Het afkopen van de strafvervolging wegens fiscale fraude wordt mogelijk

Het afkopen van de strafvervolging wegens fiscale fraude wordt mogelijk

Het staat de belastingplichtige die een fiscale overtreding heeft begaan vrij een regeling te treffen met de fiscus. Het volstaat dat de fiscale administratie daartoe bereid wordt gevonden en dat er geen fiscale wetten die de openbare orde raken worden geschonden. Zo zal de fiscus niet kunnen afzien van een wettelijk voorziene belasting maar bijvoorbeeld wel een akkoord kunnen sluiten omtrent feitelijkheden of inzake de toepassing van een belastingverhoging. Middels een akkoord met de fiscus wordt er echter geen einde gesteld aan de eventuele strafvervolging waartoe een fiscale overtreding evenzeer aanleiding kan geven. Alle fiscale wetboeken bevatten immers een gelijklopende bepaling die erin voorziet dat bij een intentionele overtreding van het wetboek er naast de administratieve sanctie er een geldboete en/of een gevangenisstraf wordt opgelegd (zie bijvoorbeeld artikel 449 WIB 92 of artikel 73 W.BTW). De belastingplichtige zal in het licht van de regeling met de fiscus om evidente redenen nochtans ook zekerheid beogen op strafrechtelijk vlak; op die manier kan hij immers definitief afrekenen met het verleden.

Op vandaag is daartoe reeds een mogelijkheid voorzien in artikel 216 bis van het Wetboek van Strafvordering waarin wordt bepaald dat de strafvordering vervalt tegen de betaling van een geldsom. De toepassing van deze regeling in fiscalibus is evenwel beperkt. Zo dient, naast een aantal andere voorwaarden, het initiatief te komen van het parket (verantwoordelijk voor de strafvervolging); geldt de regeling enkel voor misdrijven die niet strafbaar zijn met méér dan 5 jaar gevangenisstraf en dient de schade in beginsel geheel te worden vergoed. Een minnelijke regeling is ook uitgesloten eens er een onderzoeksrechter is aangesteld (die verantwoordelijk is voor het gerechtelijk onderzoek) of wanneer de zaak is aanhangig gemaakt bij de correctionele rechtbank dan wel het hof van beroep (zijnde de rechtbank die de strafzaak ten gronde beoordeelt).

Een belangrijke versoepeling van de toepassingsvoorwaarden zit er nu aan te komen; dit als onderdeel van een politiek compromis inzake de versoepeling van het bankgeheim (ontwerp van Wet houdende diverse bepalingen). In de toekomst zal de mogelijkheid om een minnelijke regeling af te sluiten gelden voor alle overtredingen en wanbedrijven evenals voor misdaden die uiteindelijk naar de correctionele rechtbank worden verwezen in plaats van naar het Hof van Assisen. Concreet wordt de minnelijke regeling ondermeer mogelijk in geval van valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en witwas. Bovendien zal de regeling ook kunnen gelden wanneer de onderzoeksrechter reeds met een onderzoek is gelast of wanneer de zaak al bij de rechtbank is aanhangig gemaakt. De voorwaarde die erin bestaat dat de schade dient te worden vergoed blijft bestaan; inzake fiscale misdrijven wordt er uitdrukkelijk in voorzien dat een minnelijke schikking slechts mogelijk is na betaling van de ontdoken belasting met inbegrip van de interesten en middels het akkoord van de fiscale administratie. Ook de voorwaarde dat de minnelijke regeling enkel tot stand kan komen op initiatief van het parket blijft bestaan. Niets belet evenwel dat de belastingplichtige zich bereid toont tot een minnelijke regeling en een voorstel doet aan de procureur maar het blijft uiteindelijk laatstgenoemde die beslist om al dan niet het initiatief te nemen.

In de bestaande regeling bepaalt het parket de wijze waarop de minnelijke regeling tot stand kan komen. Het wetsontwerp voorziet in een wettelijk vastgelegde procedure waarbij rekening wordt gehouden met de rechten van verdediging van de verdachte en met de bescherming van de belangen van het slachtoffer. In de toekomstige regeling zal er in dit verband in worden voorzien dat wanneer de poging tot minnelijke regeling mislukt, de in het kader van de regeling voorgelegde documenten en gedane mededelingen geen toelaatbaar bewijs kunnen vormen in een andere procedure. In geval de minnelijke regeling met succes wordt afgerond, wordt er uitdrukkelijk in voorzien dat deze minnelijke regeling geen afbreuk doet aan de strafvervolging tegen ondermeer de overige daders of medeplichtigen noch aan de vorderingen van de slachtoffers tegen hen.

De regeling geldt voor alle belastingen behalve voor douane en accijnzen. Noteer echter dat inzake douane en accijnzen er een aparte regeling bestaat die onveranderd blijft (artikel 263 inzake het uitvoeringsbesluit inzake douane en accijnzen).

De voorwaarden om een verval van strafvordering te bekomen door het betalen van een geldsom zullen binnenkort worden versoepeld. In de toekomst zal de minnelijke regeling ook kunnen gelden voor ondermeer valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en witwas. De aanstelling van een onderzoeksrechter of het aanhangig maken van de zaak bij de rechtbank zullen ook niet langer een beletsel vormen. Het initiatiefrecht tot een minnelijke regeling blijft bij het parket; in die zin staat het de belastingplichtige niet volledig vrij zelf te beslissen om de strafvervolging "af te kopen". Niets belet hem evenwel om zich tot een regeling bereid te tonen. Ook zal nog steeds de schade moeten worden vergoed; in fiscalibus zal dit neerkomen op het betalen van de belastingen met inbegrip van de interesten. De versoepeling van de mogelijkheid tot minnelijke regeling kan worden toegejuicht. Het kadert binnen de initiatieven tot de zogenaamde "Una Via" met name het bewandelen van nog slechts één weg bij de afhandeling van een fiscale overtreding: de administratieve dan wel de strafrechtelijke.

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.