Interesten op leningen van groepsvennootschappen : de "thin cap" is een feit !

Interesten op leningen van groepsvennootschappen : de "thin cap" is een feit !

Vroegere situatie: van toepassing voor betalingen aan fiscale paradijzen

België kende tot voor kort geen algemene regeling die onderkapitalisatie van vennootschappen (“thin capitalisation”) moeten tegengaan. Net zoals alle andere beroepskosten zijn interesten op leningen in principe aftrekbaar indien de financiering verband houdt met de beroepsactiviteit van de vennootschap. Tevens moeten het bedrag en de echtheid van de interestbetaling bewezen worden. De interestbetaling moet gebeuren met het oog op het behouden of het verkrijgen van belastbare inkomsten.

Voor het overige waren mede de volgende beperkingen van toepassing:

  • interest betaald aan een bedrijfsleider wordt als dividend aangemerkt in de mate dat de interestvoet hoger is dan de marktrente of in de mate dat het geleende kapitaal hoger is dan het “fiscaal vermogen” (art. 18, 4° WIB);
  • interest betaald aan vennootschappen gevestigd in een belastingparadijs zijn eveneens niet aftrekbaar in de mate dat de betaalde rentevoet de marktrente overstijgt of in de mate dat het bedrag van de lening hoger is dan zeven keer het “fiscaal vermogen” (art. 55 en 198, 11° WIB).

De term “fiscaal vermogen” verwijst telkens naar de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk, verhoogd met het bedrag van het gestort kapitaal bij het einde van het aanslagjaar.

Programmawet 2012: invoering algemene regel tegen onderkapitalisatie

De budgettaire context heeft de nieuwe regering ertoe aangezet om ook in de vennootschapsbelasting een aantal “corrigerende” maatregelen te nemen. Zo werd beslist om het tarief van de aftrek voor risicokapitaal te plafonneren op 3% (3,5% voor KMO-vennootschappen). Bovendien zou ook de overdraagbaarheid van de aftrek voor risicokapitaal worden beperkt. De regering stelt dat er “aanwijzingen aan het licht gekomen zijn dat een bepaald aantal grote vennootschappen voornemens is om constructies met onderkapitalisatie in de plaats te stellen”.

De nieuwe maatregel wil dergelijke constructies waarbij de belastbare basis wordt uitgehold door interestbetalingen tegengaan. In de mate dat de financiering met vreemd vermogen meer dan vijf keer hoger is dan het eigen vermogen van de vennootschap (“5/1 schuldratio”), zal de interest niet langer aftrekbaar zijn. De 5/1 schuldratio werd vastgesteld op basis van een vergelijking van de ratio’s van toepassing in de buurlanden. Wel werd bij deze vergelijking geen rekening gehouden met het bestaan van systemen van fiscale consolidatie. De ratio wordt in landen met een systeem van fiscale consolidatie doorgaans op groepsniveau beoordeeld (en niet op het niveau van elke afzonderlijke vennootschap).

Toepassingsgebied: interestbetalingen aan groepsvennootschappen

De nieuwe maatregel is van toepassing op alle vennootschappen, ongeacht hun omvang. Dit is vreemd vermits de maatregel verantwoord wordt uit vrees voor ontwijkingsgedrag van grote ondernemingen. Ook kennen de meeste buurlanden een regeling waarbij de regel niet van toepassing voor kleinere groepen. Vaak geldt een “de minimis” regel waardoor de eerste schijf van enkele honderdduizenden euro niet onder de nieuwe regel valt, of waardoor kleine groepen worden uitgesloten. Op dit punt liet de Belgische regering zich niet inspireren door het buitenland. Ook de kleine ondernemingen zullen dus met de nieuwe regel rekening moeten houden.

De regel is van toepassing voor leningen toegekend door vennootschappen die deel uitmaken van een groep. De nieuwe wettekst definieert de term “groep” als het geheel van verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het Wetboek Vennootschappen. Deze definitie is zeer ruim en omvat alle verbonden vennootschappen. Deze omschrijving omvat zowel moeder- als dochtervennootschappen maar ook vennootschappen die onder gezamenlijke controle van eenzelfde aandeelhouder staan. Ook indien er controle “in feite” is (bijvoorbeeld omdat een vennootschap de facto het beleid en het bestuur van de andere vennootschap kan bepalen), kan er sprake zijn van een verbonden onderneming.

