Lexalert : 'Interne liquidatie' (art. 537 WIB'92) - Impact wijziging aandeelhouderschap tijdens bijzondere wachtperiode

Lexalert : 'Interne liquidatie' (art. 537 WIB'92) - Impact wijziging aandeelhouderschap tijdens bijzondere wachtperiode

Over de toepassingsvoorwaarden voor een 'interne liquidatie' voorzien door artikel 537 WIB'92 is al heel wat inkt gevloeid. De periode om over te gaan tot interne liquidatie was immers bijzonder kort en is ondertussen reeds verstreken. Voor vennootschappen die toepassing hebben gemaakt van artikel 537 WIB'92 rijzen thans vragen naar het impact en de draagwijdte van deze bijzondere fiscale operatie. Zo is het niet ondenkbaar dat de aandelen van dergelijke vennootschap geheel of gedeeltelijk in handen komen van een vennootschap. Hierna wordt nagegaan wat het impact is van deze tussentijdse wijziging van het aandeelhouderschap op de bijzondere wachtperiode van artikel 537 WIB'92: wat is het fiscaal impact voor de aandeelhouder-vennootschap van een kapitaalvermindering voordat de bijzondere wachtperiode van artikel 537 WIB'92 is verstreken?

algemene situering - artikel 537 WIB'92

Door de Programmawet van 28 juni 2013 werd voorzien in de opheffing van het bijzonder liquidatietarief ad 10% met ingang van 1 oktober 2014. Liquidatieboni toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 oktober 2014 worden voortaan onderworpen aan het algemeen tarief in de roerende voorheffing en personenbelasting ad 25% (ongeacht datum van ontbinding of sluiting van de vereffening van de vennootschap).

Door diezelfde Programmawet werd echter via een nieuw artikel 537 WIB'92 in een overgangsmaatregel voorzien. Artikel 537 W.I.B.'92 voorziet onder voorwaarden voor een beperkte periode in de mogelijkheid bepaalde belaste reserves uit te keren en vast te klikken in fiscaal gestort kapitaal met toepassing van een bijzonder tarief in de roerende voorheffing en personenbelasting van 10%.

toepassingsvoorwaarden - artikel 537 WIB'92

Om dit bijzonder tarief in de roerende voorheffing en personenbelasting ad 10% bij de dividenduitkering te kunnen claimen moet aan een aantal toepassingsvoorwaarden zijn voldaan.

Een eerste stap vormt de uitkering van een dividend (in fiscale betekenis) dat overeenkomt met de vermindering van de belaste reserves zoals ten laatste op 31 maart 2013 goedgekeurd door de algemene vergadering

Deze dividenduitkering kan genieten van het bijzonder 10%-tarief van artikel 537 W.I.B.'92 indien het naar aanleiding van de dividenduitkering verkregen netto-bedrag als tweede stap onmiddellijk wordt opgenomen in kapitaal; deze opname in kapitaal moet plaatsvinden tijdens het belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober 2014. De aandeelhouders beschikken over de vrijheid om al dan niet het hen uitgekeerde dividend weer in te brengen in kapitaal; ingevolge de dividenduitkering vindt immers een eigendomsoverdracht plaats.

Deze opname in kapitaal dient te gebeuren via een kapitaalverhoging met onmiddellijke volstorting van de inbreng (naar gelang het geval in natura of in speciën); ten belope van de inbreng wordt bijgevolg zowel vennootschapsrechtelijk gestort kapitaal als fiscaal gestort kapitaal (zie art. 184 WIB'92) gevormd.

latere kapitaalvermindering - artikel 537 WIB'92

(a) algemeen principe: belastingvrije kapitaalvermindering ten belope van fiscaal gestort kapitaal

Ingevolge de inbreng in kapitaal wordt zowel vennootschapsrechtelijk als fiscaal gestort kapitaal gevormd; bij een later kapitaalvermindering wordt die geacht eerst uit de volgens artikel 537 WIB'92 ingebrachte kapitalen voort te komen.

Met toepassing van artikel 18, 1e lid, 2° WIB'92 wordt een kapitaalvermindering ten belope van fiscaal gestort kapitaal in principe niet als dividend gekwalificeerd. Bijgevolg geschiedt een vermindering van het kapitaal gevormd in het kader van artikel 537 WIB'92 in principe belastingvrij.

