettelijke minimum.

In andere gevallen legt de wetgever de aandeelhouders op om zich in bepaalde gevallen te beraden over het voortbestaan van de vennootschap en te stemmen over de vrijwillige vereffening van de vennootschap. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de zogenaamde alarmbelprocedure (verlies van maatschappelijk kapitaal). De algemene vergadering moet bijeenkomen binnen een termijn van ten hoogste twee maanden nadat het verlies werd vastgesteld of had moeten worden vastgesteld, teneinde te beraadslagen en te besluiten over de ontbinding van de vennootschap.

De rechtbank kan de aandeelhouders ook opleggen om een algemene vergadering te houden met de ontbinding en vereffening van de vennootschap als agendapunt. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien de vennootschap een gerechtelijke reorganisatie heeft doorlopen waarbij het gros van haar activa werden overgedragen. De rechtbank kan in dat geval, wanneer zij de procedure van gerechtelijke reorganisatie afsluit en zij de gerechtsmandataris van zijn opdracht ontheft, de bijeenroeping van de algemene vergadering bevelen met de ontbinding als agendapunt.

Vaker wel dan niet zijn dergelijke vereffeningen deficitair, wat inhoudt dat de verwachte realisatiewaarde van de activa niet zal volstaan om alle schuldeisers te betalen. De vraag die zich opdringt, is of de vennootschap in dergelijke gevallen moet failliet verklaard worden, dan wel of de piste van de vereffening kan aangehouden worden.

De klassieke faillissementsvoorwaarden zijn (1) de hoedanigheid van handelaar, (2) de staking van betalingen, en (3) het wankelen van het krediet. Deze voorwaarden moeten voor een vennootschap in vereffening specifiek ingevuld worden. De vereffening creëert immers een situatie van samenloop wat ipso facto impliceert dat de rechten van de schuldeisers tijdelijk bevroren worden om hun gelijke behandeling te waarborgen.

Sinds lang is er geen enkele discussie meer over het feit dat een vennootschap in vereffening haar hoedanigheid van handelaar behoudt tot minstens zes maanden na het afsluiten van haar vereffening, zodat de vennootschap tot dan kan failliet verklaard worden (1e faillissementsvoorwaarde).

De tweede faillissementsvoorwaarde - de staking van betaling - creëert meer controverse. De samenloop verplicht de vereffenaar immers om minstens tijdelijk de betalingen stop te zetten. De vereffenaar is in bepaalde omstandigheden gehouden om zich te verzetten tegen uitvoeringsdaden van individuele schuldeisers. Deze vaststellingen op zich volstaan derhalve niet om tot staking van betaling in hoofde van de vennootschap in vereffening te besluiten. Deze staking van betaling zal wèl geacht worden aanwezig te zijn indien de niet-betaling andere oorzaken kent (fouten van de vereffening, gebrekkige of dilatoire afwikkeling van de vereffening, etc ...).

De derde faillissementsvoorwaarde - wankelen van het krediet - is onlosmakelijk met de tweede voorwaarde verbonden. Het krediet van een vennootschap wankelt indien de vennootschap geen krediet meer kan bekomen bij derden of bij haar schuldeisers. Voor een vennootschap in vereffening wordt dit criterium ingekleurd onder verwijzing naar het gerechtvaardigd vertrouwen dat een significante meerderheid van de schuldeisers behoudt in de vereffenaar en de afwikkeling van de vereffening. Indien de schuldeisers correct geïnformeerd worden, de vereffening op een transparante en correcte manier verloopt, en de meerderheid van de schuldeisers aanvaardt dat zij slechts gedeeltelijk of niet zullen betaald worden, is er geen sprake van een geschokt krediet. Voor de fiscale behandeling van een onvolledig geïnde vordering naar aanleiding van een deficitaire vereffening, verwijzen wij naar één van onze vorige publicaties (zie artikel Deficitair vereffenen in fiscalibus: no problem?!?! Jan Sandra)

De concrete afweging van de faillissementsvoorwaarden is een evenwichtsoefening. Het belang van een schuldeiser die het faillissement vordert, moet afgewogen worden tegen enerzijds het vennootschapsbelang en anderzijds de belangen van de overige schuldeisers. Een misnoegde schuldeiser kan het faillissement niet afdwingen als hij niet aannemelijk maakt dat hij daarbij een voordeel doet, of indien dit voordeel niet opweegt tegen het nadeel voor de vennootschap en de overige schuldeisers. Dit voordeel kan bijvoorbeeld bestaan in de specifieke wetsbepalingen inzake het faillissement, waarvan de toepassing per hypothese tot een toename van het actief kan leiden (bv. aansprakelijkheidsregeling of niet-tegenstelbaarheid van handelingen in de verdachte periode). Recente rechtspraak geeft daarnaast vooral gewicht aan de omstandigheden waarin de vereffening verloopt.

Om vennootschappen uit het rechtsverkeer te laten verdwijnen, lijkt de wetgever de voorkeur te verlenen aan de gerechtelijke, dan wel de vrijwillige vereffening.  Een dergelijke vereffening kan deficitair zijn zonder dat de vennootschap noodzakelijkerwijs failliet moet verklaard worden. De invulling van de faillissementsvoorwaarden gebeurt voor een vennootschap in vereffening op een specifieke wijze, waarin de belangen van alle actoren moeten afgewogen worden en waarin de wijze waarop de vereffening verloopt een belangrijk criterium is. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.