Lexalert: De burgerlijke maatschap & Vlabel – het juridisch spoor bijster …

Lexalert: De burgerlijke maatschap & Vlabel – het juridisch spoor bijster …

Op 14 november 2016 heeft Vlabel een spraakmakende voorafgaande beslissing genomen die de wereld van de successieplanning op zijn grondvesten deed daveren, althans voor even. Vlabel bestempelde een successieplanning, waarbij ouders delen van een maatschap onder jaarlijkse last aan hun kinderen schonken, als niet successie proof.

De feiten waren als volgt:

  • een echtpaar veertigers bezit een gemeenschappelijk vermogen, onder meer bestaande uit aandelen van een patrimoniumvennootschap en een effectenportefeuille
  • zij hebben twee kinderen van 4 en 7 jaar oud
  • zij brengen voornoemd vermogen in een burgerlijke maatschap waar ze zelf voor het leven tot zaakvoerder worden benoemd
  • de meeste beslissingen worden met meerderheid van stemmen genomen; een aantal beslissingen (waaronder de benoeming en het ontslag van zaakvoerders) kan enkel met goedkeuring van de zaakvoerders
  • de ouders schenken (voor Nederlands notaris) alle delen van de maatschap aan de kinderen en wel in volle eigendom; ze zijn dus zelf geen deelhouder meer van de maatschap
  • de ouders voorzien wel in een jaarlijkse last van grosso modo 3% van het geschonken kapitaal gewaardeerd bij aanvang; de last wordt geïndexeerd; de last wast aan bij de langstlevende van de schenkers wanneer één van de schenkers komt te vooroverlijden; de last wordt niet geplafonneerd

standpunt Vlabel

(1)

Vlabel herkwalificeert vooreerst de schenking in een contract onder bezwarende titel. Ze meent dat de last, gezien de jonge leeftijd van de schenkers, potentieel dermate kan oplopen dat de schenking volledig wordt uitgehold en de kinderen zelfs meer dienen te betalen dan wat ze kregen; Vlabel verwijst daarbij naar de hypothese dat de ouders nog meer dan 33 jaar zouden leven in welk geval de 3% last de 100% schenking zou overstijgen (daarbij abstractie makende van de vermogensaangroei ondertussen).

Vervolgens koppelt ze terug naar artikel 2.7.1.0.9. VCF (oud artikel 11 van het Wb. Successierechten) en het daarin opgenomen fictielegaat dat stelt dat bij een overdracht ten bezwarende titel (verkoop) onder last door een erflater aan een erfgenaam, het overgedragen goed nog geacht wordt zich in de nalatenschap te bevinden; alsdan is er volgens Vlabel alsnog erfbelasting verschuldigd. Vlabel vergeet wel te accentueren dat voornoemd fictielegaat niet van toepassing is indien wordt bewezen dat de “verkoop geen bedekte bevoordeling is van de verkrijger”, waarover verder meer.

Op basis van bovenstaande redenering komt Vlabel tot het besluit dat bij het overlijden van de ouders het geschonken (volgens Vlabel onder last verkocht) vermogen alsnog aan erfbelasting zal onderworpen zijn.

(2)

Ten overvloede stelt Vlabel, mocht er geen sprake zijn van een kwalificatie als overdracht ten bezwarende titel onder last, dat er ook om een andere reden geen sprake kan zijn van een successie proof scenario. Vlabel meent (a) dat het vermogen volledig onder de controle van de ouders blijft staan en (b) de (minderjarige) begiftigden zelfs handelingsonbekwaam zijn voor wat betreft de opgelegde last. Vlabel oordeelt op basis daarvan dat de schenking niet nu plaatsvindt, maar pas bij overlijden van de schenkers. Ze beoordeelt de schenking als een schenking onder opschortende voorwaarde/termijn van overlijden van de schenkers.

Vervolgens koppelt ze opnieuw terug naar een fictielegaat (artikel 2.7.1.0.3., 3° VCF, oud artikel 4, 3° van het Wb. Successierechten) dat stelt dat bij een schenking onder opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker, het geschonken vermogen sowieso nog (fictief) tot de nalatenschap moet worden gerekend.

analyse

In de literatuur werd al snel aangegeven dat het om ‘extreme feiten’ zou gaan en dat derhalve geen algemene draagwijdte aan deze ruling mag worden verleend. Ook Vlabel zou, naar verluidt, nog op de proppen komen met een verduidelijking … die we tot nader order niet mochten lezen.

We menen evenwel dat de analyses van Vlabel best ook vanuit juridisch oogpunt worden geanalyseerd, los van de eventuele extremiteit van de feiten. Wat men nu afdoet als extreme feiten teneinde te kunnen nuanceren voor de praktijk, was een jaar geleden immers een pure successieplanning van jonge ouders ten aanzien van jonge kinderen waar niemand van zou hebben gesteld/gedacht dat de feiten te extreem waren.

