Lexalert: Kosten vruchtgebruik vastgoed en voordeel alle aard bedrijfsleider - de bezoldigingstheorie op zijn scherpst gesteld !

Lexalert: Kosten vruchtgebruik vastgoed en voordeel alle aard bedrijfsleider - de bezoldigingstheorie op zijn scherpst gesteld !

Bij het verwerven van vastgoed wordt vaak geopteerd voor een aankoop van het vruchtgebruik van het betrokken vastgoed door een vennootschap, terwijl de blote eigendom van datzelfde vastgoed wordt aangekocht door de zaakvoerder en/of grootaandeelhouder (en/of zijn familie) van diezelfde vennootschap. Aan deze verwervingswijze kunnen meerdere redenen ten grondslag liggen zoals het meest optimaal financieren van de aankoop, vermogensplanningsmotieven of aspecten van risicospreiding ...

In deze context is er de voorbije jaren heel wat te doen geweest omtrent de fiscale aspecten van de aanvang van het vruchtgebruik. Inzonderheid wordt door de fiscale administratie nagegaan of de waardering van het vruchtgebruik niet overdreven is; in voorkomend geval kan de toekenning van een belastbaar voordeel worden weerhouden, weze het in de personenbelasting (voordeel alle aard in hoofde van de zaakvoerder), weze het in de vennootschapsbelasting (toegekend abnormaal en goedgunstig voordeel in hoofde van de vennootschap). Dat dit voor de fiscus geen evidente oefening is, mocht ondertussen voldoende blijken. Haar waardeschatting van het vruchtgebruik laat maar al te vaak te wensen over ... we verwijzen daarvoor graag naar een verdere bijdrage in deze editie van onze nieuwsbrief.

Tijdens de duur van het vruchtgebruik stelt zich de vraag naar de fiscale aftrekbaarheid van de kosten inzake het vruchtgebruik. Dit betreft inzonderheid de aankoopkosten van het vruchtgebruik, de afschrijvingen op het vruchtgebruik en de eventuele financieringskosten van het vruchtgebruik.

We focussen hierna op de situatie waarbij de zaakvoerder prestaties levert voor de vennootschap en de vennootschap als een gedeelte van haar vergoeding hiervoor in natura de beschikking krijgt over het betrokken vastgoed. De betrokken zaakvoerder neemt deze bezoldiging in natura op in zijn aangifte in de personenbelasting, forfaitair gewaardeerd overeenkomstig artikel 18 KB/WIB 92.

Vooraleer een kost aftrekbaar is, moet hij voldoen aan de aftrekbaarheidsvoorwaarden van artikel 49 WIB 92. Inzonderheid moet een kost zijn gedaan en gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen. In se kan met betrekking tot een personeelskost, indien deze wordt betaald aan een persoon die op geen enkele wijze bijdraagt aan de werking van een vennootschap, de aftrek worden geweigerd, ook al staat de (personen)belasting in hoofde van dat personeelslid buiten kijf. Een dergelijke kost zal enkel dan aftrekbaar zijn indien het betrokken personeelslid voor de vennootschap prestaties levert, rechtstreeks dan wel onrechtstreeks.

Zo ook is het met de kosten van het vruchtgebruik van een bedrijfswoning in de mate deze door de vennootschap aangewend worden om haar zaakvoerder te bezoldigen. Indien het ontegensprekelijk vaststaat dat de zaakvoerder werkelijke prestaties levert voor de vennootschap, dan kan er geen twijfel over bestaan dat de vennootschap de opportuniteit heeft haar zaakvoerder in natura te bezoldigen via de ter beschikking stelling van (een deel van) de bedrijfswoning en dat de daartoe gemaakte kosten van het vruchtgebruik fiscaal aftrekbare beroepskosten zijn. Het is evenwel in het licht van artikel 49 WIB 92 aan de belastingplichtige om te bewijzen dat de zaakvoerder effectieve prestaties levert (bv. door aan te tonen welke aard van prestaties hij levert en welke inkomsten daar voor de vennootschap uit voortvloeien (of zouden moeten kunnen vloeien).

