Lexalert: De nieuwe Pandwet bijgeschaafd - preview van de krijtlijnen

Lexalert: De nieuwe Pandwet bijgeschaafd - preview van de krijtlijnen

De nieuwe Wet op de Roerende Zekerheden – ook wel ‘de Pandwet’ – dateert van 11 juli 2013. In een eerder artikel lichtten wij het wetsontwerp reeds toe (zie artikel nieuwsbrief 21.06.2013 Wetsontwerp tot wijziging van het pandrecht – nieuw wapen tegen insolventie ? Jan Sandra & Bram Stragier). De inwerkingtreding van deze wet was initieel voorzien voor 1 januari 2014, maar dit werd eerst uitgesteld tot 1 januari 2017. Het Koninklijk Besluit dat het zogenaamde pandregister moest vorm geven, bleef immers uit. Met een wetsontwerp van 4 november 2016 wordt de inwerking van de Wet opnieuw uitgesteld tot uiterlijk 1 januari 2018, tenzij het Koninklijk Besluit een vroegere inwerkingtreding zou faciliteren. Het nieuwe wetsontwerp brengt ook een aantal inhoudelijke wijzigingen aan de nog niet in werking getreden Wet Roerende Zekerheden.

De thans aangepaste Wet Roerende Zekerheden betekent een revolutie inzake eigendomsvoorbehoud, retentierecht en pand op roerende goederen:

Eigendomsvoorbehoud

Actuele regeling

Talloze overeenkomsten en algemene voorwaarden voorzien dat de eigendom van goederen pas overgaat bij volledige betaling van de prijs. Een dergelijk eigendomsvoorbehoud lijkt een sterk beschermingsmechanisme, maar schiet in de praktijk vaak te kort eens de schuldeiser het daadwerkelijk wenst uit te oefenen.

Vooreerst was tot nog toe hiervoor enkel een uitdrukkelijke rechtsgrond in het kader van een faillissement (artikel 101 Faill.W.) maar niet in de overige gevallen van samenloop met andere schuldeisers.

Bovendien is steeds vereist dat de betreffende goederen zich nog in natura bevonden bij de schuldenaar en konden worden geïndividualiseerd. Dit is niet meer mogelijk indien de goederen zijn vervreemd, verwerkt, vermengd of onroerend zijn geworden.

Toekomstig recht

Aan beide knelpunten wordt door het wetsontwerp tegemoet gekomen, zodat de positie van de schuldeisers aanzienlijk wordt verstrekt.

Deze nieuwe regeling geldt ten andere voor alle types overeenkomsten en niet uitsluitend voor koopovereenkomsten (vb. levering in het kader van een aannemingscontract).

Ten eerste zal het eigendomsvoorbehoud voortaan gelden voor alle gevallen van samenloop. Aandachtspunt is wel dat de bestaande korte termijn om een eigendomsvoorbehoud uit te oefenen in geval van faillissement behouden blijft.

De vereiste van identificeerbaarheid wordt thans verlaten. Behalve indien anders overeengekomen, is de partij die de goederen verwerft, gerechtigd de goederen te gebruiken.  Indien de goederen, aldus worden verwerkt, vermengd of vervangen, blijft het eigendomsvoorbehoud bestaan.

Indien de betreffende goederen werden vervreemd, strekt het eigendomsvoorbehoud zich uit tot de schuldvordering op basis van deze overdracht.

Het eigendomsvoorbehoud vereist geen registratie (zoals pand – zie hierna), behalve om het ook uitwerking te geven in geval van onroerend worden van de goederen door incorporatie.

Wenst u dat het eigendomsvoorbehoud zijn uitwerking kan hebben, dan is het wel cruciaal dat één en ander schriftelijk overeengekomen werd voorafgaand aan de levering.

Retentierecht

Actuele regeling

Het retentierecht is de rechtsfiguur die toelaat aan een schuldeiser om een zaak die hem door zijn schuldenaar werd overhandigd, onder zich te houden tot betaling van de schuldvordering die verband houdt met deze zaak. Typevoorbeeld is de garagist die een wagen gestald laat tot betaling van de factuur voor de herstelling.

Ook hier stellen zich zowel juridische als feitelijke problemen voor de schuldeiser. Er bestond hiervoor geen (specifieke) wettelijke regeling. Bovendien verschaft het retentierecht op vandaag geen voorrecht. De schuldeiser is dus niet gerechtigd om zich bij voorrang te laten betalen uit de opbrengst van de verkoop van de betreffende zaak.

Toekomstig recht

De Nieuwe Wet Roerende Zekerheden komt hieraan tegemoet. Het retentierecht wordt expliciet geregeld en is tegenstelbaar in het kader van een faillissement of een andere vorm van samenloop bij de schuldenaar. Bovendien verkrijgt de schuldeiser thans een preferentieel recht om te worden betaald uit het bezwaarde goed.