(1)

Vanuit juridisch oogpunt kun je bij een schenking met een last inderdaad overgaan tot een herkwalificatie in een overdracht ten bezwarende titel wanneer de waarde van de last de omvang van de schenking overtreft. Of dat het geval is, wordt bepaald op het ogenblik van de schenking. De waarde van de last wordt geschat aan de hand van de gebruikelijke criteria zoals leeftijd, gezondheidstoestand, verplichting tot indexering, …. Om die herkwalificatie sowieso te vermijden wordt de last aan de schenking best geplafonneerd.

Een stap verder is evenwel om dan zomaar het fictielegaat van artikel 2.7.1.0.9. VCF (oud artikel 11 van het Wb. Successierechten) toe te passen. Het daarin opgenomen fictielegaat speelt maar voor zoverre er geen sprake is van een overdracht/verkoop onder last die tegelijkertijd een bedekte bevoordeling van de verkrijger inhoudt. Om te bewijzen dat een verkoop onder last geen bedekte bevoordeling is ten bate van de verkrijger moet men aantonen dat de waarde van de levenslange prestaties praktisch gelijk is aan de waarde van het overgedragen goed en dat het de bedoeling was van partijen dat deze prestaties ook werkelijk worden uitgevoerd.

Dit laatste bewijs weerhoudt Vlabel nochtans zelf, meer nog, ze stelt dat de tegenprestatie van de verkrijger mogelijkerwijs de waarde van het overgedragen goed zal overstijgen. Vlabel geeft met andere woorden aan dat er helemaal geen bevoordeling is van de verkrijger wel integendeel. Bij de analyse van de feiten door Vlabel – op basis waarvan ze net tot een overdracht ten bezwarende titel en geen bevoordeling oordeelt – kan Vlabel nooit tegelijkertijd de mening zijn toegedaan dat de kinderen zijn bevoordeeld, laat staan dat dat bedekt zou zijn gebeurd.

Het door Vlabel weerhouden fictielegaat is ons inziens vanuit juridisch oogpunt derhalve niet toepasbaar op deze casus, los van de eventuele extremiteit van de feiten.

(2)

Vlabel stelt niet dat er in casu geen schenking is. Vlabel stelt dat er sprake is van een schenking onder opschortende voorwaarde of termijn van het overlijden van de ouders, dit met alle fiscale gevolgen vandien (toepassing van het fictielegaat van artikel 2.7.1.0.3., 3° VCF, oud artikel 4, 3° van het Wb. Successierechten).

Bij een schenking onder termijn of voorwaarde gebeurt er geen onmiddellijke overdracht en wordt de verarming van de schenker respectievelijk de verrijking van de begiftigde uitgesteld.

De schenking van de delen van de maatschap aan kinderen, hoezeer de controle in deze maatschap ook gebetonneerd is bij de zaakvoering (in de veronderstelling dat die zaakvoering in het belang van de maatschap dient te handelen), maakt per definitie een onmiddellijke vermogensoverdracht uit waarbij de ouders zich direct verarmen en de kinderen zich direct verrijken. De dag na de schenking kunnen de ouders de delen van de maatschap niet meer verkopen of schenken aan een derde; ze zijn uit hun vermogen verdwenen.

Het beste feitelijk bewijs in het betrokken geval is overigens dat aan de schenking een last voor de begiftigden is gekoppeld. Zij kunnen deze last enkel uitvoeren indien ze het vermogen onmiddellijk hebben verkregen …

De enige discussie die zich hier vanuit juridisch oogpunt kan ontspinnen is de vraag of de schenking reëel is en of ze geen afbreuk doet aan het verplicht onherroepelijk karakter (donner et retenir ne vaut) ervan. De schenking is reëel van zodra er een verrijking is bij de begiftigde en een verarming bij de schenker; het zal in het betrokken geval ongetwijfeld mogelijk zijn dit aan te tonen, hoezeer de controle ook bij de ouders gebetonneerd was. De schenking is niet strijdig met het principe van de onherroepelijkheid indien noch in de schenkingsakte noch in de maatschapsstatuten de mogelijkheid staat ingeschreven voor de ouders om terug te komen op de schenking; we nemen aan dat ook dit niet geval is. Mocht dit het geval zijn, wat zeer onwaarschijnlijk lijkt, dan is er helemaal geen schenking en bevindt het vermogen zich in het vermogen van de ouders … en dus desgevallend in de nalatenschap.

Enkel deze laatste discussie is ons inziens vanuit juridisch oogpunt relevant, feitelijk gezien zal dit (wellicht) niet het geval zijn.  

Uit het bovenstaande blijkt dat we ons, ook al zouden de feiten in deze extreem (?) zijn, moeilijk kunnen vinden in de juridische gevolgen die Vlabel daaraan koppelt. Tot nader order bepaalt de VCF en de daarin uitgetekende juridische contouren de gronden van belastbaarheid in de erfbelasting. Dat juridisch spoor lijkt Vlabel soms wat bijster. We (blijven) verhopen op een beoordeling die meer binnen het juridisch kader kan gevat worden.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.