Hervorming van justitie - inzet op snellere procedures

Hervorming van justitie - inzet op snellere procedures

De Wet van 19 oktober 2015, vaak aangehaald als "Potpourri I", voert een aantal belangrijke wijzigingen door met de bedoeling om de burgerlijke procedure soepeler en sneller te laten verlopen.

Twee hervormingen springen daarbij in het oog en luiden ook voor ondernemingen een andere procedureaanpak in.

1. Hoger beroep: minder en beter?

Hoger beroep werkt in principe niet meer schorsend

Tot nu toe kon een vonnis in principe niet worden uitgevoerd indien er hoger beroep werd aangetekend, en dit totdat de uitspraak in graad van beroep tussenkwam. Deze schorsing kan lang aanhouden, gelet op de behandelingstermijnen bij de Hoven van Beroep. Zo geldt voor commerciële zaken een termijn van circa 2 jaar.

Op deze regel bestonden twee uitzonderingen. Een beperkt aantal zaken zijn van rechtswege uitvoerbaar, zoals bijvoorbeeld een vonnis tot faillietverklaring. Daarnaast bestond de mogelijkheid voor de eerste rechter om zijn vonnis 'uitvoerbaar bij voorraad' te verklaren. Dit diende evenwel gemotiveerd te worden gevorderd door de eisende partij en werd enkel in bijzondere omstandigheden toegestaan.

Deze principes worden voortaan omgekeerd. Alle uitspraken in eerste aanleg worden meteen uitvoerbaar, behoudens de beperkte gevallen voorzien in de wet of indien deze schorsing gemotiveerd wordt gevorderd en wordt toegestaan door de rechtbank. Deze omkering vindt ingang voor alle nieuwe zaken die aanhangig worden gemaakt vanaf 1 november 2015.

De eisende partij zal in de regel dus steeds een gunstig vonnis in eerste aanleg meteen ten uitvoer kunnen leggen.

Vaak zal deze tenuitvoerlegging inhouden dat de wederpartij een bepaald bedrag dient te betalen. Deze betaling kan, naar keuze van de schuldenaar, ofwel rechtstreeks aan de eisende partij gebeuren, ofwel op de rekening van de Deposito- en Consignatiekas gebeuren. Dit is een neutrale instelling die de bedragen in bewaring houdt tot aan de einduitspraak in hoger beroep.

Kanttekening is wel dat de gedwongen uitvoering steeds gebeurt op risico van de eisende partij. Blijkt achteraf in hoger beroep dat de uitspraak in eerste aanleg geen stand houdt, dan dient de eisende partij de eventuele schade die de uitvoering heeft veroorzaakt te vergoeden.

De gevolgen van de beëindiging van de schorsende werking van het hoger beroep liggen voor de hand. Uitspraken zullen sneller ten uitvoer worden gelegd en het aantal hoger beroepen zal verminderen, in het bijzonder beroepen die louter om vertragingsredenen werden ingesteld.

Daarnaast wint de behandeling in eerste aanleg hierdoor nog aan belang. Meer dan ooit kom het er op aan het dossier van bij de start op de sterkst mogelijke wijze op te bouwen.

Hoger beroep wordt beperkt tot eindvonnis

Om het aantal hoger beroepen te beperken, is thans ook voorzien dat in de regel enkel nog hoger beroep kan worden aangetekend tegen het eindvonnis van de rechter in eerste aanleg.

Een tussenvonnis, waarin de grond van de zaak nog niet (volledig) werd beslecht, bijvoorbeeld een vonnis tot aanstelling van een gerechtsdeskundige, is voortaan niet meer vatbaar voor hoger beroep, tenzij de rechtbank uitdrukkelijk anders bepaalt. Ook dit vond ingang op 1 november 2015.

