Kruispuntbank van ondernemingen - procedurele valkuilen ...

Kruispuntbank van ondernemingen - procedurele valkuilen ...

Vooraf

Het is genoegzaam bekend dat elke rechtspersoon en elke natuurlijke persoon die een zelfstandige, economische activiteit uitoefent, moet ingeschreven zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, die per 1 juli 2003 het vroegere handelsregister verving.

Naast onder meer de naam en de vestigingen van de onderneming, moeten ook al de uitgeoefende activiteiten in de Kruispuntbank opgenomen worden.

De economische activiteiten worden aan de hand van de zogenaamde Nacebel-codes geïdentificeerd en ingeschreven. Elke mogelijke, economische activiteit beschikt over een eigen Nacebel-code, die in een boomstructuur opgelijst en gepubliceerd worden.

De inschrijving gebeurt via het ondernemersloket en elke onderneming en vestigingseenheid krijgt na inschrijving een ondernemingsnummer en een vestigingseenheidnummer dat geldt als uniek identificatienummer.

In de praktijk blijkt de omzetting van gegevens uit het vroegere handelsregister naar de Kruispuntbank van Ondernemingen niet steeds foutloos te zijn verlopen.

De overtreding van voornoemde, wettelijke bepalingen wordt niet alleen beteugeld met geldboetes, maar ook met procedurele sancties voor ondernemingen die in rechte willen optreden.

Onontvankelijkheid van de vordering als procedurele sanctie

Een onderneming die over geen ondernemingsnummer beschikt bij gebrek aan inschrijving in de Kruispuntbank, kan niet in rechte optreden om bijvoorbeeld een schuld te innen.

De wet voorziet immers dat de Rechtbank ambtshalve de vordering van een niet-ingeschreven onderneming als onontvankelijk moet afwijzen.

Deze sanctie kan ook opgelegd worden aan een onderneming die -hoewel correct ingeschreven - een vordering instelt voor een activiteit waarvoor zij niet in de Kruispuntbank ingeschreven was op het moment dat zij de dagvaarding liet betekenen.

In zo’n geval legt de wet enkel de onontvankelijkheid van de vordering op als de verwerende partij dit specifieke argument als eerste verweermiddel inroept, en niet eerst andere middelen liet gelden.

Indien de verwerende partij dit argument niet opwerpt of eerst een ander verweer voert, is deze onontvankelijkheid gedekt.

Enkel de vermeldingen in de Kruispuntbank zijn in die optiek relevant, en niet het doel van de vennootschap zoals in de statuten omschreven.

Zo riskeert de ondernemer die een wanbetaler dagvaardt voor een onbetaalde factuur voor advies bij een aandelentransactie, bot te vangen bij de Rechtbank, indien hij enkel voor de verhuur van onroerende goederen ingeschreven is en de wanbetaler dit vóór elk ander verweer inroept (Kh. Brugge 18.03.2010, onuitgegeven). “

Omgekeerd kan een vennootschap die een woning verhuurt een procedure tot inning van huurachterstallen verliezen, wanneer zij niet ingeschreven is voor “Verhuur en exploitatie van eigen of geleasd residentieel onroerend goed” (Nacebel code 68201).

De eiser kan aan de sanctie van de onontvankelijkheid niet ontsnappen door in rechte een andere omschrijving te geven aan de prestaties die aan de grondslag liggen van haar facturatie (Kh. Brugge 18.03.2010, onuitgegeven). De precieze omschrijving van de prestaties in de factuur is dus ook voor deze problematiek van belang.

Hoewel de wet weinig ruimte voor nuance laat, stelt bepaalde rechtspraak zich soepeler op en laat ook vorderingen toe voor ‘occasionele activiteiten die in ruime zin kaderen in binnen de gewone activiteit’ (Kh. Kortrijk 03.01.2011, onuitgegeven).

Een ondernemer kan zich desalniettemin veel procedureleed besparen door volledig te zijn bij de registratie van zijn economische activiteiten bij de Kruispuntbank en door vooraleer in rechte op te treden, zich ervan te vergewissen of zijn vordering kadert binnen de Nacebel-codes waarvoor hij ingeschreven is.

Gevolgen van een onontvankelijkheid wegens gebrekkige inschrijving

Voornoemde onontvankelijkheid van een vordering kan niet geremedieerd worden lopende de procedure.

Dit impliceert dat de Rechtbank geen kennis zal nemen van de grond van de zaak en zich zal beperken tot het ontoelaatbaar verklaren van de eis. De eiser die aldus afgewezen wordt, zal tot de gerechtskosten veroordeeld worden en een rechtsplegingsvergoeding aan de wederpartij moeten betalen. Naar gelang de waarde van de ingestelde vordering bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoedingen tussen de € 165 en € 16.500.

Wel zou de afgewezen eiser na de regularisatie van zijn Kruispuntbankinschrijving een nieuwe dagvaarding kunnen uitsturen.

Intussen ging echter tijd verloren, werden nutteloze kosten gemaakt, en kan de solvabiliteit van de debiteur aangetast zijn.

De wet verplicht de ondernemer om in de Kruispuntbank van Ondernemingen alle economische activiteiten die hij uitoefent, te registreren.

Om nodeloze proceduretwisten, tijdverlies en kosten te besparen, is het aangewezen dat een ondernemer, vooraleer hij in rechte optreedt, verifieert of hij voor de desbetreffende activiteit ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen, en hij in voorkomend geval eerst zijn inschrijving actualiseert.  

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.