Niet voor sommige financiële ondernemingen en PPS-projecten

De aftrekbeperking geldt niet voor sommige ondernemingen die geld lenen om financiële diensten te verrichten. Zo vallen ondernemingen die erkend zijn als vennootschap voor roerende leasing (op basis van het KB nr. 55) of die als belangrijkste activiteit de onroerende leasing of factoring hebben buiten het toepassingsgebied van de nieuwe maatregel, althans in de mate dat de geleende fondsen effectief gebruikt worden voor de leasing of factoring activiteit.

Ook de vennootschappen die een PPS-project (publiek private samenwerking) uitvoeren ontsnappen aan de nieuwe aftrekbeperking mits de uitvoering van het project gegund werd in het kader van een aanbestedingsprocedure.

Begrip “lening”

De beperking is van toepassing op alle interest die betaald wordt op om het even welke vorm van lening. Dit omvat zowel gewone leningen met vaste of variabele kapitaalsaflossingen, rekening/courant verhoudingen, leningen vertegenwoordigd door effecten, etc…

De nieuwe bepaling is echter niet van toepassing op obligaties of gelijksoortige effecten die uitgegeven worden door een publiek beroep te doen op het spaarwezen.

De beperking is evenmin van toepassing op interesten betaald op leningen die verstrekt worden door kredietinstellingen en sommige andere financiële instellingen. Interesten op bankleningen blijven dus aftrekbaar onder de normale voorwaarden.

Begrip “fiscaal vermogen”

De aftrekbeperking speelt enkel in de mate het bedrag van de door groepsvennootschappen toegekende leningen hoger is dan 5 maal het eigen vermogen.

Het eigen vermogen is de som van de volgende elementen:

  • de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk;
  • het gestorte kapitaal bij het einde van het belastbaar tijdperk.

Het is dus nog steeds mogelijk om in de loop van het belastbaar tijdperk een kapitaalverhoging door te voeren zodat de beperking niet van toepassing is.

Ook VZW’s die aan de vennootschapsbelasting zijn onderworpen vallen onder de nieuwe regeling. Het “eigen vermogen” is voor hen gelijk aan de “fondsen” zoals deze blijken uit de laatst neergelegde balans.

Anti-misbruikbepaling

De nieuwe wettekst voorziet ook een specifieke anti-misbruikbepaling. Binnen vennootschapsgroepen zou men eraan kunnen denken om een niet-verbonden vennootschap tussen te schuiven. Zo zou een groepsvennootschap eerst geld kunnen lenen aan een niet-groepsvennootschap, die dan de fondsen doorleent aan een groepsvennootschap. Strikt juridisch gezien wordt de interest dan niet betaald aan een groepsvennootschap waardoor de aftrekbeperking niet van toepassing zou zijn. Indien de terugbetaling van de lening door een derde gewaarborgd is, of indien de derde aan de geleende fondsen heeft verschaft om ze terug door te lenen, dan wordt deze “derde” als werkelijke genieter aangemerkt. Dit is enkel geval indien het verstrekken van de waarborg of het lenen van de fondsen tot hoofddoel het ontwijken van belastingen heeft.

In dit voorbeeld zijn vennootschap B en C verbonden. Vennootschap A behoort niet tot de groep. Vennootschap C leent fondsen aan vennootschap A die doorleent. Als deze verrichting een fiscaal hoofddoel heeft, zal vennootschap C als werkelijke verkrijger van de interesten worden beschouwd. In hoofde van vennootschap B zal de aftrekbeperking dan van toepassing zijn.

Concrete toepassing

Stel een vennootschap die een eigen vermogen heeft van 100, terwijl ze voor een bedrag van 1.000 schulden heeft bij een verbonden onderneming. We nemen aan dat op de te leningen een interestvoet van 4% van toepassing is waardoor de te betalen interest 40 bedraagt.

In dit geval is het vreemd vermogen 10 maal groter dan het eigen vermogen. De interest zal aftrekbaar zijn ten belope van 20 (zijnde de interest die verband houdt met de lening die niet hoger is dan 500, zijnde 5 maal het eigen vermogen). De interestbetaling zal ten belope van 20 moeten worden opgenomen onder de verworpen uitgaven.

Inwerkingtreding
De nieuwe maatregel zal in werking treden op de datum die bepaald wordt in een in Ministerraad overlegd KB, en uiterlijk op 1 juli 2012. 
 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.