Investeringsaftrek : enkel de fiscale wet bepaalt de aftrekvoorwaarden !

Investeringsaftrek : enkel de fiscale wet bepaalt de aftrekvoorwaarden !

Art. 69 §1, 2° c) WIB'92 voorziet in een verhoogde investeringsaftrek voor activa die dienen voor een rationeler energieverbruik. In de praktijk wordt deze investeringsaftrek nogal eens toegepast voor zonnepanelen.

De Koning heeft de formaliteiten voor het verkrijgen van deze investeringsaftrek vastgelegd in het KB. Art. 49 KB/WIB'92 bepaalt in dit verband onder meer dat er een attest dat de investeringen conform zijn "door de belastingplichtige moet worden gevraagd op straffe van verval binnen 3 maanden na de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn aangeschaft of tot stand gebracht."

Praktisch probleem: laattijdig aanvragen van attest bij de Vlaamse Overheid

Uit art. 49 KB/WIB'92 volgt dat voor de toepassing van de verhoogde investeringsaftrek voor bijvoorbeeld zonnepanelen een attest moet worden aangevraagd door de belastingplichtige bij de Vlaamse Overheid binnen 3 maanden na de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin de vaste activa zijn aangeschaft of tot stand gebracht.

Indien de aanvraag echter na die 3 maanden gebeurt (wat in de praktijk niet onmogelijk voorkomt aangezien de aangifte in de vennootschapsbelasting slechts vele maanden later wordt ingediend ...), gaat in principe elk recht tot het aanvragen van een attest verloren. De laattijdigheid is immers voorgeschreven op straffe van verval. In de praktijk levert de Vlaamse overheid evenwel (soms) toch nog de attesten af, ook al zijn ze laattijdig aangevraagd.

Het probleem stelt zich echter wanneer de belastingcontroleur de laattijdige aanvraag aangrijpt om het recht op investeringsaftrek zelf in vraag te stellen; terecht of niet?

Legaliteitsbeginsel

Gelet op het legaliteitsbeginsel, dat verankerd is in art. 170 van de Grondwet, dient de wetgever zelf alle essentiële elementen voor de belastingheffing te regelen. Met andere woorden moeten de belastingplicht, het belastbaar feit, de grondslag, het tarief en de vrijstellingen door een duidelijke wet worden ingevoerd. Alleen minder belangrijke aangelegenheden mogen door een uitvoeringsbesluit worden geregeld. Bijgevolg is elke delegatie van één van de essentiële elementen van de belasting in beginsel ongrondwettig.

Dit geldt dus ook voor de voornoemde investeringsaftrek van bijvoorbeeld zonnepanelen. De essentiële elementen zijn dan ook geregeld in art. 69 e.v. van het WIB'92. De formaliteiten die de belastingplichtigen moeten naleven om recht te hebben op het voordeel van een investeringsaftrek werden door de Koning geregeld in art. 49 e.v. van het KB/WIB'92.

Geen interpretatie bij duidelijke wetgeving

In eerste instantie dient de wetgever duidelijke wetgeving uit te vaardigen. 'Interpretatio legis cessat in claris' betekent zoveel als 'een duidelijke wet moet niet worden geïnterpreteerd'. Indien de wettekst volkomen duidelijk is, is het interpretatiewerk afgelopen, zelfs indien andere methodes tot betere oplossingen zouden leiden.

Strikte interpretatie bij onduidelijke wetgeving

In tweede instantie leidt het legaliteitsbeginsel tot de verklaring van de strikte interpretatie van de fiscale wet, die door de Belgische rechtspraak en rechtsleer wordt gehuldigd. De ware betekenis van de strikte interpretatie komt tot uiting in het adagium 'in dubio contra fiscum'. Deze regel geldt alleen als de draagwijdte van de wet onduidelijk blijft nadat alle gezaghebbende interpretatietechnieken uitgeput zijn. Kortom, na uitputting van de gangbare interpretatiemethodes en ingeval van blijvende dubbelzinnigheid, moet de wet tegen de fiscus en in het voordeel van de belastingplichtige worden uitgelegd.

Formaliteiten voor investeringsaftrek

Zoals gezegd dienen er bij de investeringsaftrek naast de essentiële en wettelijk geregelde elementen van de belasting ook een aantal formaliteiten te worden voldaan. De wetgever beschouwde deze formaliteiten als niet-essentieel aangezien de Koning gelast werd met de regelgeving in dit verband.

Eén van die formaliteiten die de Koning in art. 49 KB/WIB'92 e.v. heeft voorgeschreven is dat een attest moet worden aangevraagd bij de Vlaamse Overheid. Uit het attest moet onder meer blijken dat het gaat om vaste activa die dienen voor een rationeler energieverbruik.

Daarenboven dient het attest krachtens het KB te worden aangevraagd middels een geijkt formulier en binnen de 3 maanden na de laatste dag van het belastbaar tijdperk waarin de activa zijn aangeschaft.

Indien de aanvraag voor het attest echter na die 3 maanden nog wordt ingediend, kan de belastingplichtige in beginsel geen aanspraak meer maken op het recht tot aanvraag van het attest. Niettemin kan het niet naleven van een dergelijk niet-essentieel element ons inziens nooit leiden tot het verlies van de investeringsaftrek zelf.

Daarenboven, en belangrijker, is dat het KB/WIB 92 enkel stelt dat het recht het attest aan te vragen (en niet het recht op de investeringsaftrek zelf) vervalt, bij een laattijdige aanvraag. Indien het attest derhalve wordt verkregen ondanks de laattijdige aanvraag, dan kan ons inziens de controleur uit de laattijdige aanvraag geen argument putten om de investeringsaftrek zelf te weigeren.

Een duidelijke wet hoeft immers niet te worden geïnterpreteerd.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.