Het Hof van Cassatie bevestigde in een arrest van 13 november 2014 deze bezoldigingstheorie. Indien de vennootschap kan aantonen dat de zaakvoerder die het pand ter beschikking krijgt prestaties levert in de schoot van de vennootschap, kan de fiscus de aftrek van de kosten van het vruchtgebruik van het vastgoed niet weigeren, zoniet schendt ze artikel 49 WIB 92. De kost van het vastgoed is dan, zoals elke "loonkost", een aftrekbare beroepskost.

Dit debat kent recent in de rechtspraak een accentverschuiving. Inzonderheid is er een tendens in de rechtspraak te bespeuren dat het niet volstaat te bewijzen dat de zaakvoerder prestaties levert binnen de schoot van de vennootschap; daarenboven zou moeten aangetoond worden dat met het ter beschikking stellen van de bedrijfswoning in vruchtgebruik de vennootschap beoogt deze prestaties te vergoeden.

Hierbij horen een aantal kanttekeningen :

  • Vooreerst is er de bewijslastverdeling in het kader van artikel 49 WIB 92 : het is inderdaad de belastingplichtige die het bewijs moet leveren dat een kost voldoet aan de aftrekbaarheidsvoorwaarden van artikel 49 WIB 92 wil deze kost aftrekbaar zijn; slaagt hij niet in deze bewijslevering dan is de kost niet aftrekbaar. In concreto houdt deze bewijslastverdeling in dat het de vennootschap is die moet aantonen dat zij de kosten van de bedrijfswoning in vruchtgebruik heeft gemaakt teneinde door het ter beschikking stellen ervan aan de zaakvoerder de prestaties van deze laatste in de schoot van de vennootschap te vergoeden;
  • Anderzijds is het niet aan de fiscus om de opportuniteit van een kost in het kader van artikel 49 WIB 92 te betrekken; wel integendeel de vennootschap oordeelt zelf over de opportuniteit van de kosten die ze meent te moeten maken. In concreto oordeelt de vennootschap bijgevolg zelf over de wijze waarop ze haar zaakvoerder voor de prestaties die hij levert binnen de schoot van de vennootschap, meent te moeten vergoeden, desgevallend middels het ter beschikken stellen van een bedrijfswoning in vruchtgebruik.

Vraag is hoe met de hogeromschreven tendens in de rechtspraak in de praktijk best kan omgegaan worden.  Uit de betrokken rechtspraak valt af te leiden dat in sommige - wellicht uitgesproken -  omstandigheden de rechtbanken en hoven de mening zijn toegedaan dat er een onvoldoende verband bestaat tussen de kosten die met het vruchtgebruik van de bedrijfswoning gepaard gaan enerzijds en de prestaties die de betrokken bedrijfsleider binnen de schoot van zijn vennootschap levert anderzijds. Het totaal plaatje - inzonderheid de verhouding kost / prestaties - lijkt althans volgens de betrokken rechtbanken en hoven in deze gevallen niet te kloppen. Wellicht speelt in deze beoordeling mee dat bij het verstrijken van de termijn van het vruchtgebruik de naakte eigenaar volle eigenaar wordt van de bedrijfswoning en dat de naakte eigenaar tevens grootaandeelhouder is van de vennootschap (en niet alleen zaakvoerder) een rol; dit gegeven lijkt een indicie te zijn voor sommige rechtbanken en hoven om te besluiten dat het bewijs niet is geleverd dat de kosten van het vruchtgebruik beoogt de prestaties van de zaakvoerder te vergoeden...

Zoals we reeds in vorige edities van onze nieuwsbrief hebben aangegeven, komt het aangewezen voor het bezoldigingspakket van zaakvoerders in vennootschappen zoveel als mogelijk te documenteren, zeker ingeval de vennootschap haar zaakvoerder voor de geleverde prestaties wenst te bezoldiging door het ter beschikking stellen van een bedrijfswoning in vruchtgebruik. Inzonderheid kan dit bezoldigingspakket jaarlijks op de jaarvergaderingen van de vennootschap worden bevestigd en kan er meteen ook verwezen worden naar de verdiensten in concreto van de bedrijfsleider voor de uitbouw van de vennootschap en het daarmee behaalde resultaat. Dat het aan de belastingplichtige toekomt de opportuniteit van een kost  te beoordelen, blijft onverminderd gelden, ook ingeval de vennootschap haar bedrijfsleider voor zijn prestaties wenst te vergoeden door het ter beschikking stellen van een bedrijfswoning in vruchtgebruik !

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.