Lexalert : Nog maar eens over kapitaalverminderingen anno 2017 – het impact van de pro rata aanrekening op kapitaal en (belaste) reserves anno 2018 nader bekeken !

Lexalert : Nog maar eens over kapitaalverminderingen anno 2017 – het impact van de pro rata aanrekening op kapitaal en (belaste) reserves anno 2018 nader bekeken !

Eén van de opmerkelijke maatregelen die werd ingeschreven in het zomerakkoord van eind juli is de maatregel waarbij kapitaalverminderingen vanaf 2018 niet langer volledig belastingvrij kunnen worden uitgekeerd aan de aandeelhouders. Op vandaag kan een terugbetaling van datgene wat de aandeelhouders hebben ingebracht in hun vennootschap – het fiscaal gestort kapitaal – belastingvrij uitgekeerd worden middels een kapitaalvermindering. Vanaf 2018 zal dit niet langer het geval zijn : kapitaalvermindering zullen verhoudingsgewijze moeten aangerekend worden op het fiscaal gestort kapitaal en op de reserves. Het gedeelte dat wordt aangerekend op de reserves kwalificeert als een dividenduitkering; gevolg hiervan is dat op dit gedeelte de roerende voorheffing ad (op vandaag) 30% verschuldigd is. Het gedeelte van de kapitaalvermindering dat wordt aangerekend op het fiscaal gestort kapitaal blijft zoals voorheen onbelast.

De berekeningswijze van de pro rata aanrekening van kapitaalverminderingen

Ondertussen zijn de teksten van het wetsontwerp met betrekking tot de hervorming van de vennootschapsbelasting – de zogenaamde relancewet - ter beschikking en wordt de toepassing in concreto van de pro rata aanrekening bij kapitaalverminderingen duidelijker.

De pro rata aanrekening op kapitaal en belaste reserves zal inzonderheid gebeuren op basis van de breuk :

  • met in de teller :  het bedrag van het werkelijk gestort kapitaal
  • met in de noemer : het bedrag van het werkelijk gestort kapitaal, verhoogd met de belastingvrije reserves in het kapitaal en de belaste reserves

Algemeen gesteld maakt deze berekeningswijze van de pro rata aanrekening duidelijk dat vennootschappen die reeds aanzienlijke reserves hebben opgebouwd in verhouding tot hun werkelijk gestort kapitaal eerder geneigd zullen zijn alsnog een kapitaalvermindering door te voeren voor het einde van dit jaar, wat minder het geval zal zijn bij vennootschappen die alsnog geen of relatief onbelangrijke reserves hebben opgebouwd.  Hetzelfde geldt overigens eveneens voor vennootschappen die stelselmatig jaarlijks relatief belangrijke reserves opbouwen, maar hierover verder in dit artikel meer.

Niet onbelangrijk is dat de reserves bepaald op het einde van het belastbaar tijdperk voorafgaand aan de kapitaalvermindering dienen als basis van de berekening van de pro rata regel (desgevallend verminderend met een tussentijds dividend uitgekeerd voorafgaand aan de kapitaalvermindering). De aangroei van belaste reserves tijdens het boekjaar van de kapitaalvermindering hebben dus geen impact op de pro rata aanrekening van de kapitaalvermindering. Dat betekent meteen dat exceptionele winsten tijdens het boekjaar van de kapitaalvermindering geen impact zullen hebben op de pro rata aanrekening. Denken we hierbij aan meerwaarden bij verkoop van participaties, die weliswaar in principe belastingvrij zijn maar fiscaal kwalificeren als belaste reserves ….

Ook kan proactief het impact van de pro rata aanrekening van kapitaalverminderingen gemilderd worden door in de toekomst belastingvrije reserves niet langer in het kapitaal te incorporeren.

Interne liquidaties van 2014 buiten schot

De pro rata aanrekening volgens de bovenstaande breuk kent daarenboven niet onbelangrijke nuances. Een eerste belangrijke nuance is dat kapitaalverminderingen die teruggaan op interne liquidaties in 2014 sowieso buiten schot; op deze kapitaalverminderingen zal de pro rata aanrekening niet van toepassing zijn.

Ter herinnering : het tarief van de roerende voorheffing op uitkeringen van liquidatieboni werd met ingang van 1 oktober 2014 gebracht van 10% op 25% (thans 30%). Om te voorkomen dat vennootschappen massaal werden vereffend voor 1 oktober 2014 werd voorzien in een overgangsregeling. Ook als niet tot liquidatie werd overgegaan, kon men vooralsnog tijdelijk het voordeel genieten van het verlaagd tarief van 10%. Daartoe was vereist dat de belaste reserves goedgekeurd door de algemene vergadering uiterlijk op 31 maart 2013, uitgekeerd werden als dividend tegen een belasting van 10% en vervolgens het netto verkregen dividend werd geïncorporeerd in het kapitaal, een zogenaamde interne liquidatie. De kapitaalverhoging moest onmiddellijk en uiterlijk tijdens het belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober 2014 gebeuren.

