Kan een externe bestuurder in een nv zich verzekerd weten van zijn mandaat?

Kan een externe bestuurder in een nv zich verzekerd weten van zijn mandaat?

Overeenkomstig artikel 518 § 3 Wetboek van vennootschappen kunnen bestuurders binnen een naamloze vennootschap ten allen tijde ontslagen worden door de algemene vergadering.

Volgens de meerderheid van de rechtsleer is deze ad nutum-herroepbaarheid van een bestuurder van openbare orde. Dit impliceert dat overeenkomsten die een inbreuk maken op deze ad nutum-herroepbaarheid nietig zijn en dat dit zelfs door de rechter ambtshalve dient opgeworpen te worden. (B. TILLEMAN, Bestuur van vennootschappen, Brugge, Die Keure, 2005, 290-291)

Zo zijn statutaire clausules die een onherroepelijk mandaat geven aan hun bestuurders, dan wel bepalen dat het mandaat slechts in bepaalde gevallen herroepbaar is of slechts kan beëindigd worden mits naleving van een opzegtermijn, nietig. Dit is eveneens het geval voor clausules die de vennootschap ertoe verplichten een bestuurder een bepaalde minimumduur te garanderen. (B. TILLEMAN, Bestuur van vennootschappen, Brugge, Die Keure, 2005, 296-297)

Reeds in 1989 diende het Hof van Cassatie zich uit te spreken of een overeenkomst waarbij een individuele aandeelhouder zich ertoe verbindt zijn stemrecht aan te wenden om voor het behoud van het bestuurdersmandaat van een bepaalde persoon te stemmen, al dan niet in strijd was met voormeld principe van de ad nutum-herroepbaarheid van het mandaat van een bestuurder binnen een nv.

In deze zaak had de oprichter van een nv in zijn testament aan zijn zoon die de aandelen had toegewezen gekregen, de verplichting opgelegd om zijn dochter tantièmes als bestuurder te garanderen. In haar arrest van 13 april 1989 oordeelde het Hof van Cassatie dat deze verplichting strijdig zou zijn met de ad nutum-herroepbaarheid van bestuurders, aangezien deze verbintenis noch de vennootschap, noch haar organen verbond.

Op enkele auteurs na heeft de meerderheid van de rechtsleer na voormeld arrest van het Hof van Cassatie zich volledig aangesloten bij deze visie. Volgens hen verzet de ad nutum- afzetbaarheid van een bestuurder binnen een nv zich niet tegen de toekenning van een exitvergoeding door een derde (al dan niet aandeelhouder). (B. TILLEMAN, Bestuur van vennootschappen, Brugge, Die Keure, 2005, 297; K. GEENS (e.a.), "Overzicht van rechtspraak : vennootschappen", TPR 2000, 261; M. WYCKAERT, "De geldigheid van stemovereenkomsten betreffende de besluitvorming der algemene vergadering - ad nutum herroepbaarheid van het bestuursmandaat", TRV 1989, 326; A. FRANCOIS (e.a.), "Omgaan met conflicten in vennootschappen: regeling van geschillen is meer dan geschillenregeling", in K. BYTTEBIER (e.a.) (eds), Omgaan met conflicten in de vennootschap, Antwerpen, Intersentia, 2009, 40)

Praktisch gezien lijkt het ons dan ook in het kader van een familiale successieplanning mogelijk te zijn dat  de pater familias als meerderheidsaandeelhouder zijn aandelen overdraagt aan één van zijn kinderen waarbij deze laatste er zich toe verbindt om gedurende een bepaalde termijn zijn stemrechten op de algemene vergadering aan te wenden om voor het behoud van het bestuurdersmandaat van zijn andere kinderen en/of van zichzelf te stemmen. Hierbij kan tevens worden overeengekomen dat ingeval het bestuurdersmandaat van de andere kinderen of de vader zelf vroegtijdig wordt beëindigd, de persoon die de aandelen heeft gekregen een exitvergoeding dient te betalen.

Zo ook lijkt het aangaan van de verbintenis door een meerderheidsaandeelhouder om zijn stemrecht aan te wenden voor het behoud van een bestuurdersmandaat waarbij deze meederheidsaandeelhouder een exitvergoeding dient te betalen bij een vervroegde beëindiging van dit mandaat, een mogelijke oplossing voor de situatie waarin een ceo op zelfstandige basis en enkel als bestuurder werkzaam is in een (niet-familiale) vennootschap, maar zich toch verzekerd wil weten van een exitvergoeding in geval van vroegtijdige beëindiging van het mandaat. Hierbij kan tevens worden overeengekomen dat dit ook zal gelden in het geval van een aandelenoverdracht van de meerderheidsaandeelhouder die deze verbintenis heeft aangegaan aan een derde.

Recent heeft de Rechtbank van Koophandel te Oudenaarde in een vonnis dd. 24 maart 2009 geoordeeld dat een dergelijke overeenkomst tussen een meerderheidsaandeelhouder en een ceo binnen een nv niet in strijd is met het principe van de ad nutum-herroepbaarheid van een bestuurdersmandaat en dat ingeval de overnemer van de aandelen tevens deze overeenkomst heeft overgenomen, deze laatste gebonden is door deze bepalingen omtrent de uitbetaling van een exitvergoeding.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.