HET BANKGEHEIM IN DE INKOMSTENBELASTINGEN – HET DOEL HEILIGT DE MIDDELEN NIET !

HET BANKGEHEIM IN DE INKOMSTENBELASTINGEN – HET DOEL HEILIGT DE MIDDELEN NIET !

Eind 2009 heeft de wetgever de uitwisseling van fiscaal relevante informatie tussen de verschillende belastingdiensten vergemakkelijkt (Programmawet 23 december 2009). Het uitgangspunt daarbij is dat een ambtenaar zijn eigen bevoegdheden mag gebruiken om informatie op te sporen die relevant kan zijn voor een collega van een andere dienst. Zo kan bijvoorbeeld een btw-controleur, spontaan of op verzoek van zijn collega van de directe belastingen, onderzoeksdaden stellen die dienstig zijn voor de taxatie in de directe belastingen. De ambtenaren van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) evenals de ambtenaren van de administratie van Ondernemings- en Inkomensfiscaliteit (AOIF) beschikken over alle bevoegdheden die aan de andere belastingadministraties werden verleend. Zij kunnen bijgevolg al hun onderzoeksbevoegdheden, zonder onderscheid, aanwenden om alle nodige inlichtingen te verzamelen die bijdragen tot de vestiging of invordering van eender welke belasting (art. 335 WIB 92).

De enige uitzondering is het fiscaal bankgeheim. Op vlak van de inkomstenbelasting verzet het bankgeheim zich er principieel tegen dat de administratie zomaar bankgegevens kan raadplegen met het oog op het belasten van de cliënten van de bank (art. 318 WIB 92 lid 1). Het Hof van Cassatie beschouwt het bankgeheim als iets speciaals. Het bankgeheim onderscheidt zich van de andere onderzoeksbevoegdheden doordat het neerkomt op een verbod om iets te doen, terwijl de andere onderzoeksbepalingen de fiscus de toelating geven om iets te doen. Het bankgeheim geldt evenwel niet voor andere belastingen. Zo kunnen alle ambtenaren van de administratie die belast zijn met de controle of de correcte toepassing van de btw, mits de juiste machtiging, zonder meer de nodige bankgegevens raadplegen (art. 62 bis W.BTW) (zie dienaangaande K. JANSSENS en K. SPAGNOLI, “Gegevensuitwisseling: en de onderzoeksbevoegdheden dan?”, Fisc.Act. 2010, nr. 6, 9-11).

Laat ons uitgaan van een concreet voorbeeld. Stel dat de BBI, handelend in het kader van de btw, een onderzoek doet bij de bank van een belastingplichtige “met het oog op de juiste heffing van de btw”. Deze informatie wordt vervolgens doorgespeeld aan de BBI, handelend in het kader van de directe belastingen. Quid wanneer deze informatie gebruikt wordt voor de taxatie in de directe belastingen?

Het hof van beroep van Bergen diende zich over dergelijke vraag uit te spreken in een arrest van 21 september 2005. Het geschil dat aan het hof werd voorgelegd vond zijn oorsprong in een onderzoek naar de juiste toepassing van de taks op beursverrichtingen dat begin 1996 werd georganiseerd bij diverse financiële instellingen door de BBI. In het kader van dit onderzoek werd één van de banken op grond van artikel 205, lid 1 van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen (sinds 1 januari 2007 Wetboek Diverse Rechten en Taksen) verplicht om het dossier van een belastingplichtige voor te leggen met het oog op de correcte inning van de belasting op beursoperaties. Op basis van die gegevens vestigde de BBI evenwel een bijkomende aanslag in de vennootschapsbelasting ten laste van een bepaalde belastingplichtige. Het hof oordeelde dat de administratie inzake directe belastingen (of de BBI handelend in het kader van directe belastingen) geen gebruik mag maken van inlichtingen die zij heeft bekomen van een andere fiscale administratie (nl. de BBI handelend in het kader van andere belastingen) indien zij op basis van haar eigen bevoegdheden die gegevens niet rechtstreeks zou kunnen hebben verkregen. Artikel 335 WIB 92 doet daar volgens het hof geen afbreuk aan. Er anders over oordelen zou immers leiden tot een uitholling van de bescherming van de belastingplichtige die de wetgever heeft opgenomen in artikel 318 WIB 92 (Bergen 21 september 2005).

Naar aanleiding van een cassatievoorziening tegen het arrest van het hof van beroep van Bergen bevestigde het Hof van Cassatie in een arrest van 14 september 2007 het beschermend karakter van het fiscaal bankgeheim. Het Hof oordeelde in essentie dat de fiscus geen inlichtingen die bij een financiële instelling zijn verkregen in het kader van een onderzoek met een bepaalde finaliteit (in casu de verzekering van de correcte inning van de belasting op beursoperaties) mag aanwenden voor andere doeleinden (in casu een aanvullende aanslag in de vennootschapsbelasting) wanneer de wet de fiscus uitdrukkelijk verbiedt de inlichtingen rechtstreeks te bekomen (Cass. 14 september 2007). Met andere woorden: wat rechtstreeks is verboden, mag ook niet worden verkregen via een omweg.

In een arrest van 5 februari 2013 heeft het hof van beroep van Luik het voorgaande in herinnering gebracht. In deze zaak had de gewestelijke directeur van het AOIF op grond van artikel 62 bis W.BTW een machtiging tot bankonderzoek verleend “teneinde de juiste heffing van de BTW te kunnen nagaan”. De resultaten van het onderzoek werden evenwel gebruikt voor een taxatie in de directe belastingen, nadat de belastingplichtige reeds had geweigerd om de door de administratie opgevraagde bankuittreksels voor te leggen. Het hof van beroep stelde vast dat daardoor de werking van het fiscaal bankgeheim in de inkomstenbelasting werd omzeild zodat er bijgevolg sprake is van machtsmisbruik. De betrokken aanslagen werden daarom vernietigd (Luik 5 februari 2013).

De vrije gegevensuitwisseling tussen de verschillende fiscale administraties doet geen afbreuk aan het specifieke en beschermend karakter van het bankonderzoek in de inkomstenbelastingen. Het hof van beroep van Luik heeft daar recent nog aan herinnerd. Wanneer de administratie der directe belastingen zich bedient van de gegevens die werden gepuurd uit een bankonderzoek, gevoerd op het vlak van de btw of een andere fiscale dienst, schendt zij het principieel bankgeheim in de inkomstenbelastingen. Op grond hiervan kan de vernietiging van de aanslag worden gevorderd.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.