Een latere vermindering van het kapitaal gevormd door de interne liquidatie, vormt geen dividenduitkering en kan dus net zoals een gewone kapitaalvermindering belastingvrij plaatsvinden. Wel is daartoe vereist dat de kapitaalvermindering niet gebeurt binnen de 8 jaar na de kapitaalverhoging; voor KMO – vennootschappen werd deze termijn teruggebracht op 4 jaar. Ingeval de kapitaalvermindering binnen deze sperperiode van 8 of 4 jaar plaatsvindt, wordt het bedrag van de kapitaalvermindering in fiscalibus alsnog als een dividend aanzien en is een bijkomende roerende voorheffing verschuldigd van 15 %, 10% of  tot 5% naargelang het tijdstip waarop de kapitaalvermindering plaatsvindt.

Aan deze systematiek wordt dus niet geraakt door de relancewet in wording.

“Principieel niet-uitkeerbare reserves” evenzeer buiten schot

Een aantal reserves worden niet meegenomen in de noemer van bovenvermelde breuk en kunnen buiten beschouwing worden gelaten. Het komt immers niet logisch voor een kapitaalvermindering aan te rekenen op deze reserves doordat ze noch min noch meer niet zomaar uitkeerbaar zijn.

Meer bepaald kan abstractie gemaakt worden van volgende reserves :

  • de wettelijke reserve, althans ten belope van de minimaal wettelijk vereiste reserve;
  • de (bijzondere) liquidatiereserves;
  • de verdoken reserves (onderwaardering van activa of overwaardering van passiva);
  • de onbeschikbare reserves die gekoppeld zijn aan eigen aandelen of eigen deelbewijzen;
  • de voorzieningen voor risico’s en kosten en waardeverminderingen (al dan niet vrijgesteld).
  • de negatieve belaste reserves (behalve overgedragen verlies en negatieve reserves aangelegd naar aanleiding van kapitaalverminderingen – zie ook hierna)
  • de vrijgestelde reserves in de zin van artikel 44 par 1, 1° in de mate dat ze niet uitgekeerd kunnen worden;
  • de vrijgestelde reserves in de mate dat ze niet in het kapitaal zijn geïncorporeerd.

De vennootschappenwet verplicht ertoe de winst van een boekjaar minstens ten belope van 5 % bij voorrang te bestemmen voor de aanleg van een wettelijke reserve totdat deze wettelijke reserve 10% van het geplaatst kapitaal bedraagt. Door de wettelijke reserve ineens voor het volle pond aan te leggen, wordt de toepassing van de pro rata aanrekening bij kapitaalvermindering gemilderd, zeker bij vennootschappen met een aanzienlijk kapitaal.

Ook kan de pro rata aanrekening bij kapitaalverminderingen belangrijk gemilderd worden ingeval er systematisch voor geopteerd wordt om liquidatiereserves aan te leggen. Liquidatiereserves hoeven immers niet in rekening te worden gebracht bij de pro rata aanrekening van kapitaalverminderingen.

Ter herinnering :

KMO’s kunnen middels het betalen van een anticipatieve heffing van 10% op de winst van het boekjaar na vennootschapsbelasting een zogenaamde liquidatiereserve aanleggen die later op het ogenblik van de vereffening van de vennootschap belastingvrij kan worden uitgekeerd. Enige voorwaarde daartoe is dat de betrokken KMO kwalificeert als een kleine vennootschap in de zin van de vennootschapswet voor het boekjaar waarvoor de liquidatiereserve wordt aangelegd. Worden na 5 jaar uit de liquidatiereserves dividenden uitgekeerd vooraleer de vennootschap in vereffening is, dan zullen deze dividenden onderworpen worden aan een bijkomende roerende voorheffing van 5%.

Ook een inkoop van eigen aandelen kan een belangrijk impact hebben op de pro rata aanrekening van kapitaalverminderingen. Bij een inkoop van eigen aandelen verplicht de vennootschappenwet de vennootschap ertoe een onbeschikbare reserve aan te leggen met voor uitkering vatbare reserves ten belope van de inkoopprijs van de ingekochte eigen aandelen. In voorkomend geval zullen de reserves die worden aangewend voor deze onbeschikbare reserve eigen aandelen, niet langer in rekening moeten gebracht worden bij de pro rata aanrekening van kapitaalverminderingen.

de belastingvrije uitkering van fiscaal gestort kapitaal voortaan in de regel slechts ten volle benut bij liquidatie ….

