Intresten op rekening-courant al dan niet marktconform - toetsing in concreto vereist, ook door de administratie !

Intresten op rekening-courant al dan niet marktconform - toetsing in concreto vereist, ook door de administratie !

Bedrijfsleiders kunnen fondsen ter beschikking stellen van hun onderneming teneinde de werking van de onderneming te verzekeren, haar te voorzien van het nodige werkkapitaal of haar toe te laten bepaalde investeringen te doen, zeg maar om de nodige zuurstof aan hun vennootschap te verlenen. Vele banken (of andere externe financierders) vereisen de laatste jaren overigens meer en meer inspanningen van de onderneming of haar aandeelhouders vooraleer zelf ten dele mee te financieren.

De hoegrootheid van de intresten die daarbij door de vennootschap aan de bedrijfsleider worden toegekend geniet op vandaag de bijzondere aandacht van de administratie. Diverse controlerondes of zelfs wijzigingsprocedures zijn momenteel opgestart waarbij de administratie vooropstelt dat de toegepaste intrestpercentages niet marktconform zouden zijn. In de mate de toegepaste intrestvoet de volgens haar geldende marktrente zou overschrijden blijkt de administratie in vele gevallen voornemens de aldus toegekende intresten te herkwalificeren in een belastbaar dividend (toepassing van artikel 18, 4° WIB 92 juncto artikel 55 WIB 92).

De redenering van de administratie is meestal de volgende :

  • de ter beschikking stelling van gelden door de bedrijfsleider aan diens vennootschap zou een belegging van privé-middelen in de schoot van de vennootschap uitmaken;
  • vanuit dit oogpunt grijpt men zonder meer terug naar de actuele lage spaarrentes of naar de lage Euribor-rente (een typische rente voor korte termijnkredieten) als vermeende marktconforme rente; deze rentes bedragen doorgaans nauwelijks meer dan 1 %.

Vaak gaat aan de voorgenomen wijziging geen grondig onderzoek vooraf of wordt er geen rekening gehouden met concrete omstandigheden eigen aan het verschaffen van fondsen door de bedrijfsleider aan de vennootschap.

Nochtans blijkt uit de wet (artikel 55 WIB 92) - zoals toegepast in de rechtspraak (zie o.a. recent Rb. Gent, 27 november 2012) en de administratieve commentaren (o.a. Comm. IB 92 nr. 18/50) - dat de beoordeling van de marktrente steeds dient te gebeuren rekening houdende met de bijzondere gegevens eigen aan de concrete verrichting. Meer in het bijzonder hebben volgende elementen een impact op de beoordeling van de geldende marktrente:

  • het risico verbonden aan de kredietverstrekking;

    het risicoprofiel van een lening is afhankelijk van de kredietwaardigheid van de kredietnemer en van het al dan niet voorhanden zijn van waarborgen;

    het spreekt voor zich dat wanneer de ontlenende vennootschap bij voorbeeld niet of slechts beperkt kredietwaardig is (niet in staat is de opgenomen kredieten op korte termijn terug te betalen) en er bovendien geen waarborgen ten behoeve van kredietgever worden gesteld, er rekening moet worden gehouden met een ernstige risico-factor bij de raming van de marktconforme intrestvoet;

  • de termijn waarvoor van de fondsen worden toegekend;

    wanneer uit de concrete stukken (bvb. één of meerdere overeenkomsten) bij voorbeeld blijkt dat de kredieten voor een langere termijn worden toegestaan, dan dient evidenterwijs rekening te worden gehouden met een rentevoet eigen aan lange termijnkredieten; in een dergelijk geval gaat het uiteraard niet op om een rentevoet voor korte termijnkredieten (bvb. Euribor) als marktconform te weerhouden;

  • de aard van de lening (waarvoor dient het toegekende krediet?);

    wanneer de toegestane fondsen bij voorbeeld in hoofdzaak bedoeld zijn om de vennootschap van voldoende beschikbare (liquide) werkingsmiddelen te voorzien, dan heeft de lening het karakter van een kaskrediet en zijn de daarvoor geldende rentevoeten aan de orde; bij wijze van illustratie: in een recent voorbeeld in de rechtspraak wordt (op basis van informatie van toonaangevende banken Dexia en Fortis) aangenomen dat de intrestpercentages voor kaskredieten kunnen variëren van 6,70 % tot 10,30 %; in die zin acht de rechtbank van Bergen in de haar voorgelegde casus een intrestvoet van 8,35 % marktconform (Rb. Bergen, 22 mei 2012), en dit zelfs los van enige risicofactor;

    wanneer de toegestane fondsen er bij voorbeeld in hoofdzaak toe strekken het voortbestaan en de werking van de vennootschap te verzekeren en/of bijkomende investeringen te doen, dan kan het krediet vanzelfsprekend niet als een belegging van privé-middelen worden beschouwd.

 

De administratie gaat al te voortvarend te werk bij het herkwalificeren van intresten in dividenden in de gevallen waarin ze zonder meer de bij geldleningen toegepaste intrestpercentages als niet-marktconform bestempelt. Het aftoetsen van het intrestpercentage aan de geldende marktrente dient evenwel steeds te gebeuren rekening houdende met de specifieke omstandigheden eigen aan iedere zaak. Het is zaak om in ieder dossier de pertinente feitelijke elementen te ontleden en deze gepast te documenteren ter verdediging van de toegepaste rentevoet.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.