Lexalert : Aanslag vernietigd ingevolge bezwaarschrift - what's next ?

Lexalert : Aanslag vernietigd ingevolge bezwaarschrift - what's next ?

Een directoriale beslissing waarbij een aanslag vernietigd wordt en waarbij de directeur beslist dat er kan worden gehertaxeerd (op basis van artikel 355 WIB 92) verdient bijzondere aandacht. De belastingplichtige dient inzonderheid te overwegen of hij zelf tot actie dient over te gaan. We behandelen deze problematiek hierna aan de hand van een voorbeeld uit de praktijk.

Aan een belastingplichtige wordt op 31/10/2013 een vraag om inlichtingen gestuurd met betrekking tot aanslagjaar 2011. De vraag om inlichtingen wordt binnen de termijn van één maand beantwoord op 30/11/2013. Vervolgens wordt voor het betrokken aanslagjaar op basis van de verkregen inlichtingen een aanslag gevestigd op 23/12/2013.

De belastingplichtige dient een bezwaarschrift in tegen de aanslag. De belastingplichtige vordert ondermeer de vernietiging van de aanslag omwille van het feit dat de administratie alvorens de aanslag te vestigen geen bericht van wijziging van aangifte heeft verstuurd. Dit houdt immers een schending in van artikel 346 lid 1 WIB 92 waarin het versturen van een bericht van wijziging voorafgaand aan de aanslag, voorgeschreven is op straffe van nietigheid van de aanslag. Bovendien wordt geargumenteerd dat wanneer de administratie wel een bericht van wijziging zou hebben gestuurd de aanslag (aanslagjaar 2011) niet meer binnen de 3-jarige aanslagtermijn kon gevestigd geweest zijn (te weten uiterlijk 31/12/2013). Naar aanleiding van het versturen van een bericht van wijziging (dat in casu ten vroegste kon op 1/12/2013) moet immers aan de belastingplichtige een termijn van 1 maand worden gelaten om op het bericht van wijziging te antwoorden (termijn die in casu zou zijn verstreken in 2014, zijnde buiten de aanslagtermijn).

In de directoriale beslissing wordt het bezwaarschrift ingewilligd als volgt: "vernietiging van de aanslag wegens schending van art. 346 WIB 92. Er kan worden gehertaxeerd op grond van artikel 355 WIB 92".

De vraag rijst of de belastingplichtige er best aan doet de hertaxatie af te wachten dan wel het aangewezen is de beslissing die de aanslag heeft vernietigd aan te vechten. Op het eerste zicht lijkt de belastingplichtige geen belang te hebben om de directoriale beslissing aan te vechten aangezien de aanslag werd vernietigd. Zoals hierna zal blijken lijkt dit slechts schijn.

Art. 355 WIB 92 laat onder bepaalde voorwaarden de administratie toe om, wanneer een aanslag nietig verklaard is omdat hij niet werd gevestigd overeenkomstig een wettelijke regel, een nieuwe aanslag te vestigen. De hertaxatie kan, zelfs wanneer de voor het vestigen van de aanslag gestelde termijn reeds is verlopen. De aanslag moet worden gevestigd in hoofde van dezelfde belastingschuldige en op grond van dezelfde belastingelementen. De aanslag mag evenwel niet zijn vernietigd omwille van verjaring.

Terug naar onze casus voor een nader onderzoek van de directoriale beslissing. Wat werd precies beslist? Vooreerst werd beslist dat de aanslag dient te worden vernietigd omwille van het feit dat voorafgaand aan het vestigen van de aanslag geen bericht van wijziging werd verstuurd. Dit is correct. So far so good.  Daarnaast werd evenwel zondermeer beslist dat er kan worden gehertaxeerd. Het is precies deze beslissing die verder onderzoek verdient.

Uit de chronologie der feiten kan worden aangetoond dat de administratie bewust de procedure van wijziging van aangifte niet heeft gevolgd om zodoende uiterlijk 31/12/2013 - de laatste dag van de normale aanslagtermijn - de aanslag te kunnen vestigen. Met andere woorden de administratie heeft getracht de verjaring te vermijden door bewust een procedurefout te maken, er van uitgaande dat dan principieel een hertaxatie mogelijk is. Dit geldt des meer indien er in dit verband aanvullende omstandigheden voorhanden zijn.

Volgens het Hof van Cassatie evenwel kan de fiscus op de vooravond van de verjaring niet doelbewust een inbreuk op procedurevoorschriften begaan vanuit het idee dat het schenden ervan de vestiging van een nieuwe aanslag niet uitsluit terwijl het laten verstrijken van de aanslagtermijnen dit wel doet. Volgens Cassatie is een hertaxatie dan uitgesloten (Cass. 12 januari 1989). Indien blijkt dat de administratie materieel niet in staat was nog een aanslag te vestigen met eerbiediging van de normale regels wordt in de rechtspraak zelfs aangenomen dat er sprake is van machtsafwending (Antwerpen 6 mei 1997).

In het licht hiervan dient te worden vastgesteld dat in de directoriale beslissing ten onrechte werd beslist dat de procedure voor de hertaxatie kan worden gevolgd.

Wat zijn dan de opties voor de belastingplichtige? De belastingplichtige zou de hertaxatie zondermeer kunnen afwachten en zou in het kader van deze procedure kunnen argumenteren dat er om redenen van verjaring en machtsafwending niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 355 WIB 92.  Bij gebreke aan fiscale voorziening tegen de directoriale beslissing binnen een termijn van 3 maanden wordt deze beslissing evenwel definitief; en in deze beslissing werd precies geoordeeld dat er wel kan worden gehertaxeerd. Het komt ons dan ook aangewezen voor om tegen de betrokken beslissing actie te ondernemen.De belastingplichtige kan met name tegen de directoriale beslissing door middel van een fiscale voorziening de rechtbank vatten om te horen zeggen voor recht dat de voorwaarden voor een hertaxatie niet zijn voldaan. Wanneer de rechtbank of desgevallend het hof deze vordering inwilligt komt meteen ook een einde aan de verdere procedure. De aanslag is in die hypothese immers vernietigd zonder dat er kan worden gehertaxeerd.

Rest de vraag of de belastingplichtige van een voldoende concreet bestaand en actueel belang (in de zin van de artikelen 17 en 18 van het gerechtelijk wetboek) kan doen blijken naar aanleiding van zijn vordering voor de rechtbank. Ons inziens dient deze vraag positief te worden beantwoord. Het belang van de belastingplichtige lijkt inzonderheid te bestaan in het materiële voordeel dat hij met het instellen van zijn vordering beoogt, met name een onregelmatige hertaxatie vermijden en een einde stellen aan de betwisting. Het betreft een persoonlijk en rechtstreeks belang. Hiervan kan bevestiging worden gezien in een vonnis van de rechtbank van Luik van 20 maart 2008.

Wanneer in een directoriale beslissing de aanslag wordt vernietigd en tegelijk wordt beslist dat er kan worden gehertaxeerd gaat de belastingplichtige best na of er wel aan de voorwaarden van een hertaxatie is voldaan. Wanneer de administratie bij voorbeeld bewust een procedurefout heeft begaan om verjaring te vermijden is er sprake van machtsafwending en is hertaxatie in principe uitgesloten. De belastingplichtige heeft er dan alle belang bij om de directoriale beslissing waarin wordt beslist dat kan worden gehertaxeerd aan te vechten voor de rechtbank. Zodoende kan worden gepoogd een onregelmatige hertaxatie te vermijden en meteen een einde te stellen aan elke verdere betwisting.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.