Wel blijft dat de schuldeiser het goed niet zonder meer zelf kan verkopen, want dan verliest hij het bezit op het goed en aldus zijn retentierecht.

Pand op roerende zaken

Actuele regeling

Van oudsher is een pand op roerende zaken in principe uitsluitend mogelijk mits de buitenbezitstelling, dit is het materieel afgeven van de goederen aan de pandhouder. Dit maakt het in de praktijk vaak onwerkbaar. Zo dienen voorraden evident beschikbaar te blijven bij de pandgever om te kunnen worden verwerkt en/of geleverd aan klanten.

Als uitzondering op de vereiste van buitenbezitstelling, is er het pand op de handelszaak, dat onder meer maximaal ook de helft van de voorraad omvat.

Toekomstig recht

Thans wordt het bezitloos pandrecht evenwel veralgemeend. De wet pand handelszaak d.d. 25 oktober 1919 verdwijnt. Er gelden daarbij bijzondere overgangsmaatregelen.

Het bezitloos pandrecht is voortaan niet meer voorbehouden aan financiële instellingen maar kan door elke schuldeiser.

De pandgever kan thans niet alleen een onderneming zijn, maar ook een consument. In voorkomend geval, gelden wel een aantal beschermende bepalingen.

In principe kunnen alle lichamelijke en onlichamelijke roerende goederen in pand worden gegeven, zowel bestaande als toekomstige. Zij kunnen ook tot zekerheid strekken van bestaande evenals toekomstige vorderingen, voor zover deze bepaalbaar zijn.

Voor de vestiging van het pand volstaat een overeenkomst tussen partijen. Een correcte libellering van een dergelijke pandovereenkomst dringt zich evenwel op. Er zijn wettelijk verplichte vermeldingen, in het bijzonder de nauwkeurige omschrijving van de bezwaarde goederen, de gewaarborgde schuldvorderingen en het maximaal bedrag ten belope waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn. Daarnaast zijn er moduleringen mogelijk in het voordeel van de schuldeiser, vb. het recht om zich de goederen toe te eigenen in geval van niet-betaling.

Het pand blijft zijn uitwerking behouden in geval van verwerking, vermenging, subrogatie of onroerendmaking, conform wat hoger is uiteengezet.

Spectaculair is de invoering van een nationaal pandregister waarin partijen zelf het pand kunnen inschrijven teneinde het tegenstelbaar te maken aan derden. Nieuw is ook dat dit pandregister voor eenieder zal toegankelijk zijn (en niet enkel voor bepaalde categorieën), mits betaling van een retributie.

Deze registratie zal evenwel niet (meer) kunnen worden gebruikt om het pand op schuldvorderingen tegenstelbaar te maken aan derden. Daarvoor blijft de bestaande kennisgeving vereist (artikel 1690-1691 B.W.).

De nieuwe Wet Roerende Zekerheden bevestigt thans ook dat een cessie van schuldvordering tot zekerheid (fiduciaire overdracht) hoogstens een pandrecht kan opleveren. Ingeval een dergelijke cessie wordt gerealiseerd, wordt zij geconverteerd naar een pand, zelfs al is niet aan vereisten inzake bewijs inzake pand voldaan. Dit is echter niet het geval indien de overdrager een consument is.

Belangrijk is ook dat in de nieuwe Wet Roerende Zekerheden de uitwinning van het pand op drastische wijze wordt vereenvoudigd. Voortaan hoeft de schuldeiser hiervoor niet meer a priori naar de rechtbank maar kan hij zelf tot uitwinning overgaan. Enkel indien betwisting zou ontstaan, is er een a posteriori controle door de beslagrechter voorzien. Opnieuw geldt deze omkering niet indien de pandgever een consument is.

In dat kader dient evenwel te worden aangestipt dat de Wet Roerende Zekerheden geen afbreuk doet aan de Wet Financiële Zekerheden d.d. 15 december 2004, waarbij deze bescherming ten aanzien van de consument niet geldt.

Tot slot weze nog opgemerkt dat deze nieuwe regeling de mogelijkheid om een pand te vestigen door buitenbezitstelling, onverlet laat.

Conclusie: Voor de schuldenaar biedt de nieuwe Pandwet interessante mogelijkheden tot alternatieve financiering. Voor de schuldeiser wordt het mogelijk om zijn rechten sterker te laten gelden in geval van samenloop tussen schuldeisers van de debiteur. Vereist is wel dat hij in voorkomend geval tijdig de nodige formaliteiten heeft vervuld en de overeenkomst nauwkeurig werd opgesteld.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.