(b) bijzonder regime: kapitaalvermindering binnen wachtperiode artikel 537 WIB'92

Artikel 537 WIB'92 voorziet echter een afwijking op voormeld algemeen principe: een vermindering van het kapitaal gevormd in het kader van artikel 537 WIB'92 binnen een wachtperiode van 8 jaar (voor grote vennootschappen) of 4 jaar (voor kleine vennootschappen) wordt in afwijking van artikel 18, 1e lid, 2° WIB'92 in fiscalibus beschouwd als een dividend. Deze dividenduitkering in fiscalibus wordt onderworpen aan belasting volgens de in artikel 537 WIB'92 bepaalde specifieke tarieven in de personenbelasting en roerende voorheffing.

De wetgever wenst immers vennootschappen waarvoor een liquidatie voor 1 oktober 2014 te vroeg kwam, bij wijze van overgangsmaatregel alsnog de mogelijkheid te bieden te genieten van het bijzonder 10%-tarief op voorwaarde dat de uitgekeerde middelen nog een bepaalde periode worden aangewend in de vennootschap (zie: Ontwerp van Programmawet, Parl. St., 2013 2853/001, p. 8 en p. 13).

Een kapitaalvermindering binnen de wachtperiode van artikel 537 WIB'92 leidt enkel tot een correctie inzake de roerende voorheffing en personenbelasting. Bijgevolg heeft een kapitaalvermindering binnen de wachtperiode niet tot gevolg dat die vermindering opnieuw als een uitgekeerd dividend aan de vennootschapsbelasting worden onderworpen. Deze zienswijze wordt uitdrukkelijk bevestigd door de belastingadministratie in haar circulaire dd. 23 januari 2014 (zie bijlage, randnummer 16).

Wat indien de aandelen van de betrokken vennootschap ondertussen geheel of gedeeltelijk in handen zijn van een vennootschap? Zo kunnen de aandelen overgedragen zijn aan een holding in het kader van een ruimere structuuruitbouw. Ook kunnen de aandelen overgenomen zijn door een vennootschap, al dan niet een Special Purpose Vehicle. Kortom het is niet ondenkbaar dat het aandeelhouderschap van de betrokken vennootschap wijzigt tijdens de wachtperiode van artikel 537 WIB'92.

Bij een dividenduitkering door een dochtervennootschap aan haar moedervennootschap voorziet artikel 106, §5 en §6 KB/WIB in een vrijstelling van roerende voorheffing indien daartoe alle voorwaarden zijn voldaan (zie minimumparticipatievoorwaarde en minimumhoudperiode).  

Deze vrijstelling van roerende voorheffing gaat terug op de Europese Moeder-dochterrichtlijn die onder meer bepaalt dat afgezien dient te worden van de roerende voorheffing op winstuitkeringen door een vennootschap van een EU-lidstaat aan een moedervennootschap gevestigd in een andere EU-lidstaat; op die manier wordt door de Europese Moeder-Dochterrichtlijn beoogd alle obstakels voor grensoverschrijdende winstuitkeringen tussen groepsvennootschappen te elimineren. In België werd de Europese Moeder-dochterrichtlijn omgezet door het KB van 14 oktober 1991; er werd bovendien in een identieke regeling voorzien voor binnenlandse dividenduitkeringen.

Op basis van artikel 106, §5 en §6 KB/WIB dient de 'dividenduitkering in fiscalibus van artikel 537 WIB'92' ten aanzien van de ontvangende moedervennootschap bijgevolg sowieso te worden vrijgesteld van roerende voorheffing indien daartoe aan alle voorwaarden van artikel 106, §5 en §6 KB/WIB is voldaan.

Vennootschapsrechtelijk betreft dit een kapitaalvermindering, inzonderheid ten belope van het gestort kapitaal; de vennootschapsvoorschriften inzake  kapitaalvermindering dienen bijgevolg te worden toegepast.

Boekhoudkundig dient de terugbetaling van gestort kapitaal door een dochtervennootschap in hoofde van de moedervennootschap in mindering te worden gebracht van de aanschaffingswaarde van de aandelen in de dochtervennootschap. Indien het terugbetaalde kapitaal de aanschaffingswaarde van de aandelen overtreft, dient het saldo als financiële opbrengst te worden geboekt (zie bijlage: CBN-advies nr. 151/2).

In deze omstandigheden blijkt de 10%-heffing betaald bij de incorporatie van de reserves in fiscaal gestort kapitaal een  definitief verloren kost te zijn in hoofde van de voormalige aandeelhouder - natuurlijke persoon. Bovendien wordt de mogelijkheid verloren om de met toepassing van artikel 537 WIB'92 geïncorporeerde reserves nog belastingvrij uit te keren naar de achterliggende natuurlijke persoon - aandeelhouder(s); dit toont ook aan dat in deze omstandigheden de vrijstelling van roerende voorheffing voordat de wachttermijn van artikel 537 WIB’92 is verstreken niet strijdig kan zijn met de ratio legis van de wetgever.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.