Lexalert : De monsterbelasting van 309% gemilderd! - wat is de impact op oude, lopende en toekomstige geschillen ?

Lexalert : De monsterbelasting van 309% gemilderd! - wat is de impact op oude, lopende en toekomstige geschillen ?

De programmawet van 19 december 2014, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 29 december 2014, heeft de aanslag geheime commissielonen drastisch gewijzigd (art. 219 WIB 92). Deze bijzondere aanslag is van toepassing op beroepsmatige vergoedingen en voordelen van alle aard die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave evenals op verdoken meerwinsten die niet onder de bestanddelen van het vermogen van de vennootschap worden teruggevonden en op bepaalde financiële voordelen.

In de nieuwe regeling kan de bijzondere aanslag vooreerst niet worden toegepast als de vennootschap aantoont dat de genieter het voordeel tijdig heeft opgenomen in zijn aangifte in de inkomstenbelasting of in een in het buitenland ingediende gelijkaardige aangifte. De bijzondere aanslag kan evenmin worden toegepast wanneer dergelijke aangifte niet is gebeurd maar de verkrijger op ondubbelzinnige wijze werd geïdentificeerd uiterlijk binnen 2 jaar en 6 maanden volgend op 1 januari van het betrokken aanslagjaar.

Ingevolge een cassatiearrest van 20 februari 2014 was komen vast te staan dat de aanslag geheime commissielonen niet alleen van toepassing is op niet aangegeven omzet maar eveneens op kosten die niet beantwoorden aan reële tegenprestaties en om die reden niet kwalificeren als een aftrekbare beroepskost. In de nieuwe regeling is thans evenwel uitdrukkelijk opgenomen dat deze verdoken meerwinsten niet langer onderworpen zijn aan de bijzondere aanslag geheime commissielonen in het geval zij het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten.

Tot voor kort bedroeg het tarief 309 % van de voornoemde kosten, voordelen van alle aard, financiële voordelen en verdoken meerwinsten. Juist omwille van dit extreem hoge tarief werd de aanslag geheime commissielonen ook wel de monsterbelasting genoemd. Middels de voornoemde wet wordt het tarief van de aanslag geheime commissielonen nu verlaagd van 309 % tot 103 %. Wanneer kan worden aangetoond dat de verkrijger van de betrokken uitgaven een rechtspersoon is, wordt het tarief van de aanslag teruggebracht op 51,5 %. Laatstgenoemd tarief geldt evenzeer wanneer de betrokken meerwinsten terug zijn opgenomen in de boekhouding van een later boekjaar, voor zover de belastingplichtige nog niet schriftelijk in kennis is gesteld van lopende specifieke administratieve of onderzoeksdaden. De vermindering van het tarief kadert in de bedoeling van de wetgever om aan de afzonderlijke aanslag voortaan nog uitsluitend een vergoedend karakter voor het verlies aan Belgische inkomstenbelastingen toe te kennen.

De bijzondere aanslag was en is nog steeds in hoofde van de vennootschap die hem ondergaat als beroepskost aftrekbaar (art. 198 §1, 1° WIB 92). In de oude regeling werden ook de vergoedingen, voordelen en verdoken meerwinsten zelf als aftrekbare beroepskosten beschouwd. Er bestond slechts één uitzondering voor sommen en voordelen die werden besteed in het kader van omkoping; een uitzondering die behouden blijft. Onder de nieuwe regeling worden verdoken meerwinsten niet langer als beroepskosten aangemerkt. De andere onderliggende sommen - niet verantwoorde vergoedingen, voordelen, en kosten - die de bijzondere aanslag ondergaan worden onder de nieuwe regeling principieel als beroepskosten aangemerkt. Dit geldt evenwel "onverminderd" de toepassing  van ondermeer art. 49 WIB 92, het artikel dat de voorwaarden voor een aftrekbare beroepskost regelt  (art. 197 WIB 92). De betrokken kosten maken aldus slechts aftrekbare beroepskosten uit wanneer zij tevens voldoen aan de voorwaarden van artikel 49 WIB 92.