De alleenzetelende rechter wordt de regel

Tot vandaag was het gebruikelijk dat zaken voor een Hof van Beroep werden behandeld door drie raadsheren. Het volstond dat minstens één van de partijen dit wenste. In de praktijk kwam dit er meestal op neer dat één raadsheer het dossier volledig voorbereidde en hierover overlegde met twee collega's, die tevens aanwezig zijn op de pleitzittingen.

Dit principe wordt afgeschaft met ingang vanaf 1 januari 2016. Voortaan worden zaken behandeld door een alleenzetelend raadsheer, behoudens indien door de Voorzitter anders wordt bepaald, gelet op de complexiteit of het belang van de zaak.

2. Inning van onbetwiste schuldvorderingen: voortaan ook buitengerechtelijke mogelijkheid 

Een innovatie in ons rechtssysteem is de vereenvoudigde procedure, buiten de rechtbank om, van de invordering van niet-betwiste facturen.

Deze procedure staat enkel open voor invorderingen tussen ondernemingen en geldt derhalve niet voor of tegen particulieren en overheden. Belangrijk is ook dat het dient te gaan om geldschulden en dat zij daadwerkelijk niet-betwist dienen te zijn.

Het gaat om het bedrag van de facturen in hoofdsom, te vermeerderen met (i) de intresten en schadebedingen, evenwel ten belope van maximaal 10% van de hoofdsom en (ii) de invorderingskosten van de gerechtsdeurwaarder.

Deze vereenvoudigde procedure kan niet worden aangewend indien de schuldenaar zich in gerechtelijke reorganisatie, faillissement of een andere samenloop bevindt.

Of aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan, wordt nagegaan door een advocaat. Hij treedt - zoals steeds - op als eerste rechter. De advocaat beschikt over de exclusieve bevoegdheid om in voorkomend geval over te gaan tot deze invorderingsprocedure via een gerechtsdeurwaarder. 

De gerechtsdeurwaarder zal vervolgens een aanmaning betekenen aan de schuldenaar, met aangehecht een antwoordformulier. De schuldenaar beschikt over een termijn van één maand om ofwel te betalen ofwel betalingstermijnen te vragen ofwel de redenen mee te delen waarom hij de schuldvordering alsnog betwist.

Indien er geen betwisting is maar evenmin werd betaald en er ook geen akkoord is over betalingstermijnen, wordt een proces-verbaal van niet-betwisting opgemaakt. Dit wordt uitvoerbaar verklaard door het Centraal Bestand van Berichten bij de Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders.

Indien de schuldenaar niet overgaat tot vrijwillige betaling, kan er overgegaan worden tot gedwongen tenuitvoerlegging (beslag, openbare verkoop, etc.).

De inwerkingtreding van deze bepalingen is afhankelijk van een uitvoeringsbesluit dat nog dient te worden genomen. Wij houden u op de hoogte van zodra dit het geval is.

Als schuldeiser zal deze vereenvoudigde procedure een mogelijkheid bieden tot versnelde afhandeling, zonder tussenkomst van de rechtbank. Wanneer u zelf geconfronteerd wordt met facturen, die u niet kan aanvaarden, zal het meer dan ooit zaak zijn om deze tijdig en correct te protesteren.

Conclusie

De onmiddellijk uitvoerbaarheid van vonnissen in eerste aanleg betekent een grote ommekeer. Daarnaast is de ambitieuze beleidsdoelstelling om de termijn voor de behandeling in hoger beroep terug te dringen tot gemiddeld 1 jaar. Of dit kan worden waargemaakt, zal de toekomst uitwijzen. De overige maatregelen, zoals de inning van niet-betwiste facturen buiten de rechtbank om, hebben als doel de zaken soepeler te laten verlopen. Tegelijk verhogen zij ook de verantwoordelijkheid van partijen. Zij dienen zich telkens te beraden over de aard van hun invorderingsacties. Waakzaamheid is dan ook geboden, zowel aan de zijde van de crediteur, als van de debiteur. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.