Internationale mobiele tewerkstelling: plaats fysieke activiteit bepaalt in principe de taxatie!

Internationale mobiele tewerkstelling: plaats fysieke activiteit bepaalt in principe de taxatie!

Een Belgisch rijksinwoner is als commercieel directeur in dienstverband werkzaam bij een Franse vennootschap. Hij is zowel in Frankrijk, als in België en daarbuiten actief. Zijn bezoldigingen, die uitbetaald werden door zijn Franse werkgever, werden integraal belast in Frankrijk onder de vorm van een bronheffing. Het komt logisch voor dat in zo’n geval Frankrijk inderdaad de heffingsbevoegde staat is, maar niets is minder waar.  De visie dat de vestigingsplaats van de werkgever de heffingsbevoegdheid van de staat bepaalt, blijkt eerder de uitzondering en niet de algemene regel te zijn.

Op grond van artikel 5 WIB 92 zijn Belgische rijksinwoners aan de Belgische personenbelasting onderworpen op hun wereldwijd – inkomen. Op basis van een dubbelbelastingverdrag kunnen de buitenlandse inkomsten in België vrijgesteld worden met progressievoorbehoud. Een inkomen van buitenlandse oorsprong zal evenwel slechts vrijgesteld worden wanneer de belastingplichtige afdoende bewijst dat aan de vrijstellingsvoorwaarden voorzien in een dubbelbelastingverdrag, voldaan is.

Het algemeen principe, geformuleerd in artikel 15 § 1 van het OESO-Modelverdrag, stelt dat de heffingsbevoegdheid omtrent bezoldigingen van een werknemer toekomt aan de woonstaat, tenzij de activiteit wordt uitgeoefend in de werkstaat. De staat waar de arbeidsprestaties effectief worden uitgeoefend (de werkstaat) is dus in principe heffingsbevoegd bij een internationale tewerkstelling.

Dit principe betekent dat werknemers die werkzaam zijn in meerdere werkstaten hun bezoldiging moeten opdelen over de verschillende werkdagen dat zij fysiek aanwezig zijn op het grondgebied van de verschillende betrokken verdragsstaten. Vervolgens moet voor ieder van deze aldus toegewezen bezoldigingen de vrijstellingsvoorwaarden van de dubbelbelastingverdragen van de betrokken werkstaten afgetoetst worden. Dit kan leiden tot complexe toestanden, vandaar dat het OESO-Modelverdrag een aantal uitzonderingen bevat die veelal worden overgenomen in de dubbelbelastingverdragen.

Een eerste uitzondering, de 183-dagenregel, vinden we terug in artikel 15 § 2 van het OESO-Modelverdrag. Bezoldigingen blijven belastbaar in de woonstaat wanneer cumulatief aan de drie volgende voorwaarden is voldaan:

  • de duur van de werkzaamheden in de werkstaat in enig tijdperk van 12 maanden bedraagt niet meer dan 183 dagen;
  • de loonlast mag niet ten laste zijn genomen van een werkgever gevestigd in de werkstaat;
  • de loonlast mag niet ten laste genomen zijn van een in de werkstaat gevestigde vaste inrichting van de werkgever.

De reden voor deze uitzondering is dat werknemers en werkgevers bij een kortstondige tewerkstelling in het buitenland met zo weinig mogelijk administratieve rompslomp zouden worden bezwaard.

Een tweede uitzondering wordt vermeld in artikel 15 § 3 van het OESO-Modelverdrag. In toepassing van deze paragraaf zijn de bezoldigingen van scheep- en luchtvaartuigpersoneel belastbaar in de staat waar de werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

Een derde uitzondering is ontstaan in de rechtspraak. Het Hof van Cassatie ontwikkelde een ‘fictie’ voor internationale vrachtwagenchauffeurs. Het Hof heeft geoordeeld dat geen “permanente fysieke aanwezigheid van de werknemer in die Staat tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheid” vereist is. Op basis van deze uitspraak zijn de bezoldigingen van vrachtwagenchauffeurs belastbaar in de verdragsstaat waar de werkelijke leiding van de transportonderneming is gelegen (Cass. 6 november 2000, Fisc. Int. nr. 252, 3; Cass. 28 mei 2004, Fisc. Int. nr. 252, 3; Cass. 9 november 2007, Fisc. Int. nr. 301, 4).

Op basis van deze rechtspraak van het Hof van Cassatie inzake internationale vrachtwagenchauffeurs werd aan de rechtbank van eerste aanleg te Gent de vraag gesteld of deze cassatierechtspraak kan uitgebreid worden naar andere ‘rondreizende’ werknemers. Op die manier zouden de bezoldigingen van een commercieel directeur in dienstverband werkzaam bij een Franse werkgever belastbaar zijn in Frankrijk, meer bepaald in de staat waar de werkgever is gevestigd, ook al is de werknemer actief buiten Frankrijk.

De rechtbank wijst deze visie af (Rb. Gent 14 april 2010, Fisc. nr. 324, 7). Hiervoor verwijst zij naar artikel 11 § 1 van het Belgisch - Frans dubbelbelastingverdrag dat gebaseerd is op de algemene regel geformuleerd in artikel 15 § 1 van het OESO-Modelverdrag. Behoudens de 183-dagenregel is aldus de staat waar de arbeidsprestaties effectief worden uitgeoefend in principe heffingsbevoegd. De rechtbank verwijst hiervoor naar de OESO-commentaar die “uitdrukkelijk bevestigt dat de arbeid uitgeoefend wordt op de plaats waar de werknemer fysiek aanwezig is op het ogenblik dat hij de prestaties uitoefent in ruil waarvoor het inkomen uit arbeid wordt betaald”. Op basis van deze rechtspraak zijn dus enkel de dagen dat de werknemer daadwerkelijk activiteit uitoefent in Frankrijk belastbaar in Frankrijk, zelfs al wordt de volledige bezoldiging betaald door de Franse werkgever. Voor de dagen dat zijn beroepsactiviteit in andere staten dan Frankrijk wordt uitgeoefend, is het dubbelbelastingverdrag tussen België en Frankrijk volgens de rechtbank niet van toepassing. Voor deze dagen kan volgens de rechtbank een beroep worden gedaan op de dubbelbelastingverdragen tussen de woonstaat en de staat waar de buitenlandse activiteit wordt uitgeoefend. In dit geval is het wel mogelijk dat de 183-dagenregel van toepassing is, wat bij een mobiele internationale tewerkstelling vaak het geval is. In voorkomend geval zal de woonstaat – in casu België – de heffingsbevoegde staat zijn.

In de mate dat een werknemer effectief actief is in verschillende werkstaten, zijn die verschillende werkstaten heffingsbevoegd in functie van de fysieke aanwezigheid van deze werknemer in de onderscheiden werkstaten. De ‘fictie’ die bestaat voor internationale vrachtwagenchauffeurs – waarbij de bezoldigingen belastbaar zijn in de verdragsstaat waar de werkelijke leiding van de transportonderneming is gelegen – werkt niet door naar andere mobiele werknemers.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.