Het (belgisch) bankgeheim: over en uit?!

Het (belgisch) bankgeheim: over en uit?!

Geen politieke partij liet er in haar verkiezingsprogramma 2010 twijfel over bestaan: de komende (sic) legislatuur moest het definitieve einde inhouden van het Belgische bankgeheim. Ook in internationaal perspectief is er grote druk van verschillende instanties zoals de OESO, de G-20 of de Ecofin ministers op landen die nog houden aan hun bankgeheim. Een (tussentijdse) stand van zaken.

Het bankgeheim (of beter: de discretieplicht) bestaat sedert de jaren ’60 en is in de jaren ’80 ook in ons fiscaal wetboek van de inkomstenbelastingen ingeschreven in artikel 318 WIB 92. In tegenstelling tot wat vaak wordt gesuggereerd is de reden waarom de Staat dit stelsel destijds heeft gegund niet te zoeken in de bescherming van de extrapatrimoniale belangen van de cliënt (de zogenaamde bescherming van de privacy), maar veeleer in de patrimoniale belangen van de banken en bij uitbreiding deze van de Belgische Staat. Anders gesteld, indien de bankiers het bankgeheim niet konden inroepen in de jaren ’80, zouden vele natuurlijke personen en vennootschappen mogelijk niet meer geneigd zijn geweest hun kapitalen nog bij Belgische banken te plaatsen (waardoor niet alleen de Belgische banken maar ook de Staat (fiscale) inkomsten zou verliezen). In het buitenland konden de banken immers vaak wel van een bankgeheim genieten.

In feite heeft dit argument volkomen aan belang ingeboet aangezien het bankgeheim in internationale context goed op weg is om op substantiële wijze te worden uitgehold.

Het Belgisch bankgeheim heeft ons inziens nochtans in de praktijk niet zoveel impact als sommige politieke partijen willen doen geloven. Het Belgisch bankgeheim geldt enkel in de inkomstenbelastingen en bijvoorbeeld niet in de BTW, successierechten of bij andere belastingen. Ook in de inkomstenbelastingen heeft het Belgisch bankgeheim een beperkte draagwijdte gekregen. Zo is het bankgeheim zelfs in het kader van de inkomstenbelastingen niet aan de orde indien bv. een onderzoek bij een financiële instelling een mechanisme van belastingontduiking kan doen vermoeden, bij de beoordeling van een bezwaarschrift door de directie, met oog op de invordering van de belasting, …

De vraag is of de volledige opheffing van het interne bankgeheim de Belgische fiscus wel veel zal opbrengen. Roerende inkomsten worden afgerekend via bronheffing, onroerende inkomsten zijn in principe nu al vrij makkelijk opspoorbaar via het onroerend vermogenskadaster. Daarenboven lijkt de bank ook niet de ideale plaats om illegale beroepsinkomsten te plaatsen. Op vandaag hebben de banken een dergelijk uitgebouwde compliance dat zij bij een vermoeden van verdachte transactie sowieso aan de alarmbel moeten trekken en de instanties ter zake verwittigen (zie artikel De nieuwe fiscale cultuur: een verhaal van transparantie).

In een puur Belgische context lijkt de opheffing van het bankgeheim (of wat er vandaag van over blijft) weliswaar logisch maar vormt het allerminst een structurele oplossing voor het begrotingstekort, wat er ook moge gezegd worden. Het is een symbooldossier waarvan de politieke partijen handig gebruik lijken te maken om de kiezers op hun hand te krijgen.