De nieuwe regeling is in werking getreden op 29 december 2014 en is van toepassing op alle geschillen die niet definitief op diezelfde datum waren afgesloten. De Minister van Financiën heeft inmiddels uitdrukkelijk bevestigd dat de nieuwe regeling ook van toepassing is op geschillen aangaande het verleden die op 29 december 2014 nog niet zijn ontstaan en op bijzondere aanslagen die verbonden zijn aan aanslagjaren voorafgaand aan het aanslagjaar 2015 maar ingekohierd worden vanaf 29 december 2014. Kortom, de nieuwe regeling is van toepassing, onafhankelijk van het aanslagjaar, op geschillen die nog niet definitief zijn beslecht en op toekomstige geschillen.

De cijfermatige impact van de inwerkingtreding van de nieuwe regeling is nauwelijks te onderschatten. We illustreren dit aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk.

Vennootschap A betaalt aan vennootschap B een factuur van 1.000,00 €. Volgens de fiscus slaagt vennootschap A niet in het bewijs dat tegenover de factuur een reële tegenprestatie bestaat. Zij kwalificeert de 1.000,00 € als verdoken meerwinsten en past het tarief van 309 % toe. Er wordt per hypothese wegens een opzet belasting te ontduiken een belastingverhoging van 200 % toegepast. Door de werking van artikel 444 lid 3 WIB 92 volgens hetwelk het totaal van de verschuldigde belastingen en de belastingverhogingen niet hoger mag zijn dan het bedrag van de niet aangegeven inkomsten is de belastingverhoging de facto nihil. Volgens de fiscus dient vennootschap A aldus 3.090,00 € te betalen (1.000,00 € x 309 %), zij het dat onder de oude regeling zowel de bijzondere aanslag als de verdoken meerwinsten zelf een aftrekbare beroepskost uitmaken.

Ingevolge de nieuwe wet zijn verdoken meerwinsten niet onderworpen aan de aanslag geheime commissielonen in het geval zij het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten. De hoger genoemde factuur van 1.000,00 € die wordt verworpen als beroepskost omdat er geen sprake zou zijn van reële prestaties is aldus, ingevolge de wettekst zelf, niet langer onderworpen aan de bijzondere aanslag geheime commissielonen. De kost lijkt enkel nog te kunnen worden verworpen als aftrekbare beroepskost op grond van art. 49 WIB 92. Via toevoeging aan de verworpen uitgaven is de kost belastbaar aan het gewone tarief in de vennootschapsbelasting van 33 %. Per hypothese kan bijkomend een belastingverhoging van 200 % worden toegepast. De vennootschap A lijkt ingevolge de inwerkintreding van de nieuwe wet aldus hoogstens 990,00 € meer verschuldigd (1.000,00 € x 33 % + belastingverhoging 200 %).

Gezien de cijfermatige impact van de nieuwe wet en gezien bovendien de nieuwe wet van toepassing is op alle nog niet definitief beslechte geschillen lijkt het zaak per dossier met betrekking tot de bijzondere aanslag geheime commissielonen na te gaan of er nog (aanvullend) bezwaar, hoger beroep dan wel cassatie openstaat.

De programmawet van 19 december 2014 heeft de aanslag geheime commissielonen drastisch gewijzigd (art. 219 WIB 92). Zij is van toepassing vanaf 29 december 2014 en van toepassing op alle geschillen die nog niet definitief op die datum zijn afgerond. De belangrijkste wijzigingen zijn de vermindering van het tarief van 309 % naar 103 % en soms 51,5 % evenals de bepaling dat verdoken meerwinsten niet onderworpen kunnen worden aan de bijzondere aanslag in het geval zij het gevolg zijn van een verwerping van beroepskosten. Het lijkt zaak per dossier dat betrekking heeft op de bijzondere aanslag te onderzoeken in welke mate deze gunstiger regeling van toepassing is. Indien het geschil op heden niet definitief is beëindigd dient desgevallend alsnog (aanvullend) bezwaar, hoger beroep of cassatie worden aangetekend. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.