Als gevolg van de pro rata aanrekening zullen kapitaalverminderingen vanaf 1 januari 2018 verhoudingsgewijs moeten worden aangerekend op het fiscaal gestort kapitaal en op de reserves. Het gedeelte dat wordt aangerekend op de reserves kwalificeert als een dividenduitkering; gevolg hiervan is dat op dit gedeelte van de kapitaalvermindering de roerende voorheffing ad 30% verschuldigd is. Het gedeelte van de kapitaalvermindering dat wordt aangerekend op het fiscaal gestort kapitaal blijft zoals voorheen onbelast.

Hierdoor krijgen we een discrepantie tussen de boekhoudkundige situatie en de fiscale situatie van een vennootschap:

  • boekhoudkundig wordt de kapitaalvermindering voor zijn volledig bedrag in mindering gebracht van het kapitaal en blijven de reserves onaangeroerd.
  • fiscaal evenwel wordt het fiscaal gestort kapitaal slechts pro rata belastingvrij verminderd terwijl het overige deel van de kapitaalvermindering wordt aangerekend op de reserves en een dividenduitkering uitmaakt.

Fiscaal technisch vormt het pro rata gedeelte van de kapitaalvermindering dat aangerekend wordt op de reserves een negatieve reserve in het fiscaal gestort kapitaal. Deze negatieve reserve in kapitaal maakt dus het gedeelte van de kapitaalvermindering uit dat werd aangerekend op de reserves en alsnog niet belastingvrij werd uitgekeerd naar aanleiding van de kapitaalvermindering. De vraag stelt zich vervolgens op welke wijze en wanneer dit gedeelte van het fiscaal gestort kapitaal alsnog belastingvrij kan worden uitgekeerd. In de memorie van toelichting bij het wetsontwerp van de relancewet wordt aan de hand van een aantal voorbeelden verduidelijkt hoe dat in zijn werk gaat.

In het scenario zoals hoger beschreven – kapitaalvermindering met pro rata aanrekening op kapitaal, respectievelijk op reserves – heeft de vennootschap reserves die fiscaal gezien reeds geacht worden te zijn uitgekeerd ingevolge de pro rata aanrekening van de kapitaalvermindering, maar die vennootschapsrechtelijk en boekhoudkundig alsnog niet zijn uitgekeerd. Dit gedeelte van de reserves stemt overeen met de zojuist genoemde negatieve reserve in kapitaal. Wanneer de vennootschap vervolgens reserves aanspreekt om dividenden uit te keren, zal deze uitkering blijkens de voorbeelden in de memorie van toelichting bij voorrang aangerekend worden op het gedeelte van de reserves dat fiscaal gezien alsnog niet werden uitgekeerd en slechts voor het meerdere op het gedeelte van de reserves dat fiscaal gezien door de pro rata aanrekening van de kapitaalvermindering reeds werd uitgekeerd. Dit laatste gedeelte wordt in dit geval aangerekend op het fiscaal gestort kapitaal wat maakt dat dit gedeelte van de dividenduitkering belastingvrij kan plaatsvinden.

In deze geldt dus geen pro rata aanrekening van de dividenduitkering op kapitaal, respectievelijk reserves : dividenduitkeringen worden eerst aangerekend op reserves en slechts wanneer deze niet meer voorhanden zijn voor het meerdere op het fiscaal volgestort kapitaal. Dit maakt dat het gedeelte van het fiscaal gestort kapitaal dat door de pro rata aanrekening op de reserves niet belastingvrij werd uitgekeerd, eerst belastingvrij zal uitgekeerd worden nadat alle reserves fiscaal gezien werden uitgekeerd ….

Moraal van het verhaal : vennootschappen die een relatief belangrijk fiscaal gestort kapitaal hebben en die jaarlijks stelselmatig relatief belangrijke reserves opbouwen, overwegen best een kapitaalvermindering door te voeren vooraleer de pro rata aanrekening van kapitaalverminderingen op fiscaal gestort kapitaal, respectievelijk reserves zoals deze van toepassing is vanaf 1 januari 2018, al te zwaar doorweegt. Zoniet dreigen ze het voordeel van een belastingvrije uitkering van het fiscaal volgestort kapitaal in niet onbelangrijke mate te verliezen, tenzij bij uitkering van alle reserves wat de facto in de meeste gevallen op een liquidatie van de vennootschap neerkomt.

Nog even meegeven dat de nieuwe regelgeving rond de pro rata aanrekening van kapitaalverminderingen eerst van toepassing is op kapitaalverminderingen die plaatsvinden vanaf 1 januari 2018; dit werd door Minister Van Overtveldt uitdrukkelijk bevestigd. Kapitaalverminderingen die alsnog plaatsvinden voor het einde van het jaar kunnen deze nieuwe regelgeving dan ook niet frustreren aangezien deze regelgeving op het ogenblik van de kapitaalvermindering nog niet in werking is getreden; van fiscaal misbruik in het licht van deze nieuwe regelgeving kan in dit geval dan ook geen sprake zijn !

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.