Impasse op de algemene vergadering ? wipaandelen kunnen soelaas bieden ...

Impasse op de algemene vergadering ? wipaandelen kunnen soelaas bieden ...

In het huidig economische landschap worden samenwerkingsverbanden vaak gestructureerd in een vennootschap waarbij twee partners of aandeelhoudersgroepen evenveel aandelen bezitten. Deze paritaire verhouding op het aandeelhoudersniveau straalt meestal ook af op het bestuursniveau. Inherent aan deze 50-50 verhoudingen is het gevaar op patstellingen indien de partners het niet eens raken over bepaalde beslissingen. De wet en de rechtspraktijk hebben doorheen de jaren verschillende mechanismen ontwikkeld om hieraan tegemoet te komen. Eén van deze technieken met relatief weinig impact op het vennootschapsleven is het gebruik van wipaandelen.
 
Wipaandelen zijn een beperkt aantal aandelen die worden toebedeeld aan een derde die het vertrouwen geniet van de twee gelijkwaardige aandeelhouders(groepen) en wiens taak het is om impasses in de besluitvorming van de algemene vergadering te voorkomen. Deze vertrouwenspersoon gaat als het ware op de wip zitten tussen de aandeelhouders en doet ingeval van staking der stemmen met zijn minderheidsparticipatie de balans omslaan in deze of gene zin. Gelet op enerzijds de beperkte finaliteit van het gebruik van wipaandelen -met name het opheffen van patstellingen- en anderzijds de intrinsieke gevolgen van het aandeelhouderschap, is het zaak om het gebruik van wipaandelen minutieus in een overeenkomst te omkaderen. Onder meer de vraag naar de eigendom, de winstdeling, de verkrijging na de overdracht, het stemrecht en de gevolgen daarvan zijn aandachtspunten.

In beginsel dient de vertrouwenspersoon aan wie de wipaandelen worden toebedeeld, eigenaar te zijn van de aandelen om volwaardig te kunnen stemmen op de algemene vergadering. Hieruit vloeien enkele vanzelfsprekende gevolgen voort. Zo maken de wipaandelen deel uit van het vermogen van de vertrouwenspersoon en vormen zij bijgevolg een mogelijk executieobject voor zijn schuldeisers. Bovendien kunnen zich problemen voordoen indien de wipaandeelhouder een natuurlijke persoon is en deze komt te overlijden, uit de echt scheidt, onder bewind komt te staan etc …

Voorts is het zo dat de eigenaar van de wipaandelen in beginsel recht heeft op dividenden. Conventionele afwijkingen op het principe dat alle aandelen in gelijke mate dividend moeten ontvangen, kunnen afketsen op het verbod op leonijnse bedingen in de zin van artikel 32 wetboek vennootschappen. Een overeenkomst die stelt dat de wipaandeelhouder niet deelt in de winsten zou aldus nietig kunnen verklaard worden. Een veilige oplossing bestaat in een verplichting voor de wipaandeelhouder om de ontvangen dividenden in gelijke mate door te storten aan beide aandeelhouders.

Met betrekking tot de wipaandelen moet een overdrachtsregeling uitgewerkt worden voor het geval waarin de behoefte aan een ‘trancherende’ vertrouwenspersoon verdwijnt of wanneer wordt vastgesteld dat de vertrouwenspersoon niet langer het vertrouwen van beide aandeelhouders geniet. Hierbij is het belangrijk dat de evenredigheid tussen beide aandeelhouders gewaarborgd blijft, waardoor het voorkeur verdient om enkel een even aantal wipaandelen aan de vertrouwenspersoon te geven, meestal twee (percent van de aandelen).

Een eerste en meest voor de hand liggende mogelijkheid bestaat er in beide aandeelhouders een gezamenlijke calloptie te verlenen ten aanzien van de wipaandeelhouder. Ook kan gewerkt worden met een eenzijdige verkoopbelofte door de wipaandeelhouder, wat hem verplicht om zijn aandelen te verkopen op het eerste en gezamenlijke verzoek van de beide aandeelhouders. Ingeval de wipaandeelhouder de aandelen heeft gekocht, biedt het beding van wederinkoop een bijkomende mogelijkheid, met dien verstande dat dergelijk beding behoudens verlengingen maximaal voor 5 jaar geldt. Tenslotte kan gedacht worden aan een inkoop van eigen aandelen, weze het dat hiervoor enkele formaliteiten moeten worden in acht genomen.

Wat de uitoefening van het stemrecht betreft, komt het evident voor dat de wipaandeelhouder in het belang van de vennootschap -en dus in het collectief belang van de overige vennoten- moet stemmen. Wanneer dit contractueel vastgelegd wordt, is dit een ‘stemafspraak’ die aan de vereisten van artikel 551 Wetboek Vennootschappen moet voldoen. Dergelijke bedingen zullen dan ook steeds beperkt moeten zijn in de tijd en steeds het vennootschapsbelang moeten dienen.

De techniek van wipaandelen kan ook aangewend worden om patstellingen op het niveau van de raad van bestuur te verhelpen. Hiertoe dient dan, met naleving van de wettelijke en statutaire voorwaarden, te worden gewerkt met een systeem van verwijzing. Het heikele punt waarover geen consensus kon worden bereikt in de raad van bestuur, wordt doorverwezen naar de algemene vergadering. In veel gevallen van 50-50 joint-ventures zal het bestuursorgaan normaliter een weerspiegeling zijn van de verhouding in de algemene vergadering, waardoor een patstelling op het ene niveau zich zal bestendigen op het andere niveau. Hieraan kunnen wipaandelen tegemoet komen.

Wipaandelen vormen slechts één techniek om dergelijke patstellingen te ontzenuwen. Aan alternatieven is er geen gebrek. Zo zou men ook een onherroepelijke volmacht kunnen hanteren om aan een derde vertrouwenspersoon een beslissende stem te geven ingeval van staking der stemmen. In vergelijking met de wipaandelen heeft deze techniek als voordeel dat de derde geen eigenaar wordt van de aandelen en alle ongewenste gevolgen die daarmee gepaard gaan, vermeden worden. Dergelijke constructie heeft uiteraard slechts zin indien contractueel vastgelegd wordt dat de vennoten-volmachtgevers geen steminstructies aan hun gezamenlijke lasthebber mogen geven. Ook de techniek van de bindende derdenbeslissing is een veelgebruikte techniek om de vastgelopen besluitvorming terug vlot te krijgen. De partijen beslissen hier om in welbepaalde gevallen van volgehouden onenigheid, het heikele punt door een derde te laten beslechten. Ook hier is een passende, conventionele omkadering onontbeerlijk.

We kunnen stellen dat de techniek van wipaandelen zich zeker leent ter voorkoming van patstellingen bij 50-50 joint-ventures. Het feit dat de derde in beginsel eigenaar wordt van de wipaandelen, maakt dat verschillende aspecten van het aandeelhouderschap best zorgvuldig in een overeenkomst gebetonneerd wordt. Met een clausule van doorverwijzing kunnen de wipaandelen niet alleen soelaas brengen in geval van patstelling op het niveau van de algemene vergadering, doch ook op het niveau van de raad van bestuur. Mogelijke alternatieven die op maat kunnen gesneden worden, zijn de onherroepelijk volmacht om te stemmen en de techniek van de bindende derdenbeslissing. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.