Lexalert : Opzegbedingen in hernieuwbare overeenkomsten - redelijkheid is de maat voor alles...

Lexalert : Opzegbedingen in hernieuwbare overeenkomsten - redelijkheid is de maat voor alles...

Eeuwigdurende overeenkomsten zijn strijdig met de openbare orde en dus nietig. In overeenkomsten met opeenvolgende prestaties, zoals huurovereenkomsten voor roerende goederen, dienstenovereenkomsten, samenwerkingsovereenkomsten, enz. is veelal een opzegbeding besloten. Een opzegbeding is een contractueel beding dat aan een partij het recht verleent om eenzijdig een einde te maken aan een overeenkomst, buiten elke wanprestatie om, en eventueel de modaliteiten hiervan regelt. Voor overeenkomsten van onbepaalde duur waar geen expliciet opzegbeding is voorzien, neemt men aan dat elk van de partijen de overeenkomst kan beëindigen mits een redelijkeopzegtermijn in acht te nemen.

Bijzondere aandacht gaat hier uit naar de opzegbedingen in overeenkomsten van bepaalde duur die stilzwijgend verlengbaar zijn. Dergelijke bedingen kennen aan een partij het recht toe om tegen een vooropgestelde vervaldag de overeenkomst te beëindigen, mits naleving van een welbepaalde opzeggingstermijn voorafgaand aan deze vervaldag. Veelal wordt daarbij voorzien dat de overeenkomst bij gebreke aan een dergelijke, tijdige opzeg, automatisch hernieuwd wordt voor een nieuwe periode.

Wat gebeurt er wanneer een contractspartij een dergelijke overeenkomst niet wil hernieuwen, maar de opzegdatum heeft laten verstrijken? Heeft een laattijdige opzeg nog zin? Kan de andere partij een laattijdige opzeg negeren én alsnog aandringen op de hernieuwing van de overeenkomst?

In principe strekken overeenkomsten partijen tot wet en wordt een laattijdige opzeg voor ongeschreven gehouden. Men moet evenwel de concrete omstandigheden van iedere zaak in acht nemen. Het kan immers zijn dat de onverkorte uitoefening van het contractueel recht door de andere partij - het negeren van de opzeg én aandringen op de hernieuwing van de overeenkomst - misbruik van het recht uitmaakt.

Rechtsmisbruik betekent dat een partij een recht op een zodanige wijze uitoefent dat dit kennelijk de grenzen te buiten gaat van de normale uitoefening van dat recht door een normale en voorzichtige contractspartij. Wanneer dit gebeurt, komt het de rechter toe die wijze van rechtsuitoefening te matigen en aldus de situatie van rechtsmisbruik te sanctioneren.

In het concrete geval waar de huurder van een roerend goed de huurovereenkomst vier en een halve maand vóór de vervaldag had opgezegd, en waar de contractuele opzegtermijn zes maanden bedroeg, oordeelde de rechtbank van Koophandel van Gent, afdeling Kortrijk dat de verhuurder rechtsmisbruik maakte door in de gegeven omstandigheden de laattijdige opzeg naast zich neer te leggen en aan te dringen op een hernieuwing van overeenkomst voor een nieuwe termijn van 5 jaar.

De verhuurder wilde de huurder immers dwingen om gedurende vijf jaar verder de overeengekomen huurprijs te betalen, hoewel de huurder het goed niet meer wenste te gebruiken en de gebruikelijke afschrijvingstermijn voor dergelijke goederen ook reeds verstreken was.

Rekening houdend met de gebruikelijke functie van een opzeggingstermijn - een partij de tijd te verlenen om de beëindiging van een overeenkomst voor te bereiden - oordeelde de rechter dat een opzeggingstermijn van vier en een halve maand ruim voldoende was om de interne werking van de verhuurder hierop af te stemmen. Dit vloeit niet alleen voort uit het feit dat overeenkomsten ter goeder trouw moeten uitgevoerd worden, maar ook uit het beginsel dat er tussen contractpartijen een medeverantwoordelijkheid voor de goede afloop van de overeenkomst bestaat.

Daarenboven oordeelde de rechter dat er onbetwistbaar sprake was van onevenredigheid tussen het voordeel gehaald uit de strikte uitoefening van het contractueel recht door de verhuurder en de correlatieve last daarvan in hoofde van de huurder. Een normale en redelijke contractspartij had volgens de rechtbank de - weze het laattijdige - opzeg aanvaard, waardoor de overeenkomst na een eerste termijn van 5 jaar ten einde zou gekomen zijn. De rechtbank oordeelde dan ook dat de overeenkomst op de eerste vervaldag ten einde was gekomen en wees de vordering van de verhuurder voor alle navolgende huurtermijnen af.

De uitoefening van een opzegbeding is net als de uitoefening van andere contractuele rechten aan limieten onderworpen. Altijd moet rekening worden gehouden met de concrete omstandigheden van de zaak. De uitoefening van een principieel, contractueel recht kan aan een contractant ontzegd worden omdat deze uitoefening niet op een normale en redelijke manier gebeurt. Ingeval van een laattijdige opzeg kan de rechter een contractspartij terugfluiten wanneer deze een laattijdige opzeg naast zich neerlegt, en - de concrete omstandigheden in acht genomen - op een onredelijke manier aandringt op een hernieuwing van de overeenkomst.  Redelijkheid blijft de maat van alles, ook inzake de uitoefening van opzegbedingen. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.