HET MEENEEMRECHT VAN DE FISCUS – NEEMT DE CONTROLEUR STRAKS UW LAPTOP MEE ?

HET MEENEEMRECHT VAN DE FISCUS – NEEMT DE CONTROLEUR STRAKS UW LAPTOP MEE ?

Een belastingplichtige onderworpen aan de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners moet op verzoek van de administratie, zonder verplaatsing, alle boeken en bescheiden voorleggen die noodzakelijk zijn om het bedrag van zijn belastbare inkomsten te bepalen. Tot voor kort hadden de controlerende ambtenaren van de inkomstenbelastingen niet het recht om stukken mee te nemen en die op het belastingkantoor verder te onderzoeken. Niets weerhield de belastingplichtige evenwel om vrijwillig stukken te overhandigen.

Sinds 10 januari 2014 hebben de controlerende ambtenaren ook het recht om de boeken en bescheiden te behouden telkens wanneer zij menen dat deze nodig zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten van de belastingplichtige of van derden te bepalen. Boeken en bescheiden die nog niet zijn afgesloten mogen evenwel niet worden meegenomen. Deze zogenaamde “retentie” van de boeken en bescheiden moet het voorwerp uitmaken van een “proces-verbaal van retentie” dat bewijs oplevert “zolang het tegendeel niet is bewezen”. Een afschrift van dit proces-verbaal moet binnen de vijf werkdagen volgend op de retentie worden uitgereikt. In de memorie van toelichting staat te lezen dat “het voor zich [spreekt] dat die boeken en bescheiden maar mogen ten kantore worden bijgehouden voor de normale duur van het onderzoek.” En verder dat: “In het kader van goed bestuur het logisch [is] dat de boeken en bescheiden minstens terug aan de belastingplichtige worden bezorgd op het ogenblik dat hem een bericht van wijziging (van de belastingaangifte – eigen toevoeging) wordt toegezonden dat gesteund is op bevindingen uit die boeken en bescheiden.”

Het retentierecht of meeneemrecht bestond al op het vlak van de btw. Sinds 10 januari 2014 staat nu ook in de btw-regelgeving ingeschreven dat de stukken die worden meegenomen het voorwerp moeten uitmaken van een “proces-verbaal van retentie” dat bewijs oplevert “zolang het tegendeel niet is bewezen”. Voordien gebeurde op het vlak van de btw het “behouden” van de stukken tegen de afgifte van een “ontvangstbewijs”.

Ook geïnformatiseerde boekhoudkundige gegevens moeten door de belastingplichtige ter inzage kunnen worden voorgelegd. Heeft de fiscus nu dan ook het recht om bijvoorbeeld uw laptop mee te nemen? Er wordt best een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de btw en anderzijds de directe belastingen.

Volgens bepaalde auteurs (o.a. J. Bossuyt en A. Bouwen) is sinds 1 januari 2013 het meeneemrecht in de btw-regelgeving dermate ruim geformuleerd dat op basis van de letterlijke wettekst de originele boeken en facturen met de controleambtenaren zouden moeten worden meegegeven, zelfs indien de boekhouding op elektronische wijze wordt gehouden. Dat laatste is volgens deze auteurs technisch slechts mogelijk indien de harde schijf, laptop, server enzovoort waarop de boekhouding staat, integraal wordt meegegeven. J. Bossuyt merkt dienaangaande op dat de wetgever onvoldoende heeft stilgestaan bij de gevolgen van deze wetgeving. Op een laptop kunnen immers ook heel wat fiscaal irrelevante zaken staan waardoor het opvragen en bijhouden van zo’n laptop een ernstige aantasting is van het recht op eerbiediging van het privé-leven van de belastingplichtige en mogelijks ook van derden die van die laptop gebruik maken (zie J. Bossuyt, “Hoog bezoek: de fiscale visitatie doorgelicht”, AFT, 2013, nrs 8-9, pag. 4). Het middel lijkt met andere woorden zijn doel voorbij te schieten.

