Hoofdelijke aansprakelijkheid voor btw-schulden – niet onvoorwaardelijk !

Hoofdelijke aansprakelijkheid voor btw-schulden – niet onvoorwaardelijk !

Het BTW-wetboek voorziet in diverse bepalingen in een zogenaamde hoofdelijke aansprakelijkheid voor de btw-schuld. Wie hoofdelijk aansprakelijk is, kan tot betaling van het geheel van de btw-schuld van een ander (de btw-schuldenaar) worden aangesproken. Zo is een aansprakelijk vertegenwoordiger met zijn lastgever hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, interesten en geldboeten die laatstgenoemde verschuldigd is krachtens het btw-wetboek (art. 55 §4 W.BTW). Een ander voorbeeld is de houder van een btw-entrepot die hoofdelijk aansprakelijk is voor de voldoening van de btw verschuldigd door de belastingplichtige die in België vanuit het entrepot een belastbare levering verricht (art. 51 bis §3 W.BTW). Deze hoofdelijke aansprakelijkheid is telkens onvoorwaardelijk. Er wordt geen rekening gehouden met eventuele goede trouw van de aansprakelijke.

De rechtbank van Brugge heeft in een vonnis van 13 oktober 2010 in verband met deze onvoorwaardelijke hoofdelijke aansprakelijkheid een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie. De vraag had betrekking op de voornoemde regeling btw-entrepot. Zij komt er in essentie op neer te weten of een onvoorwaardelijke hoofdelijke aansprakelijkheid van de btw-entrepothouder de toetst aan de Europese regelgeving (de BTW-Richtlijn) doorstaat. Inzonderheid gezien deze hoofdelijke aansprakelijkheid geldt, “zelfs indien de entrepothouder te goeder trouw is en hem geen fout of nalatigheid kan worden verweten.”

Het Hof van Justitie heeft de prejudiciële vraag beantwoord In een arrest van 21 december 2011 (H.v.J. 21 december 2011, C-499/10, Vlaamse Oliemaatschappij NV).

Het Hof oordeelt dat de BTW-Richtlijn in beginsel de lidstaten toelaat maatregelen vast te stellen op grond waarvan iemand hoofdelijk verplicht is tot voldoening van een btw-bedrag dat is verschuldigd door een andere. Volgens het Hof moeten de lidstaten evenwel het rechtszekerheids- en het evenredigheidsbeginsel naleven. Nationale maatregelen die de facto leiden tot een systeem van onvoorwaardelijke aansprakellijkheid gaan volgens het Hof verder dan noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten van de schatkist. Volgens het Hof is het ontoelaatbaar dat de aansprakelijkheid voor betaling van de btw bij een andere persoon dan de schuldenaar ervan wordt gelegd, zonder dat hem de mogelijkheid wordt geboden aan deze aansprakelijkheid te ontkomen door te bewijzen dat hij volledig buiten de handelingen van deze schuldenaar staat. Nog volgens het Hof is het kennelijk onredelijk de hoofdelijke aansprakelijke aan te spreken voor een tekort aan belastinginkomsten dat is veroorzaakt door de handelingen van een derde belastingplichtige waarop hij geen enkele invloed heeft.

In haar arrest reikt het Hof van Justitie een aantal interessante criteria aan om uit te maken of iemand hoofdelijk aansprakelijk is tot voldoening van de btw. Dat de andere persoon dan de schuldenaar van de btw te goeder trouw heeft gehandeld door met de zorgvuldigheid van een bedachtzame ondernemer te werk te gaan, alles heeft gedaan wat redelijkerwijze binnen zijn mogelijkheid ligt en zijn betrokkenheid bij fraude is uitgesloten zijn volgens het Hof factoren waarmee rekening dient te worden gehouden.

Het Hof van Justitie stelt grenzen aan de onvoorwaardelijke hoofdelijke aansprakelijkheid voor de btw-schuld van een ander. In essentie komt het er op aan als hoofdelijke aansprakelijke te hebben gehandeld als een bonus pater familias-ondernemer; een bedachtzame ondernemer die, te goeder trouw, al het mogelijke heeft gedaan om niet bij een fraude betrokken te geraken. Het lijkt dan ook zaak als hoofdelijke aansprakelijke “in tempore non suspecto” de nodige stukken te verzamelen die de goede trouw kunnen aantonen zoals documenten inzake research naar de rechtgeaardheid van de klanten. In een eventuele procedure kan men zich rechtsreeks op de BTW-Richtlijn en de rechtspraak van het Hof van Justitie beroepen in afwachting van een wijziging van de nationale btw-regelgeving die er wellicht zit aan te komen.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.