In een internationale context liggen de zaken enigszins anders. Waar het weinig waarschijnlijk is geworden dat een Belg onze eigen Belgische banken zal gebruiken om structureel Belgisch besmet vermogen te beheren, is er meer kans dat een Belg zijn besmet vermogen bij een buitenlandse bank aanhoudt. Of omgekeerd, een buitenlander die zijn vermogen via een Belgische bank aanhoudt. In die zin is de opheffing van het bankgeheim in een internationale context geen symbool maar een belangrijke stap. In essentie komt het erop neer dat landen onder elkaar alle gegevens uitwisselen die hen moet toelaten hun eigen onderdanen naar behoren te belasten alsof het vermogen zich in hun land van origine bevond. In eerste instantie gebeurt deze gegevensuitwisseling nog grotendeels op verzoek van een lidstaat; de verwachting is dat we op vrij korte termijn zullen evolueren naar een quasi automatische uitwisseling van de meeste gegevens waardoor het aanhouden van vermogen in eigen land of in het buitenland nog weinig verschil zal uitmaken: transparantie troef.

De opheffing van het bankgeheim in internationale context wordt hoofdzakelijk aangestuurd vanuit verschillende internationale organisaties.

Vooreerst is er de OESO die pleit voor transparantie en internationale samenwerking van belastingadministraties, dit teneinde de oneerlijke concurrentie tussen de landen af te bouwen. De OESO maakt daarbij een witte, grijze en zwarte lijst op van belastingparadijzen. Wie op de witte lijst van belastingparadijzen staat voldoet aan de standaarden van de OESO inzake internationale samenwerking en transparantie. Het prijken op de lijst van de grijze landen duidt erop dat het best wat beter kan, om nog te zwijgen over de zwarte lijst. België had in 2009 de twijfelachtige eer op de grijze lijst van belastingparadijzen voor te komen. Door het sluiten van een aantal dubbelbelastingverdragen met verschillende landen - waarbij de internationale gegevensuitwisseling volgens de OESO standaarden alsnog werd verzekerd - is België sinds juli 2009 terug op de witte lijst terecht gekomen.

Ook de G–20 (een organisatie van economische mogendheden) heeft sinds enkele jaren de afschaffing van het bankgeheim in internationale context bovenaan de agenda gezet.

De Europese Ministers van Financiën hebben op de Ecofinraad van 7 december 2010 nieuwe afspraken gemaakt op vlak van administratieve samenwerking. Dit wordt vastgeklikt in een vernieuwde richtlijn administratieve samenwerking.

De ontwerprichtlijn omvat alle belastingen die op alle beleidsniveau’s in de lidstaten worden geïnd, met uitzondering van belastingen waarvoor reeds andere communautaire instrumenten werden ontwikkeld (btw, douanerechten, accijnzen). De uitwisseling kan in een eerste fase automatisch, spontaan of op verzoek gebeuren en de ambtenaren kunnen meewerken aan fiscale onderzoeken in een andere lidstaat. Er zullen bankgegevens worden uitgewisseld. Het zal wel onmogelijk blijven om naar informatie te ‘vissen’.

Vanaf 2015 zal elke Lidstaat sowieso automatisch informatie meedelen over lonen, bezoldigingen van bestuurders, levensverzekeringsproducten, pensioenen en onroerende inkomsten.

Er zal bekeken worden om vanaf 2017 het toepassingsgebied van deze automatische gegevensuitwisseling nog verder uit te breiden tot andere inkomsten zoals meerwaarden, dividenden en bijvoorbeeld auteursrechten. Op 8 december 2010, de dag na het akkoord over een vernieuwde richtlijn inzake administratieve samenwerking, werd ook een akkoord bereikt over een verdere automatische uitwisseling van bankgegevens tussen EU lidstaten. Een staat zal alvast op basis van zijn eigen interne regelgeving niet meer kunnen weigeren bancaire gegevens mee te delen aan een andere staat.

De implementatie van al deze afspraken zal wel nog een tijdje op zich laten wachten. Op internationaal vlak stevenen we evenwel in een rotvaart af op absolute transparantie, ook op bancair vlak.

Het bankgeheim loopt absoluut op zijn laatste benen. Vooral de afschaffing van het bankgeheim in internationaal perspectief is praktisch relevant. De wereld wordt bijzonder klein, ook bij de banken. Het bankgeheim: over & uit!

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.

We zullen uw persoonsgegevens verwerken in overeenstemming met ons privacybeleid.