Op het vlak van de directe belastingen was er, zoals gezegd, tot voor kort voor de fiscus geen meeneemrecht voorzien voor wat betreft de papieren boekhouding, die moet kunnen worden voorgelegd door de belastingplichtige. In het wetboek van inkomstenbelastingen was daarentegen wel - en dit nog steeds - voorzien dat de belastingadministratie het recht heeft om tot de belastingplichtige een verzoek te richten om kopieën te nemen van de op informatiedragers aangetroffen gegevens. Volgens de administratie is het evident dat zij deze kopieën (dit is niet de laptop zelf) ook kan meenemen om op het belastingkantoor verder te bestuderen. Dit komt misschien logisch voor doch het is niet uitdrukkelijk voorzien in het wetboek van inkomstenbelastingen. Bovendien creëerde dit op het eerste zicht logische standpunt een verschil in behandeling tussen enerzijds de belastingplichtige die een papieren boekhouding voerde waarvoor geen meeneemrecht bestond en anderzijds diegene die hun boekhouding op een computer bijhouden waarbij door de fiscus kopieën zouden kunnen worden meegenomen van de op deze informatiedrager aangetroffen gegevens (zie dienaangaande J. Bossuyt, o.c., pag. 22).

Ondanks thans, sinds 10 januari 2014, ook op het vlak van de inkomstenbelastingen voor de fiscus in een meeneemrecht is voorzien voor wat betreft de papieren boekhouding blijft nog steeds de vraag hoe het zit met het meeneemrecht in verband met de geïnformatiseerde gegevens. De wetswijziging sinds 10 januari verandert immers niets aan de regelgeving inzake de geïnformatiseerde gegevens. In de memorie van toelichting blijkt wel dat de wetgever er is vanuit gegaan dat met betrekking tot de geïnformatiseerde gegevens er reeds een meeneemrecht bestond aangezien daarin staat te lezen “dit recht om kopieën van geïnformatiseerde stukken mee te nemen zit reeds vervat in artikel 315 bis WIB 92”. Maar zoals gezegd is dit zeer de vraag. Het standpunt van de fiscus en de bedoeling van de wetgever dat inhoudt dat kopieën van geïnformatieerde gegevens evident ook kunnen worden meegenomen creëert overigens in het licht van de wetswijziging een nieuw verschil in behandeling. Wanneer de fiscus op het vlak van de inkomstenbelastingen haar meeneemrecht inzake de papieren boekhouding uitoefent dient zij immers sinds 10 januari 2014 een “proces-verbaal van retentie” dat bewijs oplevert “zolang het tegendeel niet is bewezen” op te stellen terwijl dit wettelijk nergens is geregeld in verband met de beweerde mogelijkheid tot het meenemen van kopieën van geïnformatiseerde stukken. Het nieuwe artikel inzake het meeneemrecht met daarin de vereiste van het opstellen van “een proces-verbaal van retentie” verwijst immers enkel naar het artikel inzake de papieren boekhouding en niet naar het artikel inzake de geïnformatiseerde boekhouding. Het meeneemrecht zal dan ook ongetwijfeld tot discussies aanleiding geven wanneer het geïnformatiseerde gegevens betreft.

Sinds 10 januari 2014 is er ook op het vlak van de inkomstenbelastingen voorzien in een meeneemrecht voor de fiscus. De controlerende ambtenaren hebben thans het recht om de boeken en bescheiden te behouden telkens wanneer zij menen dat deze nodig zijn om het bedrag van de belastbare inkomsten van de belastingplichtige of van derden te bepalen. Boeken en bescheiden die nog niet zijn afgesloten mogen niet worden meegenomen. De zogenaamde “retentie” moet het voorwerp uitmaken van een “proces-verbaal van retentie” dat bewijs oplevert “zolang het tegendeel niet is bewezen”. Een afschrift van dit proces-verbaal moet binnen de vijf werkdagen volgend op de retentie worden uitgereikt. Op het vlak van de btw bestond al een regeling inzake het meeneemrecht; daarin wordt nu ook de vereiste van het opstellen van een “proces-verbaal van retentie” opgenomen in plaats van het afleveren van een ontvangstbewijs. Het meeneemrecht zoals het thans is geregeld doet diverse vragen rijzen inzonderheid in welke mate geïnformatiseerde gegevens en de dragers waarop zij zich bevinden, zoals laptops, kunnen worden meegenomen. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.