Het 10% tarief op liquidatieboni - zijn voorschotten op liquidatieboni een opportuniteit ?

Het 10% tarief op liquidatieboni - zijn voorschotten op liquidatieboni een opportuniteit ?

Op 31 december 2012 werd de programmawet die door de regering Di Rupo was voorgesteld naar aanleiding van het voorbije begrotingsconclaaf gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Men vindt er een rits fiscale maatregelen terug die gelden voor inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2013. Zo wordt een algemeen tarief van de roerende voorheffing van 25 % geïntroduceerd voor interesten, dividenden en royalties. Van dit algemeen tarief wordt slechts in een beperkt aantal gevallen afgeweken: dividenden van residentiële vastgoedbevaks (15 %), interesten van de zogenaamde Leterme-staatsobligaties (15%), interesten van het niet-vrijgestelde gedeelte van inkomsten uit spaardeposito’s (15%), royalties van auteursrechten alsook verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen (15%) en tenslotte liquidatieboni (10 %). Het laatstgenoemd tarief op liquidatieboni is geenszins vanzelfsprekend, gelet op het verschil met het standaardtarief van 25 %; een verhoging van dit tarief valt voor de toekomst niet uit te sluiten en heeft trouwens als één van de mogelijke maatregelen gecirculeerd bij de voorbije begrotingsronde.

Liquidatieboni worden normaal gezien uitgekeerd wanneer de vereffenaar de activa van de in vereffening gestelde vennootschap heeft gerealiseerd en de (eventuele) passiva heeft aangezuiverd, voor zover er netto-actief is. In voorkomend geval wordt de roerende voorheffing verschuldigd. De vereffenaar kan echter reeds op eigen verantwoordelijkheid voorschotten op de liquidatieboni uitkeren, hoewel het netto-actief nog niet vaststaat. Mocht naderhand blijken dat het netto-actief niet volstaat om de nog uitstaande schulden te betalen, kan de vereffenaar het aan de aandeelhouders reeds toegekende voorschot wel terugvorderen. De terugvorderbaarheid van de voorschotten op liquidatieboni komt ook duidelijk naar voor in het advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, stellende dat het bedrag van het toegekende voorschot op zichtbare wijze globaal moet worden afgetrokken van het “eigen vermogen” van de vennootschap in vereffening door de voorschotten op de verdeling van het netto-actief tot bij de sluiting van de vereffening in de boekhouding onder een afzonderlijke rekening 19 “Voorschot aan de vennoten op de verdeling van het netto-actief” te boeken, zonder onderscheid naar gelang deze voorschotten betrekking hebben op het maatschappelijk kapitaal, de uitgiftepremies of de reserves.

De vraag stelt zich of het toekennen van voorschotten op liquidatieboni het tarief van de verschuldigde roerende voorheffing op liquidatieboni vastklikt. De roerende voorheffing is verschuldigd bij de toekenning of betaalbaarstelling van de roerende inkomsten. De toekenning of betaalbaarstelling houdt in dat men definitief en onherroepelijk over de ontvangen sommen moet kunnen beschikken. Uitgekeerde voorschotten op de verdeling van het netto-actief zijn echter niet “definitief en onherroepelijk”, aangezien ze naderhand door de vereffenaar kunnen worden teruggevorderd mocht blijken dat het netto-actief niet volstaat om de uitstaande schulden te voldoen. De aandeelhouders beschikken pas “definitief en onherroepelijk” over de voorschotten op het moment van het sluiten van de vereffening. Op dat moment situeert zich dan ook het tijdstip van verschuldigdheid van de roerende voorheffing en wordt het toepasselijk tarief van de roerende voorheffing op liquidatieboni vastgeklikt.

Een alternatief kan erin bestaan om de vennootschap te ontbinden en vereffenen in één akte (de zogenaamde “turboliquidatie”) overeenkomstig artikel 184, §5 W.Venn. (TFI rubriek Vennootschappen, 28 februari 2012, B. STRAGIER en S. BONTE, “Vereffening van vennootschappen: eenvoudig vereffenen wordt … soms … mogelijk?”)

Hiervoor gelden er strikte voorwaarden, namelijk:

  • er is geen vereffenaar aangeduid; 
  • er zijn geen passiva volgens de opgemaakte staat van activa en passiva; 
  • alle aandeelhouders of vennoten zijn aanwezig of geldig vertegenwoordigd op de algemene vergadering die tot ontbinding en vereffening beslist, en besluiten met eenparigheid van stemmen; 
  • de terugname van het resterend actief gebeurt door de vennoten zelf.

Op die manier kan de vereffening in één beweging gesloten worden en situeert bijgevolg het tijdstip van de verschuldigdheid van de roerende voorheffing op de liquidatieboni zich op hetzelfde moment als de ontbinding van de vennootschap.

Een ander alternatief is het doorvoeren van een belaste partiële splitsing. (TFI rubriek Vennootschappen, 7 september 2012, S. LAMOTE en A. SANDRA, “Vastklikken van het liquidatietarief ad 10% op holdingvennootschappen – (gedeeltelijke) exit naar het buitenland ?!”)

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.