Grensoverschrijdend zakendoen - het weens koopverdrag nog al te vaak onbemind ?

Grensoverschrijdend zakendoen - het weens koopverdrag nog al te vaak onbemind ?

De voortdurende innovatie van communicatiemiddelen heeft de wereld klein gemaakt. Het komt in het hedendaagse handelsverkeer nog maar zelden voor dat een handelaar uitsluitend zaken doet met binnenlandse partners. De harmonisatie van de toepasselijke rechtsregels is de logische uitloper van deze globalisering. In dit verband past het om een van de meest succesvolle harmonisatie-instrumenten tot dusver in herinnering te brengen: het Verdrag van de Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken van 11 april 1980, officieel afgekort als CISG en beter bekend als het Weens Koopverdrag.

Het verdrag dat inmiddels door 77 landen werd goedgekeurd -waaronder België in 1997- beoogt de handel te bevorderen door de juridische beginselen van de grensoverschrijdende koopovereenkomst te uniformiseren.

Het verdrag heeft een zeer ruim toepassingsgebied, waardoor het vaak van toepassing is zonder dat de contractanten er zich van bewust zijn. Immers worden internationale koopovereenkomsten voor roerende goederen tussen handelaren van rechtswege beheerst door het Weens Koopverdrag, telkens wanneer de landen waar de koper en verkoper gevestigd zijn het verdrag hebben geratificeerd of wanneer het recht van een verdragsstaat toepasselijk is. Partijen kunnen weliswaar de toepassing van het verdrag contractueel uitsluiten, doch zullen daartoe de geijkte formulering moeten hanteren. Zo zal niet volstaan om te bepalen dat enkel het Belgische recht van toepassing is, aangezien het verdrag rechtstreeks doorwerkt in het Belgische recht. Een clausule die wel het beoogde resultaat kan bereiken is: “Op deze overeenkomst is het Belgische recht van toepassing, met uitsluiting van het Weens Koopverdrag”.

De materies die worden geregeld door het verdrag behelzen haast alle aspecten van de grensoverschrijdende koopovereenkomst: de totstandkoming van de overeenkomst, de verplichtingen van partijen, hun aansprakelijkheid, de remedies ingeval van contractuele tekortkomingen, etc …. De uitwerking van deze materies verschilt in sommige gevallen substantieel van de regeling die we kennen uit het Belgisch Burgerlijk Wetboek.

Zo maakt het verdrag geen onderscheid tussen zichtbare of verborgen gebreken. De hoofdverplichting van de verkoper bestaat erin de goederen af te leveren conform de bepalingen van de overeenkomst, in het bijzonder wat betreft de hoeveelheid, de kwaliteit, de omschrijving en de wijze van verpakking. Hieruit vloeit meteen voort dat de koper van zijn kant gehouden is binnen een kort tijdsbestek de goederen te controleren en binnen een redelijke termijn kennis te geven van eventuele gebreken. Doet hij dit niet, dan kan hij de koper naderhand niet meer aanspreken.

Deze regeling dient te worden gekaderd in de filosofie van het verdrag, volgens dewelke de verkoper zoveel als mogelijk de gelegenheid moet hebben om eventuele gebreken te remediëren. Het Belgische Burgerlijk Wetboek voorziet daarentegen niet in de mogelijkheid voor de verkoper om bijvoorbeeld een verborgen gebrek te verhelpen. De koper kan enkel schadevergoeding vragen of vorderen dat de goederen en de prijs worden teruggegeven, wat neerkomt op de ontbinding van de overeenkomst. Bovendien moeten dergelijke vorderingen op straffe van verval ingesteld worden binnen een korte termijn. Aldus noopt het intern Belgisch recht tot conflict met niet zelden een voorbarige dagvaarding tot gevolg, terwijl het verdrag eerder de verzoenende weg aanreikt.

Daarnaast valt ook op dat een contractspartij onder bepaalde voorwaarden haar eigen verbintenissen mag opschorten terwijl de wederpartij nog niet in de fout is gegaan. Een sterk vermoeden dat de tegenpartij niet zal presteren, kan volstaan om preventief de eigen verbintenissen op te schorten. Anders dan naar intern Belgisch recht, zou een leverancier aldus de levering van de koopwaar kunnen opschorten wanneer de solvabiliteit van zijn klant aan het wankelen is.

En dit is niet het enige ‘buitengerechtelijke’ middel dat een contractant ter beschikking staat bij wanprestatie van zijn medecontractant: in geval van een ‘wezenlijke’ tekortkoming is het partijen onder bepaalde voorwaarden en mits naleving van enkele vormvereisten toegelaten om de overeenkomst als ontbonden te beschouwen, zonder dat daartoe een rechterlijke tussenkomst is vereist en zelfs zonder dat de overeenkomst dit voorziet. Het verdrag creëert aldus meer gevallen waarin partijen zelf het heft in handen mogen nemen, en biedt hen zodoende meer autonomie.

Ondanks de vaststelling dat het verdrag in de praktijk vaak wordt uitgesloten en op bepaalde punten vatbaar is voor verbetering, blijft het Weens Koopverdrag een aantrekkelijk juridisch kader voor grensoverschrijdende koopovereenkomsten. De pragmatische en moderne aanpak van bepaalde pijnpunten van de uitvoering van koopovereenkomsten sluit vaak nauw aan bij de wensen van de internationale handelaars. Ook de evidente gevolgen van harmoniserende wetgeving, zoals de wijdverspreide toepassing en het mijden van juridische verrassingen, pleiten voor de toepassing van het Weens Koopverdrag. 

Nieuwsbrief Archief

loading

Inschrijven voor onze nieuwsbrief

IMPOSTO Nieuwsbrief verschijnt maandelijks rond de kernexpertises van IMPOSTO Advocaten. De invalshoek is praktijkgericht. Schrijf u gratis in.